“Ik vind het vreselijk dat het onderwijs aan universiteiten zo wordt onderschat"

Een kijkje buiten de eigen instelling; een onderwijscarrière aan de Universiteit Utrecht

23-06-2021

Een onderwijscarrière? Is dat niet voor wetenschappers die niet zo goed zijn in onderzoek, maar het vooral ‘leuk’ vinden om les te geven en daarmee hogerop willen? Het is een veelgehoord vooroordeel. En er klopt helemaal niets van, blijkt na een gesprek met de Utrechtse hoogleraar Leoniek Wijngaards-de Meij. Een gesprek met iemand uit Utrecht, waarom? Omdat er vanuit het Maastrichtse college van bestuur lof is voor hun Senior Fellow programma, een best practice binnen Erkennen en Waarderen.

Prof. Leoniek Wijngaards-de Meij wist niet wat ze hoorde tijdens een bezoek aan het University College in Londen, een aantal jaren geleden. “We hadden het met Britse collega’s over de rol van het onderwijs; een van hen zei dat het winnen van een onderwijsprijs aan zijn universiteit werd gezien als the kiss of death. Met andere woorden: je zult maar tot beste docent worden verkozen, nou, dan kun je je carrière verder wel vergeten. Want dan geef je blijkbaar aan je leidinggevende de boodschap dat je al die tijd en energie die je in het onderwijs hebt gestoken, niet aan onderzoek hebt besteed. Ik dacht alleen maar: ‘Waar zijn ze mee bezig?’”

Opleiden van jeugd

Wijngaards-de Meij bracht destijds als universitair docent een bezoek aan het University College Londen. Dit in het kader van de Leergang Onderwijskundig Leiderschap, een eenjarig traject voor een geselecteerd aantal academici die “een regierol hebben of willen in het onderwijs”, meldt de website van het Centre for Academic Teaching van de Universiteit Utrecht (UU).
Voor haar was het traject een belangrijke stap in haar carrière. “Ik vind het vreselijk dat het onderwijs aan universiteiten zo wordt onderschat. We zijn een onderzoeks- én onderwijsinstelling, we leiden hier een groot deel van de jeugd op. Ik ben een onderzoeker in hart en nieren, maar sluit me niet op om aan een VICI-aanvraag te werken. Ik zou het wel kunnen, maar daar ligt niet mijn passie. Die ligt bij het onderwijs.”

Gegroeid

Wie overigens denkt dat Wijngaards-de Meij dagelijks in de collegezaal staat, heeft het mis. “Ik geef op dit moment bijna geen les. Je kunt op verschillende manieren een rol spelen in het onderwijs. Ik hou me vanuit mijn bestuurlijke functie, als vice-decaan onderwijs aan de faculteit sociale wetenschappen, onder andere bezig met onderwijsinnovatie, docentprofessionalisering en kwaliteitszorg. En daarnaast doe ik onderzoek naar onderwijs, ik publiceer en begeleid promovendi.”

Ooit studeerde ze klinische psychologie en promoveerde ze in dat vakgebied. Tegelijkertijd deed ze ervaring op als docent bij het departement Methodenleer en Statistiek. “Daar beantwoorden we vragen als: Hoe kan het onderwijs worden verbeterd? Hoe kunnen we bepaalde leerdoelen beter bereiken?” Ze zette projecten op, werd coördinator van een aantal vakken, van een minor, verantwoordelijke voor de curriculumherziening, werd onderwijsdirecteur, het balletje rolde steeds verder. “Gedurende mijn loopbaan ben ik in het onderwijs gegroeid.”

Geschenk uit de hemel

Om het vervolgens tot hoogleraar te schoppen is er aan de UU een Senior Fellow programma opgezet van zo’n drie tot vijf jaar.  Kandidaten moeten worden geselecteerd – eerst door de faculteit, vervolgens door een universitaire commissie. “Er zijn maar maximaal vijf posities per jaar te vergeven.” Twee dagen per week worden de kandidaten vrij geroosterd van hun afdeling; het college van bestuur betaalt.

“Voor mij was het in zekere zin een geschenk uit de hemel.” En nee, niet per se vanwege het vooruitzicht op een leerstoel, zegt ze. “Dat is natuurlijk mooi, want ik merk dat het lastig is om ‘hogerop’ te komen en invloed uit te kunnen oefenen zonder de titel ‘professor’. Maar wat ik belangrijker vind, is dat de UU hiermee laat zien wat erkennen en waarderen inhoudt.” Toch zijn het vooral de ontmoetingen met gelijkgestemden die haar “een gevoel van verbondenheid, van steun” hebben gegeven. “De uitwisseling van ideeën over onderwijsvernieuwing en veranderprocessen, over facultaire grenzen heen, praten over waar je tegenaan loopt.”

