Moord in de Kapoenstraat

26-09-2019

“Sensatiejournalistiek. Telegraaf-achtig, Zoiets hoort niet thuis in een universiteitsblad.” Dat was de boodschap die via via bij Observant belandde. De afzender: José van Dijck, toen, in 1996, hoofddocent bij cultuurwetenschappen en net uit Groningen overgekomen, waar ze docent journalistiek was. Dat ze later hoogleraar werd in Amsterdam en nog weer later president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, dat wisten we toen allemaal nog niet. Maar wel dat ze niet de eerste de beste was. Als die kwalificaties van zo’n dame komen, schrik je wel even.

Wat was de aanleiding? Een reportage uit de Kapoenstraat, destijds het gebouw van cultuurwetenschappen, waar op een koude maandagochtend in januari ’96 ‘de spil van het faculteitsbureau’, secretaresse José de Groot, op haar kamer was neergestoken. Door de man met wie ze in scheiding lag. Ze stierf ter plekke, de dader ging op een stoel zitten en wachtte tot de politie kwam.

Berichten daarover bereikten de redactie al snel; dat we er iets over moesten schrijven stond buiten kijf. Ik toog erheen en trof daar een faculteit in totale verslagenheid, politieauto’s, afzettingslinten rond de kamer in de hal, vlakbij de doorloop naar het Oud-Gouvernement. En dan moet je als verslaggever vragen stellen, zeker aan de decaan, Wiel Kusters, die met zichtbare tegenzin een paar summiere antwoorden gaf en er verder met klem op wees dat zijn mensen met rust gelaten wilden worden. Logisch. Maar om een goed beeld van de situatie te kunnen schetsen is enige informatie over het slachtoffer en haar rol in de faculteit onontbeerlijk. Dus ja, dan stel je toch vragen. Verder is de reportage grotendeels gebaseerd op waarnemingen ter plaatse, over de komst van leden van het college van bestuur, van mensen van slachtofferhulp, studenten die naar huis worden gestuurd want al het onderwijs was meteen gestaakt. Observant drukte in datzelfde nummer ook het prachtige in memoriam in dichtvorm af dat Kusters diezelfde maandagavond nog had geschreven. Want de decaan is bovenal dichter.

Had José van Dijck gelijk? Is het een sensatieverhaal geworden? In alle eerlijkheid: nee. Wie wil kan het checken in het digitale Observantarchief.

Van Dijck kwam ik te weinig tegen om het onderwerp nog eens ter sprake te brengen, Kusters des te meer. Hij denkt niet graag terug aan die zwarte dag, hij wilde destijds liever bij zijn mensen zijn dan de pers te woord staan, maar dat een universiteitsblad een moord in een faculteitsgebouw niet kan negeren, tja, dat snapte hij ook wel. En ook hij vond het geen sensatiejournalistiek. Gelukkig maar.

Meer weten, zie: https://bit.ly/2llEKJO

Moord in de Kapoenstraat
Politieauto voor pand cultuurwetenschappen na de moord
Auteur: Wammes Bos
Observant
Tags: wederhoor

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.