Kleerkasten vind je niet alleen bij IKEA, maar ook bij UM Sport. De vooroordelen over deze ‘zware jongens en meiden’: ze eten de hele dag kip, hun IQ reikt niet ver boven de honderd en ze laten hun gewichten onnodig hard op de grond stuiteren. In aanloop naar het Nederlands Studenten Kampioenschap Powerliften sprak Observant met vijf van hen en vroeg hen naar deze vooroordelen, hun motivatie, dieet, trainingsschema, en fitnesservaringen.
Blij dat ik gezond ben
“Een gewichtheffer wil zoveel mogelijk gewicht boven zijn hoofd tillen”, vertelt de Duitse Georg Heyenrath (26), net begonnen als promovendus bij de School of Health Education, en sportinstructeur bij UM Sport. “Het leuke is de combinatie van kracht en techniek. De twee onderdelen van het gewichtheffen, de snatch en de clean and jerk, zijn relatief lange bewegingen waarbij je de stang van de grond tot boven je hoofd beweegt. Wij knippen deze in kleine stukjes en trainen alle delen afzonderlijk, meestal met meer gewicht dan bij het volledige onderdeel.” Gewichtheffers trainen heel gevarieerd. “Denk aan verschillende pull-, push-, schouder-, rug-, en squatoefeningen, maar ook aan sprinttrainingen om de explosiviteit te trainen.”
Het vooroordeel dat gespierde mannen en vrouwen dommeriken zijn die alleen maar rijst en kip eten, lacht Heyenrath weg. “Je moet er juist slim voor zijn. Er zit een hele wetenschap achter.” Hij eet zelf maar één keer per twee weken vlees en haalt zijn eiwitten vooral uit zuivelproducten. Sinds hij tien jaar geleden begon met trainen vindt hij zichzelf aantrekkelijker geworden, maar vooral het lichaamsbewustzijn dat je ontwikkelt, waardeert hij aan de sport. “Je realiseert je wat je lichaam allemaal kan en hoe blij ik kan zijn dat ik gezond ben.”
Tilt twee keer haar lichaamsgewicht
Susanne Sivonen (20), derdejaars European Law, is sterker dan de gemiddelde mannelijke UM-student. Deze Finse powerlifter bankdrukt maar liefst 67,5 kilo en deadlift 110 kilogram, bijna twee keer haar lichaamsgewicht.
Komende zaterdag doet ze mee aan het Nederlands Studenten Kampioenschap (NSK). Hiervoor traint ze soms zeven dagen per week tot ongeveer twee uur per dag. Toch is het wedstrijdelement niet haar belangrijkste motivatie: “Vooral het sociale van de sport vind ik leuk. De sfeer in de UM-gym is geweldig.”
In aanloop naar het NSK is haar dieet cruciaal: “Ik eet vijf keer per dag. Mijn ontbijt bestaat uit havermout en een proteïneshake. Ik eet twee keer per dag rijst met groenten en kip. En dan mag ik nog twee snacks; bijvoorbeeld een eiwitshake, Griekse yoghurt met fruit of wat amandelen.”
Het leuke aan powerliften is dat “je aan de kilo’s die je tilt heel makkelijk je progressie kan zien. Als je je te veel focust op looks wordt het op een gegeven moment moeilijk om vooruitgang te zien.”
De powerlifters hebben een aanzienlijk grotere sporttas nodig dan bodybuilders. “Je hebt speciale squatschoenen met een hogere hak, een lifting-riem, knee sleeves, lange sokken (om je schenen te beschermen), polsbanden, een topje en een T-shirt.”
Weegt zijn havermout en bosbessen zorgvuldig af
Horia Schiopu (21), derdejaars Maastricht Science Program, is waarschijnlijk de meest afgetrainde atleet van de UM Sportgym. Het bodybuilden zit hem in de genen: “Mijn vader was vroeger bodybuilder en nam me op mijn zestiende mee naar de gym.” Sindsdien is er geen week voorbij gegaan waarin hij niet sportte. Na twee maanden begon hij complimentjes te krijgen: “Dan zie je de newbie gains.”
