Met zijn hoofd meedeinend op de muziek observeert de bewaker van een afstandje de hossende menigte studenten. Zijn voorzichtige glimlach lijkt te verraden dat ook hij blij is dat de maatregelen eindelijk weer evenementen toestaan. Ik tik hem aan en vraag of alles goed verloopt. Werkt het systeem met QR-codes een beetje soepel? Enthousiast begint hij aan zijn antwoord, maar al snel verdwijnt de lach van zijn gezicht. Ik merk dan zijn ogen richting het kaartje glijden dat via een keycord om mijn nek bungelt. ‘Press’ staat er met grote letters op. “Voor die vraag zal ik je naar onze woordvoerder moeten doorverwijzen.”
Het is een vreemde gewaarwording. Het is mijn tweede werkdag als journalist bij Observant en ik ben net op pad voor mijn allereerste reportage; de sfeer proeven op een muziekfestival tijdens de Inkom. Zo meteen zal ik wat studenten aanspreken om enkele quotes te verzamelen voor mijn stuk. Maar eerst even een indruk krijgen van het evenement. Dat moet vast lukken door een praatje aan te knopen met de vriendelijk ogende bewaker.
Valt dat even tegen. In mijn beleving ga ik ‘gewoon’ een gesprek aan, uit pure interesse. De argwaan in de ogen van de bewaker vertelt mij echter iets heel anders. Wanneer een journalist een vraag stelt, dan moet je op je hoede zijn. Eén verkeerde uitspraak en je mag morgen aan je baas uitleggen waarom de krant schrijft dat de QR-controles tijdens de Inkom niet deugen.
Met een perskaart om je nek veranderen blijkbaar je intenties, of je dat nu wilt of niet.
In de weken erna ben ik ze nog regelmatig tegengekomen, de plotse defensieve houdingen en achterdochtige blikken wanneer je je voorstelt als journalist. En ik snap het ook wel een beetje. De sensatiezucht van sommige media werkt niet bepaald bevorderlijk voor het imago van het beroep. Gelukkig begrijpen de meeste mensen die ik spreek wél dat de gemiddelde journalist er niet constant op uit is om alleen de negatieve kanten van iets te belichten. En dat een kritische blik iets anders is dan mensen doelbewust en ongefundeerd onderuit willen halen.
Al weet ik nu ook: voor de écht spontane gesprekken zal ik voortaan tot na werktijd moeten wachten.