Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Controlecircus onderwijs op volle toeren

Controlecircus onderwijs op volle toeren

Photographer:Fotograaf: flickr.com/bandi

Waar ze de UM in godsnaam mee opzadelt; die vraag krijgt rector Rianne Letschert met enige regelmaat als de universitaire staf en de medezeggenschapsorganen zich weer eens moeten buigen over zoiets als de kwaliteitsafspraken, of de ITK, de instellingstoets kwaliteitszorg.  

Letschert antwoordt dan altijd dat ze niet bij haar moeten zijn maar in Den Haag: “Want ik verzin dit niet.” En dat klopt dus. Of het georganiseerd overheidswantrouwen is of een terechte vraag naar verantwoording van belastinggelden, het effect voor veel universitaire bestuurders, ambtenaren en docenten blijft hetzelfde: heel veel extra werk, heel veel rapporten. Zo heeft Letschert enige tijd geleden rond de kwaliteitsafspraken zelfs wekelijkse stafvergaderingen in het leven geroepen die om acht uur ’s morgens beginnen, en ook wel eens om zeven uur. Dat mag in het academisch ziekenhuis normaal zijn, op de Berg is het dat allerminst.

Waar gaat het om? Komend najaar ondergaat de UM een drietal controles.

 

Controle 1

De eerste betreft de ‘instellingstoets kwaliteitszorg’, een reprise na de introductie van het verschijnsel in 2011. Intern is men er al anderhalf jaar mee bezig. Die procedure is nu bijna afgerond, het rapport is ongeveer klaar om naar de universiteitsraad te gaan. De Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie NVAO, de controlerende instantie, vat het doel bondig samen. Beoordeeld wordt “in hoeverre het kwaliteitszorgsysteem van de instelling en de daarbij horende werkwijzen robuust zijn en of binnen de instelling een duurzame kwaliteitscultuur tot stand is gekomen. Een positief oordeel over alle standaarden bevestigt dan het vertrouwen in de instelling. De instellingstoets zegt niets over de kwaliteit van de opleidingen; deze worden apart beoordeeld.” Maar dan wel volgens een lichter protocol, belooft de NVAO. Dat beloofde men vorige keer overigens ook, zonder veel resultaat.

Zal de UM aan de eisen voldoen? Daar heeft men wel vertrouwen in. Letschert lichtte vorige week tijdens een bijeenkomst voor beleids- en onderwijsmensen in het plaatselijke Van der Valk-hotel een tipje van de sluier op; de ITK-zelfstudie wordt namelijk zelfs in de raden achter gesloten deuren behandeld omdat het college van bestuur niet wil dat de NVAO een en ander in de krant leest voordat het rapport daar op de mat valt.

Letschert: “De hoofdvragen zijn: waar scoren we goed, wat kan beter?” Een belangrijk punt betreft de onderwijsvisie van de UM. Die concentreert zich vooral op het probleemgestuurd onderwijs. Dat het PGO aan slijtage onderhevig is, dat er veel varianten bestaan en dat het niet altijd duidelijk is of daar nog van PGO gesproken mag worden: het wordt in de rapportage straks niet verheeld. Want een groepsgrootte van twaalf is allang niet meer gemeengoed. En toetsing via multiple choice? Letschert: “Sommige faculteiten doen nauwelijks iets anders, maar past dat binnen het PGO? De toetsing kan beter, met een betere mix van vormen.” Het PGO moet ‘gerevitaliseerd’ worden; Letschert is niet de eerste rector die dat zegt. Haar voor-voorganger Gerard Mols hamerde er al op, zonder succes. Onder zijn opvolger Luc Soete werd in 2014 het instituut Edlab opgericht, een poging om onderwijsvernieuwing structureel binnen de UM te verankeren. Edlab is dit jaar in opdracht van de huidige rector begonnen met het ‘Edview’-project rond PGO waarvan de uitkomsten straks aan het NVAO-panel zullen worden getoond.

Andere topics: de ‘logistiek’ van het onderwijs, examencommissies en hun werkwijze, de besturing van het onderwijsproces, en ontwikkeling en vernieuwing. Letschert over dat laatste: “We hebben vaak mooie plannen, maar de uitvoering is niet altijd goed.”

 

Controle 2

Het NVAO-panel dat in oktober langs komt zal niet alleen de ITK-prestaties beoordelen, maar ook de gevraagde verlenging van het internationaliseringskeurmerk. Dat is een Europees kwaliteitsstempel dat in België en Nederland is uitbesteed aan de NVAO. Tot nu toe kregen alleen Wageningen en Maastricht dit certificaat. Ook hiervoor moet weer een uitgebreide rapportage worden ingeleverd. Het certificaat is vooral nuttig, zo zegt de Europese instantie die het organiseert, voor PR-doeleinden, voor de branding van een instelling. Aan die instelling dus de afweging of dat doel alle moeite rechtvaardigt.

