Wat is een zwevend dispuut?
Erens: “We hebben geen vaste kroeg, twee keer per maand gaan we integreren [students voor samen borrelen] met een herendispuut, maar dat is dan in hun kroeg. Dus het wisselt. We bestaan pas drie jaar, ik ben van de derde lichting, tradities liggen nog niet vast, we moeten onze weg nog een beetje vinden maar ik ben best trots op waar we nu staan. We studeren allemaal rechten, het is een juridisch dispuut. Ik denk dat mensen het idee hebben dat wij niets anders doen dan debatteren, en dat we een stoffige groep meiden zijn. Ik hoor ook wel dat ze ons poppetjes vinden, meisjes-meisjes. Dat valt wel mee, we zijn heel verschillend. Wel een groep ambitieuze en eigenzinnige dames. Het is niet alleen maar serieus, en ook niet alleen maar zuipen. De gulden middenweg.”
Van der Hoeven, nuchter: “Als iedereen eigenzinnig is lijkt het me moeilijk om een weg te vinden.”
Erens: “Ja, maar er moeten wel dingen gebeuren, dus het punt is altijd: hoe krijg je ze op één lijn? Welke activiteiten gaan we plannen? En de A-tijd, hoe richt je die in? Iedereen heeft z’n eigen ideeën. Maar als voorzitter ben je eindverantwoordelijk.”
Hebben jullie zoiets, Trijntje, een A-tijd?
Van der Hoeven: “Nee, nee, nee, dat is iets voor disputen, bij ons gaat het om lekker klimmen. Met mijn bestuur proberen we wel meer binding te creëren, meer gezamenlijke activiteiten te organiseren. Maar niets is verplicht, borrelen niet, klimmen niet. Het grootste probleem voor ons is dat we zo veel nieuwe leden hebben. Klimmen is de afgelopen jaren een populaire sport geworden, we zijn heel hard gegroeid. Het punt is, je moet gediplomeerde instructeurs hebben. In de klimhal hoeven die nog niet zo ervaren te zijn, buiten wel. En die zijn moeilijk te vinden.”
Op jullie site zie je mensen boven een ravijn tegen een muur hangen. Wat bezielt iemand om dat te doen?
Van der Hoeven: “Je wilt jezelf overwinnen.”
Erens: “Dat is òns motto!”
Van der Hoeven: “Je moet heel erg op je eigen kracht vertrouwen. Er is veel spierkracht nodig, maar ook mentaal moet je sterk zijn. Als je niet goed in je vel zit, en je bent niet zeker over jezelf, dan red je het niet tot de top. Dan heb je de focus niet. En die is nodig. In de klimhal weet ik soms niet of het half acht of half elf is. Je vergeet deadlines, je vergeet ellende. [Tegen Erens] Zou jij niet een keer mee willen?”
Erens kijkt een tikje benauwd: “Ik denk dat ik het eng zou vinden. Maar misschien ook wel lachen.”
Van der Hoeven begint aan een technisch exposé, het gaat over zekeren, voorklimmen, top rope, carabines, touw-slack, multi-pitch, valmeters. En ja, ze is wel eens gevallen, in België. Eenmaal boven konden ze de wandelweg naar beneden niet vinden, het begon al donker te worden en ze besloten dan maar te gaan abseilen. “Ik was al ingebonden, zat vast aan het touw toen de grond onder mijn voeten wegzakte. Ik viel vijf meter naar beneden, dat was de valruimte aan het touw…”
Erens: “Jezus.”
Jij gaat dit niet doen hè?
Erens: “Haha, ik denk het niet, hooguit boulderen.” (Dat is een makkelijkere variant zonder touwen die Van der Hoeven eerder uitlegde.)
Van der Hoeven: “Ik viel, zwaaide terug, een soort grot in, ik kreeg aarde op mijn gezicht, in mijn mond.”
Was je niet bang?
Van der Hoeven: “Nee, ik had het nauwelijks door. Maar ik ben geen kouwe kikker. Ik ben wel bang, maar ik durf ook risico’s te nemen. Ze moeten me dan wel aanmoedigen.”
Erens: “Je angst leren overwinnen, dat is een goede vaardigheid, voor alles eigenlijk. Je angst onder ogen zien, dapper zijn, je niet daardoor laten ondersneeuwen.”
Je niet laten ondersneeuwen; Erens spreekt uit ervaring. Dat ze rechten is gaan studeren heeft een geschiedenis. Ze begon ooit in Eindhoven met hbo-toegepaste psychologie, wilde na een jaar overstappen naar psychologie aan de UM maar de hogeschool stuurde haar papieren twee dagen te laat door naar DUO. Dat hoorde ze toen ze al was aangenomen bij de UM, na een goed assessment. DUO gooide haar uit de procedure, Erens maakte bezwaar, ging in beroep, procedeerde vijf maanden, verloor helaas maar kwam zo wel in aanraking met de juridische wereld. “Ik heb me erin verdiept, de rechter stelde me vragen, ik kon goed uit mijn woorden komen en dacht: dit is leuk. Toen heb ik de switch naar de rechtenstudie gemaakt. Het zou goed kunnen dat dat een betere keus was. Ik heb er geen spijt van.”