Over levenslang leren, examenvrees en een leesclubje

Over levenslang leren, examenvrees en een leesclubje

Prof. Andries de Grip: “Het pensioen is ook het begin van iets nieuws”

24-06-2021

Hoe bereidt de UM studenten voor op de arbeidsmarkt? En hoe geeft de UM het levenslang leren vorm voor haar medewerkers? De arbeidsmarkt en levenslang leren, het zijn de zwaartepunten waar de loopbaan van prof. Andries de Grip, oud-directeur van onderzoeksinstituut ROA, steeds omheen heeft gecirkeld. Vandaag houdt hij zijn afscheidsrede.

Op de dag dat hij met pensioen ging, op 1 februari, zijn Andries de Grip en zijn vrouw naar Utrecht verhuisd. Zijn naaste collega’s schoten in de lach. Typisch De Grip, die strikte planning. Waarom Utrecht? Om dichter bij de kinderen en kleinkinderen te wonen. Tegelijk ziet hij zijn pensioen niet alleen als het afscheid van zijn werkzame leven, maar ook als het begin van iets nieuws, dat des te beter kan gedijen in een nieuwe omgeving.

Maar eerst over datgene wat hij een jaar of veertig heeft gedaan: onderzoek doen, in het bijzonder naar levenslang leren. Zo’n 21 jaar geleden hield hij er zijn oratie over, nu zijn afscheidsrede. “Het omvat eigenlijk al het leren nadat je de schoolbanken hebt verlaten. In de vorm van een cursus of training, maar vooral ook al doende op het werk, tot aan praktische zaken aan toe, zoals het delen van je scherm tijdens een zoom-vergadering. Ook het leren in de privésfeer valt eronder en daarom spreken we tegenwoordig liever van levenslang ontwikkelen.”

De noodzaak om jezelf permanent bij te spijkeren is volgens De Grip alleen maar groter geworden. “Dat komt door de snelheid van de technologische vernieuwingen. Er is geen sector waar de informatietechnologie niet heeft toegeslagen. Automonteurs zijn een goed voorbeeld. Vroeger waren ze geschoold in motortechniek, nu moeten ze vooral veel weten van computers en software. Ook door de opschuivende pensioenleeftijd is nascholing belangrijker geworden. In 2006 stopte men gemiddeld op z’n 61e, nu is dat vierenhalf jaar later. We moeten onze competenties dus langer op peil houden.” 

Examenvrees

De helft van de werknemers, aldus De Grip in zijn afscheidsrede, volgt eens in de twee jaar gemiddeld één cursus. Dat komt de productiviteit ten goede, blijkt uit zijn onderzoek in callcenters. Als medewerkers een training volgen van een week, bedoeld om de vraag van de klant sneller te begrijpen, stijgt hun productiviteit met 10 procent. Learning by doing op het werk heeft een vergelijkbaar gunstig effect.”

Een kwart van alle werkenden volgt echter nooit meer een cursus. Dat zijn overwegend laagopgeleiden. Ze nemen minder snel het initiatief tot scholing, terwijl het wel loont. Laagopgeleiden die in de afgelopen twee jaar een training hebben gevolgd, verdienen 2,6 procent meer dan collega’s die dat niet hebben gedaan. Een van de redenen om ervan af te zien, blijkt examenvrees. Ook hechten ze meer waarde aan hun vrije tijd en staan ze minder open voor nieuwe ervaringen.

Siemens

Hoe geeft de UM levenslang leren vorm? De Grip: “Een pluspunt is dat er veel trainingen worden aangeboden, variërend van gedragscompetenties als assertiviteit of onderhandelen, tot taal- en software cursussen. Het weerspiegelt de ‘leercultuur’, en die verschilt per faculteit. Ik heb in 2018 meegewerkt aan de duurzame inzetbaarheidsmonitor van de UM  en dan zie je dat mensen op de ene werkplek meer fouten mogen maken dan op de andere, meer feedback krijgen, betere ontwikkelingsplannen kennen.”

Maar eigenlijk staat levenslang leren nog in de kinderschoenen, ook aan de UM. “Kijk naar het intranet, naar de toegankelijkheid van informatie. Belangrijk is dat je iets snel kunt vinden op het moment dat je het nodig hebt, maar dat lukt lang niet altijd. Bij een commercieel bedrijf als Siemens kun je als werknemer uiteenlopende vragen stellen, waarop je meteen antwoord krijgt met behulp van kunstmatige intelligentie.”

