Afgelopen maandag konden alle leden van universiteitsraad, faculteits- en dienstraden zich melden voor een ‘dag van de medezeggenschap’, een eindje buiten de stad in ‘Buitenplaats Vaeshartelt’. Want met die medezeggenschap gaat niet alles naar wens, memoreerde U-raadsvoorzitter Jonathan van Tilburg tijdens de opening. En inderdaad, de opkomst was daar een illustratie van: nog niet de helft van alle raadsleden kwam opdagen, waarbij vooral de studenten het lieten afweten.
Meer algemeen geldt dat de opkomst bij verkiezingen vaak laag is, opnieuw: zeker onder studenten. Bepaalde categorieën zijn vaak überhaupt niet vertegenwoordigd in de raden, zoals de masterstudenten. Die komen binnen als de nieuwe raden al verkozen zijn, en vertrekken na de verkiezing van de volgende lichting. Of promovendi, of senior staf: ook vaak afwezig in de raden. Misschien, zo zei de eveneens aanwezige voorzitter van het college van bestuur Martin Paul, moet het hier niet zozeer gaan om medezeggenschap, maar om participatie. Hoe krijgen we studenten en medewerkers zo ver dat ze meedenken over het beleid? Het Strategisch Programma is met inbreng van velen geschreven, maar als je wilt dat het straks werkt, blijft die inbreng noodzakelijk, zei hij.
Dat roept wellicht om andere vormen van democratie, bijvoorbeeld om ‘townhall meetings’ of ‘werkvloer meetings’ over bepaalde thema’s. Alleen al om erachter te komen wat er in de universitaire gemeenschap leeft.
Want dat bleek in vele groepsbrainstormsessies wel een van de heetste hangijzers: wij, de mensen in de raden, weten lang niet altijd wat er speelt. “Hoe komen we daarachter”, vroeg U-raadsvoorzitter Jonathan van Tilburg zich af. Maar er is ook een andere kant: raadsleden voelen zich vaak bedolven onder de documenten. Niet een tekort maar een overdaad aan informatie, waardoor men door de bomen het bos niet ziet, is tenminste zo funest. En hoe organiseer je dat de informatie van de ene raad ook voor de andere toegankelijk is, zodat niet overal het wiel hoeft te worden uitgevonden? Een UM-breed digitaal platform dat makkelijk toegankelijk is en waar de informatie gestructureerd wordt gepresenteerd: het zou een oplossing kunnen zijn. Blijft de prangende vraag die in meerdere groepen ter sprake kwam: als de UM waarden als verantwoordelijkheidsgevoel, samenwerking, transparantie en openheid zo belangrijk vindt, waarom speelt zich dan zo veel van wat de raden doen achter gesloten deuren af? Waarom altijd die vertrouwelijkheid? Zorg dat openbaarheid de norm is en wijk daar alleen gemotiveerd van af, aldus een van de aanbevelingen.