Nee, de heren kennen elkaar niet. Ze hebben wel wat gemeen: groot enthousiasme bijvoorbeeld voor het internationale karakter van de UM, voor Aäron Hoeksema een buitenkans omdat hij nu kan rugbyen “met mensen uit de echte rugbylanden, die het al vanaf hun vierde jaar doen”. Gemeenschappelijk is ook een nogal grillige studieloopbaan en een Friese achternaam. Maar de zuidelijke zachte g overheerst, Tim Postema komt uit Best en Hoeksema uit Sodom en Gomorra. Althans, zo noemt hij Hoensbroek: “Veel drugscriminaliteit, vaak in het nieuws.” Grinnikend: “Is niet zo’n pre om daar vandaan te komen.”
Postema struikelt over de naam van zijn organisatie, “mijn Frans is niet al te best”, maar de geschiedenis kent hij dan weer uit zijn hoofd: Aiesec is opgericht in 1948, dus vlak na WO II, door studenten uit verschillende landen, om het onderlinge begrip over de grenzen heen te bevorderen. Aiesec is nu actief in 126 landen, met zo’n veertigduizend leden, dat wil zeggen: mensen met bestuursfuncties.
En wat doen jullie?
Postema: “We geven jonge mensen de kans om leiderschapskwaliteiten te ontwikkelen. In het buitenland. Door vrijwilligerswerk, of door stages, traineeships. Het vrijwilligerswerk is gekoppeld aan de sustainable development goals (SDG’s) van de VN. Een voorbeeld, iemand gaat naar Indonesië, we nemen contact op met onze zusterorganisatie daar, die zet een project op poten over milieuvervuiling en bewustwording maar zelf moet je dan ook van alles organiseren. De omgeving is uitdagend, je ondergaat een cultuurschok, je wordt erbij gecoacht, het is heel leerzaam. En dat geldt ook voor de traineeships, we hebben nu een jongen die bij Tata Consultancy in India zit, met mensen uit allerlei culturen. Dat kunnen goede leiders worden.”
Wat is dat toch met dat leiderschap? 95 procent van de studenten aan de uni wordt toch nooit een leider?
Postema: “Ach, leider is een breed begrip, je kunt het ook in een teamrol zien, een bepaalde manier van je gedragen.”
Hoeksema: “Ik vind het heel goed hoor, die mensen gaan naar het buitenland, zo kun je volwassen worden, verantwoordelijk zijn voor je eigen keuzes. Beter dan dat je als student bij pap en mam blijft en nog steeds hetzelfde baantje bij Albert Heijn hebt als toen je 16 was, toch?”
Postema: “Precies, je niet verschuilen achter anderen, actie ondernemen als je iets ziet wat je niet zint, dat is ook leiderschap.”
Tja, het klinkt altijd zo… rechts.
Postema: “Vind je? Aiesec wordt juist vaak als links gezien, met die nadruk op duurzaamheid.”
Reizen is Hoeksema zelf evenmin vreemd. Uitgeloot voor geneeskunde begon hij aan biomedische wetenschappen aan de UM, een verkeerde keuze, waarna hij industrial design in Eindhoven ging doen (“maar ik ben hier blijven wonen, vanwege het sportteam”). Als uitwisselingsstudent trok hij naar Nieuw-Zeeland, “en als je daar een ferry mist moet je het toch echt zelf oplossen want mama ligt gewoon in bed, aan de andere kant van de wereld”.
De Maraboes organiseren ook vaak tripjes. “We gaan elk jaar op tour, en dan zijn we altijd op zoek naar maraboes, voor een foto of iets anders. In het clubhuis staat een opgezet exemplaar, ik weet niet of dat legaal is, haha. Een keer, in de Berlijnse dierentuin, klommen we over het hek voor een foto, dan komt zo’n beest op je af, 2.50 meter spanwijdte, zijn snavel open; dan ben je héél snel weer terug over het hek. Het zijn echt enge beesten.”
Hoeksema is van het geblokte type, weegt “100 kilo rond”, maar “rugby kan iedereen doen. We hebben er veel scharminkels bij” (hij kijkt de verslaggever schuin aan) “en we zeggen altijd: als je maar kunt tackelen want rond de enkels is iedereen even groot”.
Ja ja, iedereen...
Hoeksema: “Nou ja, je moet wel naar de sportschool. Er is uitgerekend dat twee rugbyers die op volle snelheid op elkaar knallen eenzelfde effect hebben als een frontale botsing met de auto bij 50 kilometer per uur.”
Postema: “Daar wil ik niet tussen staan.”
Hoeksema legt uit wat hij in de sportschool doet. Deadliften, squats, bankdrukken. Postema doet dat ook, toevallig in dezelfde sportschool, maar de gehanteerde kilo’s? Zo’n beetje de helft van die van Hoeksema, blijkt na enig aandringen.
Hoeksema: “En in de kroeg werkt het goed bij de vrouwen.”
Postema: “Nee, je doet het voor jezelf...”
Hoeksema: “Haha, jawèèèèl, alle mannen doen het ook dáárvoor!”
Postema met een toegeeflijke glimlach: “Nou ja, oké.”
Hoeksema: “Maar een goed praatje werkt nog beter.”