Prof. Leoniek Wijngaards-de Meij wist niet wat ze hoorde tijdens een bezoek aan het University College in Londen, een aantal jaren geleden. “We hadden het met Britse collega’s over de rol van het onderwijs; een van hen zei dat het winnen van een onderwijsprijs aan zijn universiteit werd gezien als the kiss of death. Met andere woorden: je zult maar tot beste docent worden verkozen, nou, dan kun je je carrière verder wel vergeten. Want dan geef je blijkbaar aan je leidinggevende de boodschap dat je al die tijd en energie die je in het onderwijs hebt gestoken, niet aan onderzoek hebt besteed. Ik dacht alleen maar: ‘Waar zijn ze mee bezig?’”
Opleiden van jeugd
Wijngaards-de Meij bracht destijds als universitair docent een bezoek aan het University College Londen. Dit in het kader van de Leergang Onderwijskundig Leiderschap, een eenjarig traject voor een geselecteerd aantal academici die “een regierol hebben of willen in het onderwijs”, meldt de website van het Centre for Academic Teaching van de Universiteit Utrecht (UU).
Voor haar was het traject een belangrijke stap in haar carrière. “Ik vind het vreselijk dat het onderwijs aan universiteiten zo wordt onderschat. We zijn een onderzoeks- én onderwijsinstelling, we leiden hier een groot deel van de jeugd op. Ik ben een onderzoeker in hart en nieren, maar sluit me niet op om aan een VICI-aanvraag te werken. Ik zou het wel kunnen, maar daar ligt niet mijn passie. Die ligt bij het onderwijs.”
Gegroeid
Wie overigens denkt dat Wijngaards-de Meij dagelijks in de collegezaal staat, heeft het mis. “Ik geef op dit moment bijna geen les. Je kunt op verschillende manieren een rol spelen in het onderwijs. Ik hou me vanuit mijn bestuurlijke functie, als vice-decaan onderwijs aan de faculteit sociale wetenschappen, onder andere bezig met onderwijsinnovatie, docentprofessionalisering en kwaliteitszorg. En daarnaast doe ik onderzoek naar onderwijs, ik publiceer en begeleid promovendi.”
Ooit studeerde ze klinische psychologie en promoveerde ze in dat vakgebied. Tegelijkertijd deed ze ervaring op als docent bij het departement Methodenleer en Statistiek. “Daar beantwoorden we vragen als: Hoe kan het onderwijs worden verbeterd? Hoe kunnen we bepaalde leerdoelen beter bereiken?” Ze zette projecten op, werd coördinator van een aantal vakken, van een minor, verantwoordelijke voor de curriculumherziening, werd onderwijsdirecteur, het balletje rolde steeds verder. “Gedurende mijn loopbaan ben ik in het onderwijs gegroeid.”
Geschenk uit de hemel
Om het vervolgens tot hoogleraar te schoppen is er aan de UU een Senior Fellow programma opgezet van zo’n drie tot vijf jaar. Kandidaten moeten worden geselecteerd – eerst door de faculteit, vervolgens door een universitaire commissie. “Er zijn maar maximaal vijf posities per jaar te vergeven.” Twee dagen per week worden de kandidaten vrij geroosterd van hun afdeling; het college van bestuur betaalt.
“Voor mij was het in zekere zin een geschenk uit de hemel.” En nee, niet per se vanwege het vooruitzicht op een leerstoel, zegt ze. “Dat is natuurlijk mooi, want ik merk dat het lastig is om ‘hogerop’ te komen en invloed uit te kunnen oefenen zonder de titel ‘professor’. Maar wat ik belangrijker vind, is dat de UU hiermee laat zien wat erkennen en waarderen inhoudt.” Toch zijn het vooral de ontmoetingen met gelijkgestemden die haar “een gevoel van verbondenheid, van steun” hebben gegeven. “De uitwisseling van ideeën over onderwijsvernieuwing en veranderprocessen, over facultaire grenzen heen, praten over waar je tegenaan loopt.”
Investeer
De Leergang Onderwijskundig Leiderschap bestaat al meer dan twintig jaar. In 2011 kwam daar een vervolgtraject bij voor de vergevorderde academicus (sinds 2017 grondig aangepast tot het Senior Fellow programma). “En nee, ik wil geen ideaalbeeld schetsen, natuurlijk kan en moet het nog beter, maar ik heb wel het idee dat er echt iets verandert in onze universitaire cultuur.”
Investeer geld en tijd: dat is haar belangrijkste advies aan bestuurders in het land. “In Utrecht hebben we een Universitair Stimuleringsfonds Onderwijs. Elk jaar wordt er een miljoen euro vrij gemaakt voor universitaire projecten én een miljoen voor facultaire projecten. Dus niet alleen maar zeggen dat je onderwijs superbelangrijk vindt, nee, daarmee red je het niet.” Ze wil maar zeggen: je moet er ook de beurs voor trekken.