Op dit moment traint Schiopu voor de Junior World Championships begin november in zijn thuisland Roemenië. Natuurlijk is het esthetische aspect een belangrijke motivatie, maar “het competitie-element houdt de sport leuk”.
“Bodybuilding is 30 procent trainen en 70 procent dieet”, vertelt Schiopu. Hij traint vijf of zes keer per week, een uur tot een kleine twee uur per dag. Zijn havermout, bosbessen, tonijn en rijst weegt hij zorgvuldig af. “Voor elke kilo lichaamsgewicht eet ik drie gram eiwitten per dag.” Deze haalt hij grotendeels uit een brede selectie supplementen. “Een kwart van mijn dieet bestaat uit vet. Als je minder vet eet raakt je hormoonhuishouding uit balans. De rest van de 2600 calorieën die ik dagelijks mag eten zijn koolhydraten.” De discipline van bodybuilding helpt hem ook bij zijn studie: “Als je resultaat wilt, moet je er hard voor werken.”
"Ik word rusteloos als ik niet naar de gym ga"
“Ik zoek altijd mijn grenzen op”, vertelt Pamela Leow (32), onderzoeker bij UM. “Mijn doel is fit worden en blijven. Van sporten krijg ik energie en een veel beter uithoudingsvermogen. Dat je er goed van gaat uitzien (geen grammetje te veel, red.), is voor mij een bonus.” Haar trainingen zijn een combinatie van kracht en conditie. “Ik doe box jumps, push ups en train met losse gewichten, maar ook de HIIT-groepslessen (High Intensity Interval Training) van UM Sport doe ik graag. Na HIIT herstel ik veel sneller dan na hardlopen.”
Haar trainingen plant Leow een week vooruit. “Als iemand me meevraagt om iets leuks te doen, kan ik vaak niet omdat ik naar de gym ‘moet’. Ik schuif daar alleen mee als het écht niet anders kan.”
De Singaporese heeft geen streng dieet: “Ik eet wat ik wil, maar wel gezond. Ik vind toetjes erg lekker, vooral chocoladevla.”
Ze vindt het belangrijk dat mensen trainen. “De normale dagelijkse beweging, vooral op de universiteit, is niet genoeg om gezond te blijven.” Ze kan zich niet voorstellen dat mensen niet sporten. “Ik word rusteloos als ik niet naar de gym ga.”
"Een 'safety-vetje' is goed"
Van mijn moeder mogen de spieren wel wat minder”, vertelt Sybren Reef (26), masterstudent European Studies. “Ik heb gepowerlift en ook de bodybuildingfase heb ik gehad”, maar hij heeft zijn heil gevonden in het olympisch gewichtheffen. Reef traint vijf tot zeven keer per week. “Het gewichtheffen bestaat maar uit twee oefeningen, de snatch en de clean and jerk, maar er komt zo veel meer bij kijken. Denk aan specifieke isolatieoefeningen en techniek.” Gewichtheffen is voor hem puur hobby en ontspanning: “Als ik me slecht of gestrest voel, ga ik sporten.” Een verslaving kan Reef het niet noemen, maar hij wil altijd trainen. “Als ik niet train, merk ik het meteen aan mijn prestaties.”
Toen Reef begon in de gym, woog hij tachtig kilo. “Van al dat squatten groeiden mijn bovenbenen: broeken kopen werd een stuk lastiger.” Inmiddels weegt hij 98 kilo en squat hij meer dan tweehonderd kilo. “Die achttien kilo zijn niet alleen maar spieren hoor, ook vet, maar een safety-vetje is goed in mijn sport. Daarmee voorkom je blessures. Als mijn vetpercentage lager is, heb ik meer last van mijn knieën.”
Tijdens oefeningen is hij gefocust, onbenaderbaar volgens sommigen. Maar dat valt mee, zegt hij. “Ik geef graag tips en als ik gewichten zo hard laat vallen dat de vloer ervan trilt, kun je me daar rustig op aanspreken. De gym is niet van mij alleen”, zegt hij lachend.