De jaarlijkse e-health week is in volle gang. Zoals altijd zullen er veelvuldig juichberichten op Twitter, LinkedIn, en in de landelijke media verschijnen over de onbegrensde mogelijkheden. Zelfbenoemde visionairs en strategen voorspellen jaar na jaar dat we door e-health ziekenhuizen zullen sluiten, maar vooralsnog worden er vleugels bijgebouwd. Opvallend genoeg hebben deze predikanten (en niet toevallig ook de eigenaren) van e-oplossingen vooral een E in de ogen maar dan in de vorm van het €-teken. Want waar zorg is, is markt.
Je zou verwachten dat je als huisarts op het spreekuur de ene app na de andere voorbij ziet komen. In de App- en Playstore staan inmiddels 350 duizend beschikbare gezondheidsapps die een gezond en eeuwig leven beloven. Ik weet niet hoe het bij u is, maar van de honderd apps op mijn telefoon gebruik ik er maar tien, en de meeste gaan vooral over het nieuws en het weer. Als ik ga turven kom ik met veel moeite op tien patiënten per jaar die met een app op het spreekuur komen. Meestal is het een vals e-larm op de i-phone en kan de patiënt met een gerust hart weer naar huis.
De apps zijn echter maar een fractie van wat e-health ons te bieden heeft, zo staat in ronkende persberichten te lezen. Maar weten de vaak juichende beleidsmakers, politici en verzekeraars en de soms schouderophalende zorgprofessionals wel exact wat we ermee bedoelen? Op de site van ICT&Health, een van de katalysatoren achter de e-health week, staat te lezen dat e-health draait om “digitale toepassingen ter ondersteuning of verbetering van de gezondheid en de gezondheidszorg zijn. Hiermee kunnen artsen en patiënten diagnoses stellen, uitslagen communiceren en informatie uitwisselen.”
Bestelt u online een herhaalrecept, dan is dat al e-health volgens recente rapporten. Belt u daarvoor gewoon de assistente, dan ligt u toch echt achter qua innovatie. Hoe i-dioot. Online een afspraak maken is toch echt iets anders dan een virtuele verpleegkundige die een oudere helpt zijn hartfalen vanuit thuis te regelen om ziekenhuisopname te voorkomen. Als we gewoon alles via internet e-health noemen, dan kun je met zo’n definitie uit Babylon altijd beweren dat iedereen al mee is, of juist dat niemand hard genoeg loopt om het te laten slagen.
In die verwarrende boodschap zit wellicht de oorzaak van de jeuk die de term oproept bij professionals die dag-in dag-uit patiënten verzorgen, troosten, begeleiden en aanraken. Dat heeft vooral met de E van empathie te maken, en die is lastiger via glasvezel over te brengen.
Jochen Cals, huisarts in Sittard en hoogleraar bij de vakgroep huisartsgeneeskunde