Jeroen Vegter, mede-initiatiefnemer van de brunch, kijkt tevreden toe. Afgelopen weken heeft hij samen met andere buurtbewoners zijn best gedaan om zoveel mogelijk rond het Orleansplein woonachtige studenten op de hoogte te brengen van de burendag. Ze zijn langs de deuren geweest en hebben mensen op straat aangeschoten. En dat lijkt effect te hebben gehad. De aanwezigen vormen een goede afspiegeling van de buurt, stelt hij vast.
Dat houdt in: voor de helft studenten, voor de andere helft gezinnen, expats en ouderen. Hoewel de sfeer er vandaag goed inzit, is dat het afgelopen jaar zeker niet altijd zo geweest. “Tijdens de coronaperiode zaten veel mensen iedere avond thuis”, vertelt Vegter. “Aangezien de tuinen hier allemaal aan elkaar liggen, is er al snel sprake van geluidsoverlast. Dat leverde nogal wat spanning op. Geregeld gingen buren bij studenten langs om te klagen. Maar toen realiseerde ik me: de goede volgorde ontbreekt hier. We gaan bij ze klagen, terwijl we ze nog nooit welkom hebben geheten.”
Opbouwen
Goede contacten onderhouden met elkaar, werd dan ook het devies. Dat leverde de afgelopen tijd al resultaat op. “De meeste overlast kwam van twee dispuutshuizen”, zegt Vegter. “Daar is het ongeveer wekelijks feest. We zijn daarom met hen in gesprek gegaan.” Met wisselende resultaten. Eén huis trok zich er weinig van aan. Ook na waarschuwingen van de politie gingen de feestjes door. Uiteindelijk greep de huisbaas in door alle bewoners uit het huis te zetten.
“Dat was zeker niet onze bedoeling”, zegt Vegter. “Maar het toont wel aan dat wederzijds begrip loont. Het andere dispuutshuis nam de boodschap namelijk wél goed op. Ze begrijpen onze klachten en proberen rekening met ons te houden. We hebben nu een stuk minder last. Sterker nog: ze helpen ons vandaag met opbouwen. Ze vinden het belangrijk om bij de burendag te zijn en hebben daarvoor zelfs een andere activiteit verzet.”
Excuseren
Aan een statafel verderop is de Duitse studente Anne-Sophie Oppor druk in gesprek. “Ik heb er bewust voor gekozen om in het buitenland te studeren, omdat ik een andere cultuur wilde leren kennen. Maar als je alleen op de universiteit tussen de internationals zit, lukt dat slecht.” Ze vindt het dan ook leuk om weer buurtgenoten te ontmoeten, iets dat niet altijd makkelijk ging in coronatijd. “Voordat corona begon, sprak ik eens met een leuke, oudere buurman. Het klinkt misschien wat stom, maar ik had geen idee of hij nog steeds leefde. Gelukkig zie ik hem hier vandaag weer lopen.”
Oppor merkt dat de verhoudingen tussen de buren verbeterd zijn. “Natuurlijk zal er soms nog overlast zijn. Maar als je elkaar kent, ga je eerst even langs, in plaats van dat je meteen de politie belt. Of ga je je even excuseren voor de overlast.” Vegter wil elk geval meer van dit soort laagdrempelige activiteiten organiseren. “Misschien met kerst weer. Dat is ook nodig, want het verloop hier is groot. Voordat je het in de gaten hebt, wonen er weer nieuwe studenten.”
Na een dikke twee uur stroomt het plein langzaam leeg. Een student en een oudere buurtbewoner praten nog even verder. “Misschien loop ik binnenkort wel even bij je binnen”, sluit de student het gesprek af.