“Wie wil dansen, moet eerst leren lopen”

“Wie wil dansen, moet eerst leren lopen”

NRC nam economieopleidingen onder vuur

06-10-2021 · Achtergrond

Economieopleidingen aan Nederlandse universiteiten houden te veel vast aan de neoklassieke theorie, hebben nauwelijks oog voor ‘echte’ maatschappelijke problemen en kijken daarnaast veel te weinig naar kwalitatieve onderzoeksmethoden zoals interviews. Een van de belangrijkste Nederlandse kranten, NRC, publiceerde afgelopen maand een uiterst kritisch overzicht. Maar de Universiteit Maastricht wordt in het verhaal niet eens genoemd.

“Een gemiste kans voor de NRC”, zegt Wilko Letterie, portefeuillehouder onderwijs en onderzoek bij de School of Business and Economics. Erg zwaar tilt hij er niet aan: “Gelukkig weten studenten onze programma’s wel te vinden.”

Dat journalisten niet aan ze denken zijn ze wel gewend in Maastricht, zegt Jona Linde, universitair docent aan de afdeling Micro-economie en Publieke Economie. “Ook Groningen werd niet genoemd. Randstedelijke arrogantie?” Ook hoogleraar macro-economie en internationale monetaire economie Clemens Kool bevestigt het beeld: “Binnen de SBE heeft dit nauwelijks tot ophef of beroering geleid.”

Wakker lijken de Maastrichtse economen er dus niet van te liggen, maar zijn ze het eens met het NRC-artikel? Wat in ieder geval voor de SBE niet klopt, zeggen ze stuk voor stuk, is dat het economieonderwijs geen oog zou hebben voor ‘echte’ maatschappelijke problemen als de klimaatcrisis. “Dat is onvermijdelijk, door het probleemgestuurd onderwijs”, zegt Linde. “Als we er zelf niet over beginnen, doen de studenten het.” En studenten praten niet alleen over de praktijk, ze staan zelf met hun voeten in de klei, zegt Kool. Als voorbeeld noemt hij een project in de master, waarbij studenten in groepjes een opdracht uitvoeren bij een externe organisatie. “Er is in Maastricht een goede balans tussen theorie en praktijk.”

Liefde voor de neoklassieke theorie

Het grootste verwijt in het NRC-stuk is dat de bacheloropleidingen economie te eenzijdig, wiskundig en theoretisch zijn. Daarbij komt dat de dominante theorie in de economische wetenschap – het neoklassieke model dat stelt dat mensen uit eigenbelang handelen, ‘optimale’ keuzes maken en dat markten zichzelf stabiliseren – te ver afstaat van de werkelijkheid. Zelfs na een kritisch rapport van het economennetwerk Rethinking Economics drie jaar geleden zijn er nauwelijks veranderingen doorgevoerd. Nijmegen, Utrecht en de Vrije Universiteit maken stappen in de goede richting, vindt de economenclub, maar de grote drie – Tilburg, Rotterdam en de Universiteit van Amsterdam – laten het afweten. Gedrags- of experimentele economie, of het gedachtengoed van economen als Thomas Pikety en Kate Raworth komen nauwelijks aan bod, aldus de NRC.

De liefde voor de neoklassieke theorie kunnen de Maastrichtse economen wel verklaren. “Wie wil dansen moet eerst leren lopen”, zegt Martin Strobel, universitair hoofddocent Microeconomics and Public Economics: “De neoklassieke theorie legt de drijvende krachten in markten heel goed uit. Die basis moeten alle economiestudenten in hun eerste jaar leren voordat ze in hun tweede en derde jaar in ingewikkeldere (en realistischere) theorieën en stromingen kunnen duiken. Maar er is geen econoom die daadwerkelijk gelooft dat alle bewegingen in de markt te verklaren zijn enkel op basis van het streven naar persoonlijk gewin.”

Strobel onderkent de tekortkomingen van het neoklassieke model, toch zag hij nog geen beter alternatief. “Het schiet bijvoorbeeld tekort als je tijdstippen wil aanwijzen. In 2008 konden economen wel voorspellen dat het zo niet voor eeuwig door kon gaan, maar wanneer de crash zou komen? Dat is met dit model onmogelijk.”

Neuro-economie

Met een zo simpel mogelijk model beginnen dus en dan steeds verder uitbreiden, zegt ook Clemens Kool op zijn kantoor. Zijn boekenkast puilt uit, ook het bekende boek met de rode rand van Piketty staat ertussen. “In het tweede en derde jaar krijgen andere stromingen een veel dominantere rol. Denk aan vakken over normen en waarden, vertrouwen, situaties waarbij de ene partij meer informatie heeft dan de andere.” Strobel vult later aan: “Of vakken over gedrag, psychologie, geschiedenis van het economisch gedachtegoed en zelfs een vak als neuro-economie, waarbij er naar biologische processen in de hersenen gekeken wordt. Dan ben je heel ver weg van het neoklassieke model.”

Dan de focus op kwantitatieve onderzoeksmethoden en de veronachtzaming van een kwalitatieve aanpak. Waarom wordt er bijvoorbeeld niet méér geïnterviewd in de economische wetenschap?  “Dat is een goede manier om bedrijven of individuen te leren kennen”, zegt hoogleraar Kool. “Maar je ontkomt niet aan wiskunde. Dat hoort bij algemene economie.” En ook volgens Linde is er niets mis met een hoofdrol voor kwantitatieve onderzoeksmethoden. “Studenten gaan als economen in het bedrijfsleven of bij de overheid zelf empirisch onderzoek doen of dat van anderen interpreteren. Data-analyse wordt steeds belangrijker, ook in het onderwijsprogramma.”

Positief vs. normatief

Toch is er niet alleen maar onvrede over de teneur van het NRC-stuk. Hannes Rusch, universitair docent aan de afdeling Micro-economie en Publieke Economie, is het op veel punten oneens met de auteur, maar vindt discussie over het curriculum goed. Een van de belangrijkste punten krijgt slechts twee zinnen van de NRC-journalist, zegt Rusch: het verschil tussen positieve en normatieve wetenschap. “Een voorbeeld: Stel ik geef een les over economische maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Als dat je doel is, dan heb je maatregel a, b, en c om dit op een kosteneffectieve manier te doen. Dit is vanuit een positief wetenschappelijk perspectief. Natuurlijk moeten studenten dit weten, maar het normatieve perspectief vind ik op zijn minst even interessant: Willen we zo’n reductie? En wat is dan de verhouding tussen het omlaag brengen van de uitstoot en de groei van de welvaart? Dat er meer ruimte moet komen voor discussies over waarden en normen in de economische wetenschap, daar ben ik het mee eens. Al is er in Maastricht vanwege het pgo al veel ruimte voor deze discussie.”

Auteur: Yuri Meesen

Foto: ThisIsEngineering via Pexels
 

Tags: Economie,economiestudies

Reacties

Thomas Ziesemer

... en de internationale monetaire economie in jaar 1 is compleet keynesiaans.

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.