Minder werkdruk, meer werkplezier

Minder werkdruk, meer werkplezier

Nieuw strategisch plan Fasos

23-11-2021

MAASTRICHT. Ondersteunend personeel met onderwijstaken, een toga voor de universitaire (hoofd-) docent die zitting neemt in de corona tijdens een promotieplechtigheid. Twee voornemens uit het nieuwe strategische plan van de faculteit Arts & Social Sciences waarin alles draait om het welbevinden van staf en studenten. 

 

Hoe kunnen we stafleden en studenten laten floreren? Hoe kunnen we de onderlinge samenwerking stimuleren en tegelijkertijd de werkdruk verlagen? Het blijkt een bewuste keuze om het eerste hoofdstuk van het 44 pagina’s tellende strategische plan, getiteld Keep on moving forward together, in te ruimen voor het personeelsbeleid. En ook in de twee daaropvolgende hoofdstukken over onderwijs en onderzoek komen het terugdringen van de werkdruk en het bevorderen van werkplezier terug.

“Mensen maken onze faculteit, zij zijn de basis”, zegt decaan Christine Neuhold. “Het klopt dat human resources heel belangrijk is, maar behalve heldere regels die het leven binnen de faculteit makkelijker maken, willen we onze staf en studenten inspireren om vooral samen te werken.” Want teamwerk is belangrijk, aldus het plan, of het nu gaat om onderwijs of onderzoek. En hieraan draagt de hele staf, wetenschappelijk én ondersteunend personeel (wp en obp), een steentje bij. Het liefst zou Neuhold het onderscheid tussen die twee groepen dan ook opheffen. “Wij zijn één Fasos-team, we hebben alleen andere rollen.” En zelfs dat zou in de toekomst weleens kunnen veranderen. De faculteit denkt erover na om obp-ers die dat willen een rol in het onderwijs te geven. “Veel van hen hebben een academische opleiding. Ik denk bijvoorbeeld aan een tutorschap of het geven van een lezing.”

Toga

Dat het binnen de faculteit om teamwerk draait zou ook zichtbaarder mogen worden tijdens een promotieplechtigheid. Nu is er nog een duidelijk onderscheid tussen de hoogleraar en de universitaire (hoofd) docent die als begeleiders in de corona plaatsnemen. De eerste is in toga, de tweede in burgerkledij. “Dat is niet overal zo in de wereld”, vertelt Neuhold. “Ik weet dat dit misschien super-revolutionair klinkt, de toga is toch een soort klasse-symbool, maar door alle leden die zitting nemen in de corona een toga te laten dragen, laat je zien dat je een team bent. Het is een erkenning voor het vele werk en de deskundigheid van de (hoofd)docent.”

Werkdruk

De hoge werkdruk wil de faculteit onder andere aanpakken met meer onderwijsvrije periodes, eerlijke normuren en een korter academisch jaar. Dit is in overeenstemming met de plannen op universitair niveau. Decaan Neuhold wordt voorzitter van een UM-werkgroep die zich buigt over een korter academisch jaar. Tegelijkertijd komt er ruimte, conform het landelijk project Erkennen en Waarderen, voor verschillende carrièrepaden, bijvoorbeeld op het gebied van onderwijs.  

Onderzoek in onderwijs

In het onderwijs, met name in bepaalde masterprogramma’s en sommige bachelorspecialisaties, zou het eigen onderzoek van de staf een plek kunnen krijgen, staat in het plan. Bijvoorbeeld door de introductie van interdisciplinaire keuzevakken die programma-overstijgend zijn. Het mes snijdt zo aan twee kanten: de docent geeft onderwijs over een onderwerp dat hij of zij heel goed kent, de student krijgt een kijkje in de onderzoekskeuken. Neuhold: “Ik doe dat zelf in de researchmaster. Het is heel inspirerend voor beide partijen.”

Duizend bloemen

Laat duizend bloemen bloeien luidt het motto als het gaat om het facultaire onderzoek. Dat is nu heel divers - ondergebracht in vier onderzoeksprogramma’s - en dat zal zo blijven. Neuhold: “We hebben met heel veel partijen over dit plan gediscussieerd. De conclusie is duidelijk: het is zaak om het bestaande, diverse en interdisciplinaire onderzoek van Fasos te versterken.” Onderzoek dat door de jongste accreditatiecommissie als ‘goed’ werd beoordeeld. “Al voegde de commissie daar wel een kritische noot aan toe: ‘Waarom weet de wereld dat niet?’ We zullen ons wetenschappelijk werk meer in de etalage moeten zetten, meer laten zien wat we in huis hebben.”