Veni, Vidi, Foetsie

Medewerkerscolumn

10-04-2017

Het wordt steeds moeilijker om een onderzoekbeurs van NWO te bemachtigen. Het Rathenau Instituut meldde vorige week dat dit jaar slechts 14 procent van de ingediende Veni-aanvragen worden gehonoreerd. Ik ben lid van de Vidi-commissie economie en bedrijfskunde en daar is de kans van slagen zelfs nog lager: dit jaar wordt minder dan een op de acht ingediende voorstellen gehonoreerd. Een goed voorstel schrijven kost twee tot drie maanden voltijds. Zeven van de acht aanvragers hebben dus maanden voor niets aan een voorstel gewerkt.

De slagingskans van een NWO-onderzoekaanvraag is de afgelopen jaren gedaald. Dit komt vooral doordat het aantal aanvragen is toegenomen. Het paradoxale is dat ondanks dat de kans van slagen daalt, de tijd en moeite die wordt gestoken in een aanvraag toeneemt. Universiteiten huren professionele presentatiecoaches in om kandidaten voor te bereiden op hun presentatie voor de Veni- en Vidi-commissies. Kandidaten nemen ook gelikte powerpoint-presentaties mee. Aan de presentatie en de powerpoint-dia’s kun je tegenwoordig aflezen van welke universiteit iemand komt. De UM onderscheidde zich dit jaar door haar professionele powerpoint-presentaties, bij de Erasmus universiteit laten ze de kandidaten allemaal door dezelfde presentatiecoach voorbereiden.

Het belang dat aan een NWO-beurs wordt gehecht neemt ook toe. Universiteiten stellen steeds vaker het verwerven van een NWO-subsidie als voorwaarde voor een vaste aanstelling als universitair docent of hoogleraar.

Een slagingskans van 12-14 procent is een verspilling van tijd en moeite en werkt demotiverend. Van verschillende kanten zijn de afgelopen weken voorstellen gedaan om hier iets aan te doen. De Pavlov-reactie is om meer geld te vragen. Dit is evenwel geen oplossing. Meer geld lokt vooral meer aanvragen uit, zonder dat het honoreringspercentage omhoog gaat. Een ander voorstel is dat universiteiten niet meer dan vier keer zoveel aanvragen mogen doen als het aantal gehonoreerde voorstellen in het voorgaande jaar. Dit zou vooral universiteiten die het toch al goed doen bevoordelen (en het zou nadelig zijn voor de UM die het niet zo goed doet). Een voorselectie door universiteiten leidt ook tot vriendjespolitiek en machtstrijdjes binnen universiteiten.

Een beter voorstel is om bij voorbaat kansloze voorstellen te weren. Het ‘track record’ van de kandidaat heeft het grootste gewicht bij de toekenning van een NWO-beurs. Zonder publicaties in toptijdschriften is de kans op een Veni- of Vidi-beurs heel gering. Door te eisen dat kandidaten tenminste enkele toppublicaties hebben, zou het aantal aanvragen flink omlaag gaan. Meer zelfinzicht van kandidaten over hun kans van slagen kan veel overbodig werk en teleurstelling voorkomen.

Wim Groot, hoogleraar gezondheidseconomie en hoogleraar evidence based ecucation

Veni, Vidi, Foetsie
WimGroot
Auteur: Redactie
Categoriëen: nieuws_boven
Tags: wim

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.