 

Controle 3

En tot slot de ‘kwaliteitsafspraken’ die het hoger onderwijs door de minister zijn opgelegd. En die vervolgens zijn gekoppeld aan de besteding van het geld dat door afschaffing van het leenstelsel vrij is gekomen, de zogenoemde studievoorschotmiddelen. Dat gaat letterlijk om miljoenen per universiteit. Geld komt er alleen als ze het aan bepaalde onderwijsdoelen uitgeven, en vooral ook aantoonbaar dááraan uitgeven. Daar is dus een heel controlecircus voor opgezet waar nu ook de NVAO bij is ingeschakeld. Landelijk zijn zes thema’s afgesproken, onder meer met de studentenbonden. Dan gaat het bijvoorbeeld over kleinschalig intensief onderwijs, over betere begeleiding van studenten, over ‘professionalisering’ van docenten. Letschert gaf ook hier een voorproefje van de UM-inbreng. Zo stelt de UM streefdoelen vast die per 2020 of 2022 gehaald moeten zijn.

Zoals: onderwijsgroepen in de eerste twee jaren van de bachelor tellen tegen die tijd twaalf tot maximaal vijftien leden. En ook: de maximale wachttijd voor de studentenpsycholoog is niet langer dan twee tot vier weken. En: in de eerste twee jaar van de bachelor heeft iedere student een mentor, een docent of studiebegeleider, die in de eerste zes maanden hoe dan ook een gesprek houdt met zijn pupil.

Qua faciliteiten: onderzocht wordt of de bibliotheek en andere learning spaces 24/7 open kunnen zijn in de piekperiodes. Alle vragen van dien aard liepen in het verleden overigens altijd stuk op de onmogelijkheid daar begeleidend personeel voor in te zetten, dus het is de vraag of het aangekondigde experiment zal slagen.

Tot slot nog iets over docentenprofessionalisering. Het doel is dat over vijf jaar docenten in alle faculteiten mee moeten doen aan een programma van continuous professional development. Het loutere behalen van de basiskwalificatie onderwijs BKO wordt niet meer genoeg geacht. “Om te zorgen dat de hieraan te besteden uren de werkdruk niet nog verder verhogen”, zegt Letschert, “zullen faculteiten het budget moeten gebruiken om nieuwe docenten aan te trekken”.

 

Beter onderwijs?

De plannen zijn mede ontwikkeld op basis van gesprekken in besloten onderonsjes tussen faculteitsraden, opleidingscommissies en een delegatie van de universiteitsraad, samen met de rector. Letschert wilde graag brede input (andere universiteiten doen wat moeilijker over de medezeggenschap) maar vond openbare vergaderingen geen goed idee. Ook andere betrokkenen huldigen de mening dat het niet handig is “als de gevoeligheden meteen op straat liggen”. En dus zichtbaar zijn voor de NVAO als controlerende instantie.

In de faculteiten valt intussen een groeiende weerstand te bespeuren tegen alle centraal georganiseerde plannen en activiteiten die van de Berg afrollen. Liever bedenkt men eigen projecten, eigen initiatieven. De bewegingsvrijheid daarvoor neemt af.  

Letschert staat echter met de rug tegen de muur. De kwaliteitsafspraken zijn, anders dan vorig jaar toen faculteiten daar grotendeels hun eigen invulling aan konden geven, voortaan geldig voor de universiteit als geheel. Dit op last van de minister. Dat betekent dat de centrale universitaire organen een hoofdrol spelen. Het college van bestuur dient, na goedkeuring van de universiteitsraad, straks de plannen in Den Haag in. Letschert zegt de faculteiten zo veel mogelijk ruimte te willen geven voor eigen beleid, maar de grote lijnen blijven voor rekening van het college en de universiteitsraad. De U-raad heeft het laatste woord over de facultaire plannen.

Waar her en der ook vraagtekens bij worden gezet is de noodzaak van al deze controlemechanismen, die vooral leiden tot heel veel papierwerk. In het kader van de kwaliteitsafspraken zal voortaan zelfs jaarlijks moeten worden gerapporteerd. Slaat de overheid hier niet door? Moeten universiteiten per se intern een heel raderwerk opzetten, alleen maar om te voldoen aan het verlangen naar meer controle?

En de hamvraag: leidt dit alles uiteindelijk tot beter onderwijs? Rector Letschert: “Intern hadden we hier al een goede overlegstructuur opgetuigd, de UM scoort altijd goed op dit terrein, heraccreditaties leveren bijna nooit problemen op. Kortom, wij zijn voortdurend bezig met onderwijskwaliteit, we hebben die ITK al, wat leveren die kwaliteitsafspraken dan nog op? Het een òf het ander, dat zou al meer dan genoeg moeten zijn.”

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: