Geprezen en verguisd om ‘alledaags racisme’

Geprezen en verguisd om ‘alledaags racisme’

Racismedeskundige Philomena Essed houdt Tanslezing

16-11-2021 · Achtergrond

In de jaren tachtig raakte ze een gevoelige snaar door Nederlanders te wijzen op het haast onopvallende racisme van alledag. Een paar jaar later werd ze het mikpunt van vinnige kritiek. Volgende week houdt Philomena Essed de Tanslezing over onder meer racisme-vrije omgevingen.

Aangewakkerd door de opmars van Black Lives Matter woedt in de VS al maandenlang een discussie over critical race theory. Dit gedachtegoed stamt uit de jaren zeventig van de vorige eeuw, toen juristen betoogden dat racisme in de haarvaten van de samenleving zit, dat het ingebakken is in instituties, in de rechtspraak, het onderwijs, de arbeidsmarkt, gezondheidsstelsel, de huizenmarkt. Dat is de reden dat de ongelijkheid en white dominance in stand blijft. 

De vlam sloeg in de pan toen critical race theory op verschillende Amerikaanse scholen haar intrede deed en leraren zich afvroegen wat ze ermee moesten. In een van de schoolboeken heette het: 'Racism is a white person's problem and we are all caught up in it'. In Virginia heeft Trump stennis gemaakt en in Florida meende de Republikeinse politicus DeSantis dat "we kinderen leren om elkaar en hun land te haten".

Het zijn opmerkingen die de plank volledig misslaan, meent het andere kamp. Het is niet de bedoeling om blanken racisme in de schoenen te schuiven, maar om onderliggende, maatschappelijke structuren bloot te leggen. 

Black Lives Matter

Dat is ook wat Philomena Essed (1955, Utrecht) haar leven lang al heeft gedaan. Ze is hoogleraar Critical race, gender and leadership studies aan de Antioch Universiteit in Californië, maar in Nederland is ze vooral bekend van haar boek Alledaags racisme (1984), dat insloeg als een bom. 

Het was een uitvloeisel van haar afstudeeronderzoek, waarin Essed veertien Surinaamse vrouwen had ondervraagd over hun omgang met Nederlanders. En wat bleek: de vrouwen werden er in winkels vaak uitgepikt om hun tas te openen, voelden zich vernederd door collega’s, en werden lastiggevallen in de bus. Geen grote, schokkende incidenten op zichzelf, maar wel structureel, aan de orde van de dag. 

Essed, destijds cultureel antropoloog aan de Universiteit van Amsterdam, gaf racisme een nieuw gezicht. Het was niet louter iets groots en historisch, zoals de slavenhandel, maar onopvallend, alledaags, in het hier en nu. Haar boek vormde een opmaat voor de antiracismegolf van de jaren tachtig. Nederland bleek volgens activisten minder tolerant dan voetstoots werd aangenomen.

Hoe staat Nederland er nu voor, na alle commotie rond Zwarte Piet, na de wereldwijde opleving van antiracismebewegingen als Black Lives Matter? Het zal tijdens de Tanslezing van Essed allicht aan bod komen. Al moet nog blijken waar ze het precies over gaat hebben. In de aankondiging spreekt ze van tools om racismevrije omgevingen te creëren, van racisme-scenario’s waarmee "effectieve interventies" kunnen worden geïdentificeerd.

Pretentieus warhoofd

Essed vertrok in 2005 naar de VS. Ze heeft de beweringen dat ze uit Nederland is weggepest altijd ontkend. Het was de liefde die haar naar de Verenigde Staten dreef. Waar of niet, in de jaren daarvoor was een storm van kritiek opgestoken na haar tweede boek Inzicht in alledaags racisme (1991), de handelsversie van haar proefschrift. Hierin interviewde Essed hoger opgeleide Surinaamse vrouwen en vergeleek hun verhalen met die van Afro-Amerikaanse vrouwen. Die vergelijking, die ze ook al had gemaakt in haar eerste boek, wekte nu een hoop irritatie. 

Hoe viel Nederland nou te vergelijken met de VS, die een eeuwenlange geschiedenis van slavernij en rassensegregatie kende? Hoe deugdelijk waren haar wetenschappelijke methoden eigenlijk? Frank Bovenkerk, toen de autoriteit op het vlak van minderheden en gelijke behandeling, meende in de De Groene Amsterdammer dat racisme-onderzoekers vooral twee dingen moeten vermijden: vragen stellen aan daders en slachtoffers. “Daders zullen geen eerlijke antwoorden geven en slachtoffers hebben redenen om te overdrijven.” 

De recensie in NRC Handelsblad was ook niet mals: "Haar boek staat bol van de tendentieuze uitspraken die in vage beschuldigingen uitmonden." In diezelfde krant is ze later een “pretentieus warhoofd” genoemd. 

Overgevoelig

Voor anderen was Essed een bron van inspiratie, een pionier die witte Nederlanders een spiegel voorhield, die aandacht vroeg voor een blinde vlek. In groepen die vrouwen- en burgerrechtenbewegingen een warm hart toedragen, vonden de boeken van Essed veel weerklank. En inmiddels geldt ze als een autoriteit op het vlak van racisme, wat onder meer blijkt uit twee eredoctoraten, van de universiteiten van Pretoria en van Umea (Zweden). 

Haar huidige onderzoek cirkelt rond begrippen als menselijke waardigheid en 'entitlement racism'. In Trouwkenschetste ze dat laatste als racisme onder de noemer van vrijheid van meningsuiting. Of concreter: kwetsende opmerkingen maken omdat het mag. Wie er iets van zegt, wordt voor overgevoelig uitgemaakt, voor iemand die niet tegen een grapje kan. "Alsof het dan geen pijn doet", aldus Essed.

De Tanslezing door Philomena Essed (in het Engels) is op woensdag 24 november om 20.00 uur, en wel via Zoom; aanmelden kan hier