“Observant, geef die man geen podium”

02-02-2021

Het begon een paar weken geleden met een heftige discussie tussen een Maastrichtse promovenda en een UM-professor op LinkedIn. Het onderwerp: wanneer mag je je een echte wetenschapper noemen? Als je 24 uur per dag en zeven dagen per week met je vak bezig bent en al flink wat publicaties op je naam hebt staan? Aldus prof. Harald Schmidt (FHML). Of als je naast je passie voor de wetenschap ook nog tijd wilt voor een privéleven en nog geen lange lijst aan wetenschappelijke publicaties hebt? Aldus Katharine Bassil (FPN).

Afgelopen week klopte zij - geen onbekende bij Observant, ze was eerst studentmedewerker en later columnist - bij de redactie aan. Kon ze een opinieartikel schrijven over een onderwerp dat de aandacht van de UM-gemeenschap verdiende? Ze verwees naar het debat op LinkedIn en toonde zich bezorgd over de harde woorden van haar opponent, die ze niet bij name noemde. Ze kunnen jonge onderzoekers “ontmoedigen” en een “toxic environment” creëren.

Het antwoord van de redactie: ja, dat kan, niet in de laatste plaats omdat dit een discussie is die naadloos aansluit bij het project Erkennen en Waarderen van wetenschappers. Maar dan vragen we ook Schmidt om zijn visie te geven. We willen graag beide kanten van het LinkedIn-dispuut aan bod laten komen. Allebei met naam en toenaam. “That sounds fair”, schreef de promovenda per ommegaande. De hoogleraar zegde toe en zo verschenen er afgelopen donderdag twee opiniestukken op onze site (inclusief een printscreen van de LinkedIn-discussie) met zoals te doen gebruikelijk een intro van de redactie.

So far so good. Tot er rond dit weekend een heel klein Twitterstormpje oplaaide. Het stuk van Bassil krijgt lof, maar hoe haalt Observant het in zijn hoofd om net zo veel ruimte te geven aan de visie van de hoogleraar, betoogt een geschokte wetenschapper van de faculteit cultuur- en maatschappijwetenschappen (Fasos). Journalistieke verantwoordelijkheid betekent toch dat je een grens trekt bij opvattingen “die niet meer legitiem zijn”? En dat je geen stem geeft aan “bullies”, pestkoppen dus? Uit diezelfde faculteit kwam meer steun voor die opvatting.

Hè, wat? Journalistieke verantwoordelijkheid? Dat is op de eerste plaats dat je tracht zo objectief of neutraal mogelijk te zijn, hoor en wederhoor toepast, en probeert zoveel mogelijk relevante opvattingen naar voren te brengen zodat de lezer zichzelf een oordeel kan vormen (bijvoorbeeld of iemand onzin uitkraamt of een pestkop is) en er een open debat kan ontstaan. Zonder censuur vooraf.

Want wie bepaalt of een opvatting legitiem is of niet? Een journalist moet niet op de stoel van de rechter gaan zitten. Natuurlijk zijn er grenzen aan datgene wat wij publiceren - virusgekkies, klimaat- en andere feitenontkenners hoeven inderdaad geen podium meer - maar die grenzen zijn in dit debat absoluut niet bereikt. In plaats van iemand het zwijgen op te leggen, is het beter te luisteren en te proberen elkaar met argumenten te overtuigen. Iets wat Katharine Bassil op uitstekende wijze doet. Zoals het een wetenschapper betaamt.

Een aantal medewerkers van FASoS heeft naar aanleiding van de discussie een korte reactie geschreven. Die is hier te lezen

“Observant, geef die man geen podium”
redactioneel
Auteur: Riki Janssen

Simone Golob

Categoriëen: nieuws_boven
Tags: redactioneel

Reacties

Jan van Weert

Hear, hear, goed gesproken redactie !
Laten we niet terechtkomen in de idiote cancelcultuur die in de VS opgang maakt.

Voeg reactie toe

privacy link