Slaap is goed voor je, dat weten we allemaal. Maar hoe essentieel het echt is, daar gaan we vaak aan voorbij, zegt Van Heugten. “Het is in onze maatschappij heel normaal om te snakken naar een kopje koffie, om wakker te worden. Terwijl dat eigenlijk al het eerste teken is van slaaptekort. Als je cafeïne nodig hebt om de dag door te komen, als je ’s ochtends moeilijk uit je bed kunt komen, je niet uitgerust voelt, dan is je slaap niet op orde.”
Tsjernobyl
Dat iemand door slaapgebrek chagrijnig is of ongeduldiger, dat is tot daaraantoe. Maar vermoeidheid speelt ook een grote rol bij (ernstige) ongelukken, schrijft Van Heugten. Zo is de kans op een auto-ongeluk drie keer zo groot als je minder dan vijf uur hebt geslapen. En bij de nucleaire ramp van Tsjernobyl hadden de werknemers ploegendiensten gedraaid van langer dan dertien uur aan één stuk.
Daarnaast lijdt ons mentale welzijn eronder. “Ik durf te stellen dat slaapproblemen bij iedere mentale stoornis een rol spelen. Het zou goed zijn als het een standaardvraag wordt als iemand met klachten bij de huisarts of in de kliniek komt: hoe slaap jij?”
Behandeling
Onderzoek hiernaar (onder andere door Van Heugten zelf) heeft zich tot nu toe vooral gericht op de aanwezigheid van psychotische en dissociatieve verschijnselen. Bij psychotische verschijnselen neemt iemand dingen waar die er niet zijn. Bij een dissociatieve ervaring heeft iemand het gevoel losgekoppeld te zijn van zichzelf. “Van je emoties, je omgeving, je geheugen. Dat kan heel mild zijn. Bijvoorbeeld wanneer je iets op de automatische piloot doet, we noemen dat absorptie. Dat heeft iedereen wel eens. In de zwaarste vorm neemt iemand een deel van de dag een andere persoonlijkheid aan, soms zonder zich daarvan bewust te zijn.” In de volksmond wordt dat een gespleten persoonlijkheid genoemd; iemand heeft als het ware meerdere identiteiten. Voer voor filmmakers, een voorbeeld is Split uit 2016.
Dissociatie komt voor bij veel mentale stoornissen. “Depressie, borderline, ga zo maar door”, zegt Van Heugten. “Er is ook een duidelijk bewezen link met slaap. Maar waar dissociatie heel moeilijk te behandelen is, zijn slaapproblemen dat niet. Aan slecht slapen kun je heel veel doen.”
Donkere kamer
Dat is de tweede reden waarom Van Heugten zo graag wil dat er meer aandacht komt voor slaap. “Je kunt online slaapprogramma’s volgen. Daarin leer je bijvoorbeeld een goede slaaphygiëne: iedere dag op dezelfde tijd naar bed en op dezelfde tijd opstaan, zorgen voor een donkere stille slaapkamer, geen cafeïne meer na de lunch. Als iemand echt slaapproblemen heeft, is dat niet genoeg, maar het is wel de basis. Cognitieve gedragstherapie tegen insomnia heeft weinig zin als iemand ’s avonds nog vier koppen koffie drinkt.”
Ook ontspanningsoefeningen en slaaprestrictie – waarbij je de tijd dat je in bed ligt beperkt, om ervoor te zorgen dat als je in bed ligt je ook echt slaapt – kunnen helpen. “Dit zijn dingen, behalve slaaprestrictie, dat is wat lastiger, die mensen zelf kunnen uitvoeren. De wachtlijsten voor de GGZ zijn heel lang. Waarom zou je hier niet alvast mee aan de slag gaan?”
Patronen
Meer en beter slapen dus. Maar wat gebeurt er in die uren? Van Heugten gaat er uitgebreid op in, net als op het nut van dromen. Ze onderschrijft de theorie van Sue Llewellyn, emeritus-hoogleraar aan de universiteit van Manchester, dat dromen ons helpen bij het leren herkennen van patronen. “Daardoor kun je beter voorspellen wat er in je dagelijks leven gaat gebeuren.”
Als voorbeeld noemt ze in het boek het roofdier bij de waterpoel. Stel, iedere keer dat een roofdier bij de waterpoel komt, wordt er iemand gedood. Hoe eerder je dit patroon herkent, hoe eerder je weet wat er gaat gebeuren. Een droom waarin je wegrent van een bizar angstaanjagend dier dat naar de waterpoel komt, kan daarbij helpen. Het versterkt de relatie in je geheugen tussen de waarneming (een roofdier) en het gevolg (er valt een dode), waardoor je overdag sneller in actie komt en wegrent.
Van Heugten denkt zelfs – “heel voorzichtig, met veel slagen om de arm” – dat dromen ons soms iets kunnen laten zien, dat we in wakkere toestand nog niet doorhebben. Er zijn voorbeelden van mensen die een ‘voorspellende’ droom hadden: ze droomden dat ze kanker hadden en bleken inderdaad ziek te zijn. “Misschien hebben zij onbewust al een patroon van kleine signalen opgepikt. In hun droom hebben ze dat patroon juist geïnterpreteerd, terwijl ze dat wakker niet was gelukt.”