Het voelt als een klap in het gezicht. Op de eerste dag van het pensioen verdwijnt je e-mailadres, werkt de UM-kaart niet meer en is je lijst met wetenschappelijke publicaties van de UM-website verdwenen. “Een administratieve dood”, noemt iemand het. En die ervaren velen als kwetsend. Net als het smeken bij de leidinggevende om het behoud van het mailadres, voor wetenschappers toch de life line naar collega’s; een ritueel dat zich iedere twee jaar noodgedwongen herhaalt omdat de verlenging beperkt geldig is. Al kunnen hoogleraren dit meestal makkelijker regelen dan universitaire (hoofd) docenten.
Ook zijn ze vanaf dag één van hun pensioen verstoken van het laatste universitaire nieuws, de wekelijkse UM-mail valt - als ze hun account al konden behouden - niet meer in hun mailbox. Het stuit op onbegrip: waarom wordt er voor de oud-studenten een hele organisatie opgezet en zijn oud-medewerkers uit het oog, uit het hart? Het kan ook anders, ziet een deelnemer: zijn vrouw kreeg na haar 65ste iedere kerst een geschenk van haar werkgever.
Pionierstijd
Aagje Swinnen, hoogleraar Aging Studies, en drie junior-onderzoekers, Hadewych Honné, Ilya Malafei en Mara Stiber, interviewden 26 (bijna) gepensioneerde onderzoekers: zeven vrouwen, negentien mannen, van docent tot hoogleraar, gespreid over de faculteiten. Dit gebeurde in focusgroepen en met steun van het Diversity and Inclusivity Office van UM en het Centrum voor Gender en Diversiteit. Het doel: een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van een beleid rondom pensionering.
Waarom alleen wetenschappers? “Ik ben zelf wetenschapper en ken die literatuur het beste. Het was een pragmatische overweging, ik had beperkte middelen en moest kiezen. Natuurlijk is het ondersteunend personeel net zo belangrijk.”
De 26 ondervraagden behoren grotendeels tot de generatie die de universiteit heeft opgebouwd en denken met veel genoegen terug aan die pionierstijd, toen de UM een wereld was “vol mogelijkheden en aspiraties”. Veel deelnemers, zo schrijven Swinnen en co in ‘Care is what you miss from the organisation’: Experiences of pre- and post-retirement academic staff at Maastricht University, identificeren zich met hun wetenschappelijk werk. Ze genieten van het contact met collega’s, met de studenten, en koesteren hun bijdrage - via hun onderzoek en onderwijs - aan de samenleving. De oprukkende bureaucratie van de laatste decennia, met zijn regels en regeltjes die hun autonomie danig aantastten, zagen en zien ze met lede ogen aan. Net als de nadruk op kwantiteit in onderzoek, lees het aantal publicaties, in plaats van op kwaliteit. Het heeft een negatieve invloed op de kwaliteit van het onderwijs en onderzoek, maar ook op het welzijn van de medewerkers.
Rouwproces
Hun eigen welzijn heeft bij de meerderheid een knauw gekregen door hun (naderende) pensionering. De een spreekt van een “rouwproces”, van het verlies van een maatschappelijke rol, nummer twee heeft het gevoel dat hij weg moest omdat men vond dat hij “de nieuwe ontwikkelingen niet meer kon of wilde bijbenen”. Maar begrijp hen niet verkeerd: ze erkennen allemaal de noodzaak om niet nodeloos te blijven hangen en beseffen dat ze taken moeten overdragen aan jongere collega’s, maar dat moet wel in overleg met hen, hun baas en HR-adviseur gebeuren.
Dank voor je bijdrage
Hoe ze ook zijn vertrokken, veel zorg en empathie vanuit de UM was er niet. “Ik was onaangenaam verrast dat er helemaal geen beleid was. Er was niet eens een exitgesprek, er was geen officieel einde.” Verderop in het rapport vertelt een ander: “Ik kreeg in februari, maart een brief van de universiteit, en in september nog een, ze waren bijna identiek, dat je je zaken moest regelen, ook met het ABP. En voor de rest, er was een zin, ‘dank voor je bijdrage’. Dat was het. Als het zo overal gaat, is dat nogal slecht, om eerlijk te zijn.” Ook over HR zijn veel deelnemers negatief: “Vroeger stond de HR-afdeling losser van de faculteiten en dat maakte de HR-adviseurs onafhankelijker. Nu is dat anders. De persoon luisterde absoluut niet naar mij, maar alleen naar mijn baas.” En: “Ik had een gesprek met HR of ik wat langer kon blijven. Niets, werkelijk niets was mogelijk.”
Slagroom op de taart
En dan is er nog de laatste dag: een mooi afscheid is een belangrijk “overgangsritueel”, schrijven Swinnen en co. De verschillen blijken enorm: de een krijgt een groot feest betaald door de faculteit - denk aan onder anderen hoogleraren die een afscheidsrede houden - de ander vertrekt met stille trom of na een kopje koffie met de collega’s. Leidinggevenden zouden met de toekomstige pensionado’s moeten overleggen of, en zo ja hoe, ze hun afscheid willen vieren, vinden de ondervraagden. Juist omdat het de “slagroom op de taart” kan zijn, zoals iemand uitlegt, en je een slecht afscheid nooit meer goed kunt maken.
We willen je hier niet meer zien
Of ze nu met tegenzin of juist uit volle overtuiging met pensioen zijn gegaan, ze vinden allemaal dat oudere academici nog steeds een hoop te bieden hebben. Laat je hen vertrekken dan raak je een schat aan ervaring, kennis en vaardigheden kwijt. “Een gepensioneerde collega had goede ideeën, was nog heel betrokken bij projecten, maar hij kreeg te maken met een onvriendelijke bejegening: ‘wij willen je hier niet meer zien’, was de boodschap.”
Zorg voor maatwerk, is het devies: de een is gebaat bij een kleine onderzoeksaanstelling na het pensioen, of een mentorschap of andere onderwijsrol, een ander gedijt juist door het langzaam afbouwen van het aantal werkdagen voor het pensioen, om na het afscheid ook echt de deur te sluiten. Zie de oudere niet als een last, klinkt het, maar als een hulp. De meesten weten heus wel wanneer het tijd is om een stapje terug te doen. En, zo zeggen ze zelf, gesteund ook door wetenschappelijk onderzoek: ze zijn niet meer of minder rigide en wars van nieuwigheden dan jongere generaties. Ze zetten de hakken niet in het zand bij ieder nieuw plan, al wordt dat wel vaak gedacht.
UM take care
De belangrijkste slotsom van het onderzoek: heb aandacht voor de wensen van medewerkers, vóór hun naderend pensioen én daarna. Praat met ze, luister wat ze nodig hebben, geef verschillende opties want niemand is hetzelfde, wees transparant, honoreer institutioneel geheugen en zorg dat iedereen zijn mailadres en andere faciliteiten behoudt. Kortom: UM take care.