Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Nieuwe toetscultuur: minder cijfers, meer zelfsturing

Nieuwe toetscultuur: minder cijfers, meer zelfsturing

Photographer:Fotograaf:

Loraine Bodewes

MAASTRICHT. De toetscultuur aan de Universiteit Maastricht moet op de schop. Studenten afrekenen op cijfers aan het einde van ieder blok? Dat is niet langer meer het uitgangspunt. Er zou meer variatie moeten zijn, vindt een speciale werkgroep onder leiding van rector Rianne Letschert. Feedback, zelfsturing en reflectie: dat zijn de kernwoorden. Een ambitieus plan. Vorige week woensdag stemde de universiteitsraad ermee in.

Wat wil de universiteit dat haar studenten hebben bereikt aan het einde van hun opleiding? Een cijferlijst met zessen en zevens of hopelijk hoger? Een rugzak vol zelfkennis? Of beide? Op Maastrichtse faculteiten wordt nu vooral ‘summatief’ getoetst, met een focus op cijfers. Maar dat stimuleert de ontwikkeling van de student niet, althans niet op zo’n manier dat hij voldoende reflecteert op z’n leerproces, en leert van de toets.

“Met een examen aan het einde van een blok stuur je heel erg: dit en dat moet je leren en bij te veel foute antwoorden, ben je gezakt. Maar haal je een 5,5, dus net een voldoende, dan weet je eigenlijk een heleboel niet. Dat is zonde”, zegt Sylvia Heeneman, hoogleraar medisch onderwijs aan de faculteit Health, Medicine and Life sciences en vicevoorzitter van de werkgroep. “We moeten meer aansluiten op het probleemgestuurd onderwijs; je wilt dat toetsing en onderwijs samenhangen. Nu kunnen die – denk bijvoorbeeld aan meerkeuzetoetsen aan het einde van een blok – te veel van elkaar loszingen. En niet dat die toetsvorm per se weg moet, nee, want soms passen kennisvragen bij het vak. Dan is het een goede keuze en te verantwoorden. Maar je moet ook naar alternatieven kijken.”
Kennis is één onderdeel, wil ze maar zeggen. Studenten moeten ook andere competenties ontwikkelen waarop ze “betekenisvol” worden beoordeeld. “Daarvoor ligt er een heel palet aan toetsvormen waar we relatief weinig gebruik van maken.”

In het document Moving from an assessment culture of testing toward a culture of feedback and development verwijst de werkgroep naar opleidingen die al bezig zijn met een nieuw curriculum zoals rechtsgeleerdheid en geneeskunde. Door die herziening is het ‘makkelijker’ om een andere vormen van beoordelen te integreren in het onderwijs, stellen ze.
In het nieuwe curriculum van de bachelor geneeskunde, dat waarschijnlijk in 2022 wordt ingevoerd, zullen studenten, net als nu, nog steeds een portfolio gaan bijhouden met wat ze allemaal leren en doen. Maar het portfolio wordt belangrijker, het wordt de kern van de studievoortgang, de basis van ‘programmatisch toetsen’. Heeneman: “We gaan met die herziening terug naar de pioniersgeest.”
Bij de oprichting van de universiteit, met een opleiding geneeskunde in 1974, wilde men uitdrukkelijk géén ‘summatieve’ toetsen. Die zouden verkeerd studiegedrag in de hand werken. De student moest zelf op zoek naar informatie en leren uit eigen interesse. Toetsing in de blokken was alleen ‘formatief’; de voortgangstoets (vgt) werd gebruikt om de vorderingen van studenten te meten.
Die vgt is er nog steeds voor Maastrichtse artsen in spe, maar in tegenstelling tot bijna vijftig jaar geleden wordt die in het nieuwe bachelor-curriculum niet meer leidend, maar onderdeel van een breder toetsingsprogramma. Heeneman: “In de master geneeskunde en de master arts-klinisch onderzoeker werken we al op die manier.”

Er ligt dus een ambitieus plan van een werkgroep, maar hoe pakt dat uit in de praktijk? Docenten hebben al zoveel werk op hun bord, draagt dit bij aan een vermindering van de werkdruk of juist niet? Dat vroeg Jenny Schell, raadslid namens het wetenschappelijk personeel, zich twee weken geleden hardop af tijdens de vergadering van een U-raadscommissie waar het plan werd besproken. Studentlid Phineas Shapiro deelde haar zorgen. “Het geven van persoonlijke feedback aan studenten kost veel tijd.”
“De gevolgen zijn groot voor veel van onze collega’s”, onderstreept de werkgroep in het document. Docenten zullen andere vormen van toetsen moeten ontwikkelen in samenspraak met collega’s. Ze krijgen een meer coachende rol. Studenten zullen enerzijds de voordelen zien van “meer keuzevrijheid en verantwoordelijkheid”, maar willen anderzijds ook een cijferlijst die ze kunnen overhandigen aan de toekomstige werkgever. Daarom is communicatie belangrijk, stelt de werkgroep. Leg aan studenten uit wat een nieuwe manier van beoordelen oplevert, waarom het gerechtvaardigd is.

De nota is geschreven met het oog op de kwaliteitsafspraken (thema: studiesucces). Dat zijn plannen die hogescholen en universiteiten hebben gemaakt met het ministerie van Onderwijs om aanspraak te maken op het geld dat is vrijgekomen na de afschaffing van de basisbeurs in 2015.

Het plan kan niet van de ene op de andere dag worden ingevoerd, zei rector Rianne Letschert onlangs in de U-raadscommissie. Het is de bedoeling dat faculteiten het document als uitgangspunt nemen bij de herziening van hun toetsingprogramma. Van een verplichting is geen sprake. Om de werkdruk van de staf niet nog meer te verhogen kan het invoeren van die andere ‘toetscultuur’ synchroon lopen met de periodieke herziening van het curriculum. Faculteiten gaan daar om de zoveel jaar mee aan de slag.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)