De wolf in Nederland: asielzoeker of acteur

De wolf in Nederland: asielzoeker of acteur

Lezing van bioloog Tijs Goldschmidt

12-10-2021 · Achtergrond

Ruim dertig wolven hebben zich inmiddels in Nederland gevestigd, maar is er wel plek voor een toproofdier in onze welvaartsstaat? Die vraag stelt schrijver en evolutiebioloog Tijs Goldschmidt aan de orde in zijn Studium Generale-lezing. Goldschmidt bezet op dit moment de Eugène Dubois Wisselleerstoel.

Al een jaar of tien geleden, toen de wolf nog geen voet in Nederland had gezet, werd er druk vergaderd over het dier, zegt Goldschmidt. “Meestal niet in de zin van: een verrijking voor het ecosysteem. Het ging maar al te vaak over risicowolven en probleemwolven. Het leken wel asielzoekers of psychiatrische patiënten, die ook al snel een label krijgen. Terwijl de wolf nog niet eens de kans had gehad om zich te misdragen." 

In zijn lezing, komende donderdag, zal Goldschmidt licht werpen op de antropologische, ecologische en cultuurhistorische aspecten van de wolf in Nederland. Hij doet dat niet als wetenschappelijk onderzoeker, maar als schrijver. Hij observeert, soms met een spottende blik, en verbaast zich andermaal over de gang van zaken.

"Wat me interesseert is de spanning tussen wens en praktijk. We willen de wolf graag terug omdat het een wild dier is, maar tegelijk eisen we dat-ie zich gedraagt, dat-ie niet te veel schade aanricht, niet te veel schapen doodt, of zoals laatst een pony. En tegelijk rijst de vraag: wat stelt die wilde natuur in Nederland nog voor? In zijn boek Next Naturespreekt filosoof Koert van Mensvoort van dieren als acteurs. Schotse hooglanders die tussen de openings- en sluitingstijden van het park doen alsof ze wild zijn. Een origineel beeld, al zie ik de wolf wel degelijk als een wild roofdier, die ook die rol kan gaan vervullen in ecosystemen."

Wolfsverwachting

Dat zal aardig wat consequenties hebben, zegt Goldschmidt. "De laatste wolf is in 1869 doodgeschoten, in Schinveld. Zijn terugkeer, na anderhalve eeuw, zal gepaard gaan met een cascade van allerlei effecten. In Yellow Stone Park, waar de wolf in 1995 opnieuw is geïntroduceerd, veranderde meteen het graasgedrag van andere dieren. Ze waren angstiger, alerter, en gunden zich minder tijd om wilgen klein te knagen."

Daardoor bleef er meer over voor bevers, die in aantal groeiden. "Ze bouwden ook meer dammen, waardoor de stroomsnelheid van de rivieren afnam. En dat had weer gevolgen voor de zalm, die minder makkelijk tegen de stroom op zwom. In Nederland zul je zien dat herten, reeën en everzwijnen open plekken gaan mijden. Daardoor zullen de vegetatie, de insectensoorten en de boomgroei veranderen. Ook zullen er waarschijnlijk meer raven opduiken, doordat karkassen blijven liggen."

Mensen zullen de natuur anders beleven als ze een toppredator, een potentieel gevaarlijk beest, kunnen tegenkomen, zegt Goldschmidt. "Je loopt dan in het bos met een 'wolfsverwachting'. Het lijkt mij enerverend, maar anderen vinden het misschien eng. Toch is de diepgewortelde angst dat ze mensen aanvallen, ongegrond. Ze zouden in theorie een peuter kunnen grijpen of een baby uit een kinderwagen, maar dat gebeurde voor het laatst tweehonderd jaar geleden. En vermoedelijk was dat geen wolf maar een hondsdolle hond."

Cheeta's

De bescheiden entrée van de wolf heeft nu al gevolgen voor boeren en herders, die zo nu en dan een aantal schapen 's ochtends dood aantreffen op het land. "Ik vind dat boeren en herders hierbij gesteund moeten worden, ook financieel, al worden verreweg de meeste schapen doodgebeten door honden. Toch lees je zelden in de krant over het gevaar dat rottweilers vormen. Dat zal te maken hebben met het feit dat honden al dertigduizend jaar met ons samenleven."

Een oplossing kan zijn dat schaapherders getrainde honden nemen om de kudde te beschermen. "Je hebt bijvoorbeeld de karabash, de Turkse herdershond, die heel groot en gevaarlijk is, ook voor mensen trouwens. In Kenya wordt die al gebruikt om cheeta's op afstand te houden. De karabash is niet geschikt in Nederland, maar wel andere typen bewakingshonden."

Op termijn lost dit probleem zich vanzelf op, want het dieet van wolven bestaat op de eerste plaats uit herten, reeën en zwijnen. “De wolven die schapen grijpen zijn jong en nog niet bedreven in de jacht. Ze hebben in Duitsland hun roedel moeten verlaten en zijn via verlaten militaire oefenterreinen ons land binnengekomen. Als ze eenmaal zelf een roedel hebben gevormd, laten ze de schapen links liggen."

Wie is Tijs Goldschmidt?

Schrijver en evolutiebioloog Tijs Goldschmidt (1953) maakte naam met zijn boek Darwins hofvijver (1994), waarin hij zijn onderzoek naar furu, een soort baarsachtige vissen, in het Victoriameer beschrijft. Het boek werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs en is in vele talen vertaald. Sindsdien schrijft hij veel over de raakvlakken tussen kunst en wetenschap en tussen natuur en cultuur. Op dit moment werkt hij aan de essaybundel Wolven op het ruiterpad.

Goldschmidt is de zesde hoogleraar die de Eugène Dubois Wisselleerstoel bezet, na onder anderen primatoloog Frans de Waal en zeebioloog José Joordens. De leerstoel is vernoemd naar Eugène Dubois (geboren in Eijsden), die eind negentiende eeuw beroemd werd met zijn fossiele vondst van de Javamens, de schakel tussen aap en mens. Het is de aftrap van een nieuw wetenschapsgebied: de paleoantropologie. Op latere leeftijd keerde hij terug naar Limburg, naar Haelen.