Eerst wat uitleggen. Dat Leonard van de Luijtgaarden geen voorzitter van de basketbalclub is bijvoorbeeld. Deze serie loopt in het Nederlands, de geïnterviewden spreken Nederlands met elkaar. Maar “ik ben de enige Nederlander in ons bestuur. We zijn heel internationaal, erg leuk, we hebben geloof ik zo’n veertien nationaliteiten in de club.”
Arlette Lamers: “Wij ook, eens kijken, Spaans, Grieks, Fins, Saoedi-Arabisch, veel Duitsers….”
Van de Luijtgaarden: “Van de SBE natuurlijk, bij ons komen er ook veel uit Duitsland. En uit de rest van Europa, Engeland en de VS. Maar hoe zit het bij jullie met de man-vrouw verhouding?”
Lamers: “Twaalf van de 43 leden zijn man, dus veel meer vrouwen. Mannen zijn moeilijk te vinden.”
Is cheerleaden wel een sport?
Een verontwaardigde blik van Lamers. Maar ja, de verslaggever is niet de enige die visioenen heeft van groepjes meisjes met felgekleurde fluffy pompons die in de pauze van Amerikaanse basketbalwedstrijden de benen ritmisch in de lucht gooien. In de eerste aflevering van deze serie vroeg de voorzitter van Herendispuut Ambiorix zich hetzelfde af. En als het al een sport was, dan in ieder geval “een rare sport”, zei hij. Nou, dat wil Lamers wel even rechtzetten. Maar ze heeft nog niet ademgehaald of Van de Luijtgaarden neemt het al over: “Het is heel intensief.” Hoe hij dat weet? “Ik zag ze bij de Inkom, ze stonden met hun stand vlakbij ons en ik zag ze performen. Dat dansen lijkt niet intensief maar is het wel.”
Lamers: “Ja, ik hoor vaak: die dansen een beetje, maar het is vooral gooien en vangen. Wij stunten.” Gooien en vangen van levende mensen, wel te verstaan. Niet met een balletje.
Wat volgt is een verhandeling over Smoed (spreek uit smo-ed) en Coed teams, de subtiliteiten daarvan laten we hier even buiten beschouwing, De bottomline is: “We stunten en we tumblen, we maken sprongen, salto’s, flikflakken.”
Leonard, weet jij wat een flikflak is?
Van de Luijtgaarden: “Eh, een radslag?”
Lamers: “Nee, je draait achteruit en komt op je handen neer. Het is geen volle salto.”
Later zal er ook nog een ‘arabier flikflak’ langskomen, daar komt wel een radslag aan te pas. Bij wedstrijden is dat voor een jury overigens minder waard dan een dubbele flikflak. En over wedstrijden gesproken, dit studententeam is wel eventjes regerend kampioen van Nederland. Geen studentenkampioen, gewoon kampioen, want veel studententeams zijn er niet. Nog iets: ze hebben zich geplaatst voor het EK in St. Petersburg in juni.
Lamers: “We hopen dat we kunnen gaan. Het kost veel geld, maar tot nu toe lukte het altijd wel met de EK’s. Het WK in Florida, dat is echt te duur. Heel jammer.”
Daar staat dan weer wel tegenover dat ze door tv-shows gevraagd worden om daar hun stunts te doen; op dit moment lopen daar weer gesprekken over.
Lamers meet 1.67 meter. Bij de groepsstunts gebruiken ze voor het betere vliegwerk liever kleinere en lichtere vrouwen. “Ik ben een base, samen met een ander houd ik de voeten van de flyer vast, haar gooien we dan de lucht in. Afgelopen weekend heb ik te veel getraind, ik heb nu pijn in mijn onderrug, mijn houding is verkeerd, ik doe het met een holle rug, daar moet ik aan werken.”
Blessures: cheerleaders weten wat het is. Lamers: “We hadden laatst met UM-Sport een meeting, hoe we het aantal ongelukken kunnen verminderen. Breuken, kneuzingen, spieren verrekt, er gaat geen training voorbij of er gebeurt iets. Van heel UM-Sport gebruiken wij de meeste coolpacks.”
Daar zijn de basketballers mietjes bij.
Van de Luijtgaarden: “Haha, ja, wij hebben minder blessures gelukkig. Maar het gebeurt wel, vooral enkelbanden zijn kwetsbaar. Basketbal is een sport met veel fysiek contact, daar hou ik wel van maar als je springt en neerkomt op iemands voet heb je een probleem. Ik heb zelf een keer een hersenschudding opgelopen. Ik rende op vol tempo, de bal komt eraan, ik spring om ‘m te vangen, maar een teamgenoot doet precies hetzelfde en knal, twee hoofden tegen elkaar.”
Lamers wil weten of “ze allemaal lang zijn bij basketbal?” Nee, zegt Van de Luijtgaarden, “dat hoeft ook helemaal niet. Ik ben 1.95 meter en ik ben een van de grootsten. Maar op mijn positie, center, onder de basket, zijn ze in de VS wel allemaal veel langer hoor, daar begint het met 2.08 meter. Het punt is, we hebben ook snelle behendige lopers nodig, die kunnen best kleiner zijn.”
En, wil hij weten, zouden de Knights de cheerleaders een keertje kunnen inhuren, bij een kampioenswedstrijd? Dat gaat ze rond de 250 euro kosten. Lamers heeft er wel oren naar. “We hebben het er nog over.”