Vier ministeries

Mede door het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA), waarvan De Grip een van de eerste medewerkers was in 1986, is levenslang leren op de landelijke beleidsagenda beland. “We hadden geen flauw idee hoeveel medewerkers leerden op de werkvloer, totdat het ROA in 2004 de eerste enquête de deur uit deed. Daaruit bleek onder meer het grote belang van learning by doing, dat 96 procent van al het leren uitmaakt. Dat getal dook daarna overal op, tot in nota’s van de ministeries van Onderwijs en van Sociale Zaken.”

Behalve met levenslang leren maakte het ROA naam met arbeidsmarktprognoses. “Dat soort onderzoek doen we nog steeds, gefinancierd door vier ministeries, UWV, Randstad en de Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven. Hiermee willen we studiekiezers en werkgevers informeren over de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. In welke beroepen kunnen ze tekorten verwachten? Het ministerie van Onderwijs gebruikt de prognoses ook om nieuwe opleidingen te rechtvaardigen. Daar zijn we minder blij mee, omdat onze cijfers daarvoor niet zijn bedoeld.”

Opiniestuk

Soms gaat de politiek regelrecht met de uitkomsten aan de haal. “Op grond van de tekorten die wij voorspelden, adviseerde de commissie-Van Rijn in 2019 om geld te verschuiven naar het techniekonderwijs. Maar dat was nogal een eenzijdige interpretatie van onze prognoses, want wij voorzagen evengoed grote tekorten in het onderwijs en de zorg.”

De Grip stak zijn verontwaardiging niet onder stoelen of banken en schreef in een opiniestuk in Trouw dat de commissie ‘volstrekt de mist in gaat met het advies’, omdat daardoor de opleidingscapaciteit van niet-technische opleidingen daalt en onder meer een tekort aan leraren dreigt. ‘Wat zich hier wreekt is dat in de commissie-Van Rijn elke deskundigheid op het terrein van het functioneren van de arbeidsmarkt lijkt te ontbreken.’

Superefficiënt

Enigszins verwant aan de arbeidsmarktprognoses is het afgestudeerdenonderzoek dat het ROA al een jaar of dertig publiceert. “We stellen de UM-scanner samen, de HBO-monitor, en samen met het CBS doen we iets vergelijkbaars voor het MBO. Hoe lang duurt het gemiddeld totdat de schoolverlaters een baan vinden, hoeveel gaan ze verdienen, hoe tevreden zijn de werkenden met hun opleiding?”

In de manier waarop de UM haar studenten voorbereid op de arbeidsmarkt ziet hij sterke en zwakke kanten. De sterkste troef is het probleemgestuurd onderwijs. “We zien dat probleemoplossendvermogen op de arbeidsmarkt steeds belangrijker wordt. Maar ook communicatievaardigheden en de internationale context, vaste ingrediënten in pgo, zijn essentieel om in teams te functioneren.”

Een zwakke plek, ofschoon er slagen zijn gemaakt in de coronacrisis, is de digitalisering van het onderwijs. “Hoe verhoudt het pgo zich tot meer hybride vormen van onderwijs, waarbij je on site en online onderwijs combineert? Op dat vlak valt er nog een wereld te winnen. Bij de vakgroep Finance van SBE zetten ze filmpjes online waarin ze iets moeilijks uitleggen, superefficiënt. Ook liggen er plannen om online onderwijsgroepen samen met andere universiteiten op poten te zetten.”

Leesclubje

De Grip is niet zo’n hoogleraar die na zijn pensioen net zo hard doordieselt. Hij begeleidt nog een paar promovendi en is vanaf de zijlijn betrokken bij een project in opdracht van de Duitse overheid. Dat gaat onder meer over de gevolgen van kunstmatige intelligentie voor de productiviteit van het bedrijf en voor de medewerkers. 

Hij zit al maanden in een prettig ritme, zegt hij, waarbij hij ’s ochtends met z’n werk bezig is en ’s middags wandelt, fietst of op de kleinkinderen past. Waar hij jarenlang te weinig tijd voor heeft gehad, is lezen. Samen met twee anderen vormt hij een leesclubje, waarin boeken over onder meer filosofie en kunstmatige intelligentie de revue passeren. 

“Hoe heten die bestsellers over AI ook alweer….” Hij staat op, loopt naar zijn boekenkast en posteert zich even later weer voor het scherm. “Ze liggen beneden.”

Wie is Andries de Grip?

De Grip (1954, Apeldoorn) is 34 jaar aan de School of Business and Economics verbonden geweest, waarvan ruim twintig jaar lang als hoogleraar economie. De laatste twee jaar maakte hij deel uit van het faculteitsbestuur als vice-decaan strategie en samenwerking. Van 2013 tot 2020 was hij directeur van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA). Daarnaast heeft hij verschillende adviseursfuncties bekleed, tot vorig jaar voor het CBS en tot op de dag van vandaag voor de SER en het Duitse Bundesinstitut für Berufsbildung.