“Ik had het gevoel dat ik vooral niet te ambitieus ‘mocht’ worden”

“Ik had het gevoel dat ik vooral niet te ambitieus ‘mocht’ worden”

Als eerste van het gezin naar de uni

01-09-2021 · Interview
  • Inge Melchior, 36 jaar
  • Docent aan de faculteit Arts and Social Sciences, Universiteit Maastricht
  • Ging in 2003 culturele antropologie (en een jaar later gecombineerd met sociologie) studeren aan de Radboud Universiteit Nijmegen
  • Geboren en opgegroeid in Maastricht, samen met haar ouders en drie jongere broers

De afkomst van haar vader is “een interessante factor”, knipoogt Inge Melchior als haar jeugd ter sprake komt. “Hij komt uit een rijke familie.” Haar vaders oom, ondernemer Léon Melchior, was vermogend; hij verdiende miljoenen met het fokken van paarden en met vastgoed. "Mijn vader heeft de donkere kant van geld gezien, namelijk hoezeer het samenhangt met invloed en macht. Léon kocht huizen voor zijn familieleden, hielp ze aan een baan. In die zin werden ze afhankelijk van hem, ook mijn opa. Mijn vader heeft ons altijd geleerd: ‘Ga later iets doen wat je leuk vindt en zorg dat je weg blijft van het geld.’

“Dat heeft nog weleens voor wat onzekerheid gezorgd toen ik ging studeren. Voor het geld of om hogerop te komen, deed ik het absoluut niet. Carrière was een vies woord in mijn familie. Ik had het gevoel dat ik vooral niet te ambitieus ‘mocht’ worden of die ambitie of zijn minst moest kunnen uitleggen aan mijn vader.

“Nu werk ik als docent bij de faculteit Arts and Social Sciences, heb alleen een onderwijscontract – wat vrij uitzonderlijk is voor een gepromoveerde wetenschapper. Op de een of andere manier lijkt het nu alsof ik aan mijn collega’s moet uitleggen waarom ik geen onderzoekstijd claim, dat ik geen carrière najaag in de wetenschap, dat ik doe wat ik leuk vind.”

Karnemelk

Inge Melchior groeide op in de wijk Malberg, een naoorlogse woonwijk in het westen van de stad. Haar moeder zorgde voor het inkomen; ze werkte als verpleegster, had een hbo-opleiding gedaan. Haar vader was huisman. “Hij was geen serieuze leerling, is een paar keer blijven zitten, heeft uiteindelijk zijn havo gehaald, maar koos ervoor om thuis te blijven toen ik werd geboren. Of hij hier later spijt van heeft gehad? Ik denk dat hij het heel leuk en waardevol vond om bij ons te zijn. Uitzonderlijk was het wel. In mijn klas was hij de enige vader die thuis was.”

In tegenstelling tot haar “speelse” vader nam Melchior het schoolwerk erg serieus. “Ik werd als voorbeeld gezien. Dan zei de juffrouw tegen mijn klasgenoten: ‘Ga eens bij Inge in het schrift kijken, die schrijft zo mooi’.” Op het vwo kwam ze in contact met kinderen uit andere buurten, ook uit het rijkere Campagne en Sint Pieter. “Na schooltijd fietste ik als enige altijd de andere kant op”, herinnert ze zich.

“Ik stond er toen niet zo bij stil, maar er waren details die ik pas later heb geïnterpreteerd als ongelijk, als een verschil in sociale klasse. Ik kwam bij kinderen thuis waar kunst aan de muur hing, die naar Albert Heijn gingen voor de boodschappen, die karnemelk in plaats van gewone melk dronken.

Ze leerde haar huidige partner Jeroen Moes [docent University College Maastricht, red.] kennen op haar vijftiende, bij de scouting. Ook hij is een eerste-generatie-student. Beiden kozen ervoor om samen aan een universitaire studie te beginnen. “Jeroen had de propedeuse van de pabo op zak en bedacht dat hij naar de universiteit wilde. We zijn in Nijmegen gaan kijken.

