Dat vroeg Karin Bijsterveld, UM-hoogleraar moderne en contemporaine geschiedenis, zich ook af toen ze op de website van Centre Céramique toevallig op de bewuste catalogus stuitte. De spullen blijken afkomstig van Nutsbedrijven Maastricht, practicumlokalen van middelbare scholen, installateurs en particulieren.
Een ware snoepwinkel voor Maastrichtse cultuurwetenschappers die gespecialiseerd zijn in wetenschap, techniek en samenleving. Ze hebben 23 objecten uitgebreid beschreven in het tweetalige boekje Uitgepakt/Unboxed. Daarin gaan ze dieper in op de maatschappelijke betekenis van de voorwerpen.
Ooit van een heliostaat gehoord? Dat is een 18e eeuwse ‘lamp’, waarbij het zonlicht wordt opgevangen en doorgeleid via een spiegel. De ‘zonnestilstaander’, zoals die ook heette, diende als lichtbron in laboratoria. Bijzonder is, schrijft auteur Veerle Spronck, dat het instrument nog steeds wordt gebruikt, maar nu op een heel andere manier. In het Maankwartier in Heerlen vangen ze daglicht op voor extra verlichting, tot diep in de parkeergarage.
Dan is er de dennenhouten telefoon die rond 1880 is gemaakt, met een afzonderlijk mond- en oorstuk. Met welk handgebaar gaf je toen in gezelschap aan dat je even moest bellen, vraagt Thomas Frissen zich in het boek af. Elke tijd heeft zijn eigen gebaar. Vóór de komst van de gsm was het een vuist met uitgestoken duim en pink, nu een vlakke hand met de vingertoppen tegen je oor en de handpalm richting mond.
Dan zou je denken dat er eind 19e eeuw twee vuisten aan te pas kwamen: één voor de mond en één tegen het oor.