Duitse wetenschappers lonken naar Einstein Telescoop

Duitse wetenschappers lonken naar Einstein Telescoop

Interview prof. Frank Linde, hoofd zwaartekrachtgolvenonderzoek Nikhef

08-06-2021

Vanaf juli starten nieuwe grondboringen in Zuid-Limburg met het oog op de mogelijke komst van de Einstein Telescoop, de nieuwste detector van zwaartekrachtgolven. Nu zijn alleen Sardinië en Zuid-Limburg nog in de race, maar misschien stelt Duitsland zich ook kandidaat, en dat is nieuw. De telescoop zou dan in de oostelijke deelstaat Saksen belanden.

Een groep Duitse wetenschappers heeft een onderzoeksvoorstel geschreven dat deels op het vlak van zwaartekrachtgolven ligt, zegt prof. Frank Linde, programmaleider zwaartekrachtgolven bij het Nikhef. “Als deze plannen door de Helmholtz Association worden gehonoreerd, een onderzoeksfinancier die jaarlijks zo’n vijf miljard te besteden heeft, dan doen de Duitsers waarschijnlijk ook een gooi naar de Einstein Telescoop.”

Een nachtmerrie? Welnee, zegt Linde, helemaal niet. “A, het laat zien dat de Einstein Telescoop hartstikke hot is, en dat Nederland er hard aan moet trekken om de detector binnen te halen. En B, ik ben een wetenschapper die op de eerste plaats wil dat het ding van de grond komt. En ik kan je vertellen, als Duitsland ervoor gaat, dan komt-ie er. En niet met vertraging, maar in 2035, zoals gepland.”

De Duitsers wilden eerst een kopie bouwen van de Maastrichtse proefopstelling ETpathfinder, zegt Linde. “Dat hebben wij afgeraden. Echt weggegooid geld. Toen hebben we gesuggereerd om zich te richten op de technologie voor de spiegels die in de tunnels komen, ook omdat de regio rond Leipzig een lange historie van hoogwaardige optica-industrie kent.” 

Steenkolengebied

Ondertussen gaan de voorbereidingen in Zuid-Limburg gewoon door. Om meer zicht te krijgen op de aardlagen in Zuid-Limburg gaat volgende maand een pijp 250 meter de grond in bij Banholt. 

In Terziet is eerder zo’n boring gedaan. Daaruit bleek dat de Limburgse bodem geschikt is vanwege de harde rotsen met daarbovenop een laag zachte klei, die trillingen afschermt. Aan het eind van het jaar staat nog een bodemonderzoek in Cottessen gepland. Het gebeurt allemaal onder leiding van Nikhef, het Nationaal instituut voor subatomaire fysica.

“Het is voor het eerst dat de bodem in deze regio, misschien wel geologisch het meeste interessante deel van Nederland, goed in kaart wordt gebracht, zegt Linde. “Van het steenkolengebied, iets noordelijker, hebben we een gedetailleerd beeld, maar in het heuvelland is onze diepe boring in Terziet vooralsnog een van de weinige.” 

Windmolenparken

Voor de detector, een gelijkzijdige driehoek met tunnels van tien kilometer lang, is onder meer relevant hoe hard het ruist op 250 meter diepte. “In Zuid-Limburg is het gelukkig rustig, bovendien valt ruis met de apparatuur te corrigeren. Meer bezorgd ben ik over de hoeken van de detector, waar ook het instrumentarium komt te staan. De tunnels kun je prima in blubber en zand leggen, maar de hoeken wil je het liefst op een harde ondergrond plaatsen. Anders kost het je een kapitaal aan stalen constructies en beton.”

Dat is iets om rekening mee te houden bij de situering, al zijn de opties volgens Linde niet legio. “Je wilt wegblijven van grote steden, dus het wordt oostelijk van Maastricht, noordelijk van Luik en ten westen van Aken. We houden ook niet van snelwegen als de A2 en de A76, maar evenmin van windmolenparken en treinen. En dan heb je nog de Natura 2000-gebieden die de zaak compliceren. De tunnels liggen diep genoeg, daar zie je niets van, maar de hoekpunten met een controlecentrum, parkeerplaats en lift naar beneden, kun je niet in de natuur bouwen.” 

Al met al is dus, met een onnauwkeurigheid van een paar kilometer, bekend waar de detector komt te liggen, zegt Linde. “Meer dan de helft van de strekkende kilometers zullen in België liggen, omdat het daar rustiger is. Je zou het apparaat het liefst helemaal in België willen plaatsen, in het zuiden van de Ardennen. Daar is het nog stiller.”