Investeer

De Leergang Onderwijskundig Leiderschap bestaat al meer dan twintig jaar. In 2011 kwam daar een vervolgtraject bij voor de vergevorderde academicus (sinds 2017 grondig aangepast tot het Senior Fellow programma). “En nee, ik wil geen ideaalbeeld schetsen, natuurlijk kan en moet het nog beter, maar ik heb wel het idee dat er echt iets verandert in onze universitaire cultuur.”

Investeer geld en tijd: dat is haar belangrijkste advies aan bestuurders in het land. “In Utrecht hebben we een Universitair Stimuleringsfonds Onderwijs. Elk jaar wordt er een miljoen euro vrij gemaakt voor universitaire projecten én een miljoen voor facultaire projecten. Dus niet alleen maar zeggen dat je onderwijs superbelangrijk vindt, nee, daarmee red je het niet.” Ze wil maar zeggen: je moet er ook de beurs voor trekken.
 

Erkennen en Waarderen

Wat houdt het in en wat gebeurt er aan de UM?

In november 2019 onderstrepen alle Nederlandse universiteiten en organisaties als de VSNU, KNAW en NWO het belang van een nieuwe manier van het erkennen en waarderen van wetenschappers. De adviesnota heet: Ruimte voor ieders talent. Rianne Letschert, rector van de Universiteit Maastricht, is samen met de rector van de Technische Universiteit Eindhoven, de belangrijkste kartrekker.

Simpel gezegd houdt het nieuwe initiatief een cultuurverandering in, en een andere mindset. Er moet korte metten worden gemaakt met de ratrace waarin wetenschappers zich bevinden. Waarom moet iedereen de beste zijn op onderzoeksgebied met al z’n citatiescores en afvinklijstjes? Het one size fits all- model is verleden tijd. Persoonlijke groei is belangrijk. Waar beleeft iemand plezier aan, waar is hij goed in, wat is zijn belangrijkste waarde voor de academie? Onderzoeken en publiceren? Lesgeven? Innoveren in onderwijs? Is iemand een kei op het gebied van ‘impactvol’ onderzoek? Weet hij zijn onderzoek te vertalen naar een breed publiek en de maatschappij, politiek of economie te raken? Of is hij een geboren leider? Wetenschappers zouden de vrijheid moeten krijgen om zichzelf op een of meer gebieden te ontwikkelen, en ja, die combinatie kan gedurende hun carrière veranderen.

Maar het behelst veel meer dan een andere mindset. Universiteiten zullen nieuwe regels moeten invoeren voor werving, selectie, promotie en ontwikkeling. Het HR-beleid moet op de schop.
Binnen de Universiteit Maastricht geeft Letschert samen met de decanen van de faculteiten leiding aan de ontwikkeling van het programma. Vier werkgroepen, die zich vorig jaar hebben gebogen over de thema's onderwijs, onderzoek, impact en leiderschap (patiëntenzorg is een vijfde pad voor medewerkers die in het ziekenhuis werken), hebben hun ideeën opgeschreven in ‘narratieven’. Daarover is inmiddels in iedere faculteit gebrainstormd. Deze zomer start de zogeheten implementatiefase, zo staat er in de recent rondgestuurde visie. Tot en met december 2022 zal het bestaande beleid stapje voor stapje worden aangepast – denk aan de tenure track, UFO-profielen (universitair systeem functie ordenen) en HR-regels.

Maar hoe makkelijk of moeilijk is het om veranderingen door te voeren? Hoe krijg je een andere mindset in ieders hoofd? Leidinggevenden zullen moeten inspelen op talenten van individuen. Investeren in leiderschapsontwikkeling is dan ook geen overbodige luxe, beseft de rector. Een taskforce is er inmiddels mee aan de slag gegaan.

Wat betreft het OBP, het ondersteunend en beheerspersoneel: ook voor hen komt er nieuw loopbaanbeleid.

 “Ik vind het vreselijk dat het onderwijs aan universiteiten zo wordt onderschat
Leoniek Wijngaards-de Meij
Erkennen en Waarderen