In Memoriam Hans Crombag

Hans Crombag, 1992

In Memoriam Hans Crombag

Samen met Job Cohen schreef Crombag een plan voor het curriculum van de jonge Maastrichtse rechtenopleiding

08-07-2026 · In Memoriam

Op 24 juni overleed Hans Crombag, "wegbereider van de Nederlandse rechtspsychologie". Prof. Harald Merckelbach schreef dit In Memoriam.

Op 24 juni 2026, kort na zijn 91ste verjaardag, overleed Hans Crombag. Het is goed om bij zijn betekenis stil te staan, want zonder hem waren wij hier waarschijnlijk niet en zouden we vermoedelijk bezig zijn met andere dingen.

Crombag (1935) promoveerde in 1968 op een proefschrift aan de UvA. De laatste stelling bij zijn proefschrift luidde dat Maastricht een universiteit verdient, iets waarmee zijn opponenten het grondig oneens waren (“Maastricht is te klein!”).

Het zou nog jaren duren voordat hij de gang naar Maastricht zou maken. In Leiden bouwde hij een instituut op dat zich bezighield met de vraag hoe juristen het beste kunnen worden opgeleid. Hoe analyseren juristen zaken? Wat denken zij te weten over getuigen, slachtoffers en verdachten? Dat zijn vragen over waarnemen, herinneren, verhalen vertellen en beslissen: vragen waarop de psychologie verstandige antwoorden heeft. Die gedachte werkte hij uit in Een Theorie over Rechterlijke Beslissingen (1977), een voorloper van wat later de theorie van de anchored narratives zou worden.

Inmiddels was Crombag bijzonder hoogleraar Rechtspsychologie aan de Leidse, maar ook Antwerpse universiteit. En hij was een gevreesd columnist, die onder het pseudoniem Hendrik Achterberg, in het universiteitsblad Mare bestuurders en politici graag van katoen gaf. Daarbij toonde hij zich een meesterlijk stilist (“een zwakke minister herkent men aan de zichtbaarheid van zijn ambtenaren”), iets wat hij later zou perfectioneren in zijn columns voor NRC Handelsblad. Wie ooit met hem een manuscript besprak, weet hoe genadeloos precies hij kon redigeren. Uit respect voor de lezer.

Crombag was het type geleerde dat zich niet liet managen. Toen op zeker moment een Leidse universiteitsbaas vond dat stukken voor de pers vanuit Crombag’s instituut voortaan eerst goedkeuring behoefden, was zijn commentaar: “kun u dat nog een keer heel langzaam herhalen, want ik geloof dat ik u niet goed heb begrepen?” Dat was geen bravoure. Hij had een feilloos oog voor gewichtigdoenerij en geen enkele neiging die te ontzien.

Samen met Job Cohen schreef Crombag een plan voor het curriculum van de jonge Maastrichtse rechtenopleiding. Het idee van probleemgestuurd onderwijs paste perfect bij hun beider idee dat juridisch denken gevormd wordt door studenten op te leiden in een grondige casusanalyse. Die bemoeienis resulteerde uiteindelijk in zijn komst naar de Maastrichtse universiteit, waar hij aan de juridische faculteit hoogleraar Sociaal-Wetenschappelijke Aspecten van het Recht werd. Daar ontstond het idee van Dubieuze Zaken: De Psychologie van Strafrechtelijk Bewijs (1992), dat hij schreef met zijn kompanen Willem Albert Wagenaar en Peter van Koppen. Met dat boek kreeg de rechtspsychologie in ons land definitief vaste grond onder de voeten. Maastricht liep daarin voorop.

Het boek ging over missers in Nederlandse strafzaken en het vergde eigenwijsheid en onverschrokkenheid om het te schrijven. Aanvankelijk werd het boek door sommige strafrechtjuristen met dedain ontvangen. Dat veranderde toen Crombag en zijn medeauteurs als getuige-deskundigen een beslissende rol speelden bij het rechtzetten van enkele onterechte veroordelingen. Daarna viel moeilijk meer vol te houden dat strafrecht zonder psychologie kan.

Onderzoekssubsidies heeft Crombag nooit willen aanvragen. Het circus daaromheen stond hem tegen: “I never entered into that game. I sometimes boast to have been the last academic in the country who never obtained a research grant and still managed to survive in academia” (How I got started; Applied Cognitive Psychology, 2014).

Ondertussen werkte Crombag met studenten en jongere collega’s aan experimentele studies die school maakten (crashing memories, collaborative storytelling etc.). En hij was actief als docent, zowel aan de Antwerpse en Maastrichtse rechtenfaculteiten, maar later ook aan de Maastrichtse psychologie-faculteit. Daar maakte hij met zijn colleges en als tutor diepe indruk op studenten. Dat had alles te maken met zijn eloquentie. En zijn eruditie: want of het nu ging over Napoleon en zijn wetboeken, de Amerikaanse wetgeving over hate speech, of besliskunde volgens Tversky en Kahneman, Crombag kon er met groot gezag over praten. Hij sprak in mini-essays en als hij klaar was, hoopte je dat hij het op een dag zou opschrijven.

Hans Crombag was wegbereider van de Nederlandse rechtspsychologie. Wie vandaag in Maastricht rechtspsychologie doceert of studeert, werkt nog altijd in het huis dat hij heeft helpen bouwen. We kunnen niet meer naar hem luisteren. Maar zijn boeken en artikelen zijn er nog altijd: even scherp en even eigenzinnig als de man zelf.

Harald Merckelbach

Auteur: Redactie

Foto: Nelis Tutkey

Categoriëen: IM
Tags: IM, in memoriam, hans crombag, rechtspsychologie

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.