“Ik kom uit een ‘zorg’-familie, maar ik wist: ik ga geen zorgopleiding doen. Wel iets sociaals. Ik weet nog dat we thuiskwamen en onze ouders vertelden dat we hadden gekozen voor culturele antropologie. Ze hadden natuurlijk geen idee wat dat was! Bovendien was ik helemaal niet cultureel opgevoed. Mijn moeder vond dat kinderen niet in een museum moesten rondlopen, maar vrij in de speeltuin.”

Kansen

Voor Melchior was de studietijd een fijne tijd, temeer omdat ze alles kon delen met haar vriend. “We gingen samen naar college, fietsten naar onze kamer terug, filosofeerden. We hebben zelfs na een jaar besloten om ook nog aan sociologie te beginnen. We vonden het te rustig, haha. Maar Jeroen en ik studeren zeker niet op dezelfde manier. Ik leer uit boeken, Jeroen niet. Op de middelbare school stampte ik alles in mijn hoofd. Nadat ik voor de eerste twee tentamens op de universiteit een onvoldoende had gehaald, leerde ik dat ik anders moest gaan studeren. Er was simpelweg te veel stof om te stampen.”

Ook op de universiteit deed Melchior haar best. “Ik wilde het graag goed doen. Verwachtingen van mijn ouders waarmaken? Misschien wel. Ik besefte dat je met een opleiding meer kansen hebt. En het krijgen van kansen is geen vanzelfsprekendheid.

“Ik organiseerde tijdens mijn bachelor een studiereis naar Estland, een fantastisch land. Ik heb er mijn bachelor- en masterscriptie en vervolgens mijn proefschrift aan gewijd, ik leerde de taal, dompelde me helemaal onder vanwege mijn passie.”

Haar ouders hebben haar altijd gesteund, zegt ze. “Ik kon leven van een aanvullende studiebeurs. De 60 euro die ik elke maand tekort kwam, kreeg ik van mijn vader. Hij had er een extra folderwijk bij genomen. Ik weet nog dat mijn vader in het begin van onze studietijd bang was dat we ons te goed gingen voelen, bang dat we niet meer thuis zouden komen in het weekend. Dat gebeurde niet. Ik probeerde mijn ouders bij mijn studie te betrekken, maar besefte ook dat het niet te inhoudelijk moest worden.”

Project

Samen met Moes diende Melchior een tijd geleden een projectvoorstel in voor een subsidie van het Diversity & Inclusivity Office van de UM. Het thema: eerste-generatie-studenten. “We hebben er op een middag op zitten broeden. Een van de hoofdthema’s van sociologie is ongelijkheid, cultureel en sociaal kapitaal. Het is iets waar Jeroen ook in de toelatingsprocedure bij het University College mee te maken heeft: het verschil in achtergrond, opvoeding en culturele bagage van studenten.”

Als het aan Melchior ligt, komt er vanuit de universiteit meer aandacht voor deze groep studenten. “Je ziet dat er bijvoorbeeld aan de VU Amsterdam in de zomer introducties worden georganiseerd voor deze studenten, zodat ze weten wat hen te wachten staat. Vaak hebben eerste-generatie-studenten minder praktische steun van hun ouders in het aanmeldproces aan de universiteit, en als ze beginnen, moeten ze – zowel intellectueel, sociaal en financieel - meer op eigen kracht werken, blijkt uit het onderzoek dat we samen met twee studenten deden voor het project.

“Laatst zei mijn vader: ‘Je raadt nooit wat ik heb gedaan.’ Hij kon niet slapen en had mijn proefschrift erbij gepakt! Wat hij ervan vond? Hij vond het leuk om te lezen wat ik allemaal beleefd heb in Estland en de mensen die ik daar ontmoet heb. Ik vind het bijzonder dat hij eraan is begonnen.”

Voor deze serie interviewen we wekelijks studenten of wetenschappers die als eerste van hun gezin zijn gaan studeren aan een universiteit

Auteur: Wendy Degens

Foto: Joey Roberts

Categoriëen: nieuws_boven, Mensen
Tags: eerste generatie

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.