Nee, dat artikel komt niet in de krant

Nee, dat artikel komt niet in de krant

"Ik wil weten of het goed met je gaat"

26-11-2021 · Redactioneel

Wat nu? Het artikel is klaar, de geïnterviewde student is op een paar kleinigheidjes na akkoord, de foto is gemaakt, de vertaler is bezig. En dan valt er in het weekend een noodkreet van diezelfde student op de digitale deurmat: publicatie is uit den boze. Het artikel zou stigmatiserend zijn, en betrokkene niet in zijn waarde laten. Dat vinden wij in het geheel niet, maar zo’n geluid moet je wel serieus nemen.

Wat doe je dan als redactie? De redacteur probeert nog in het weekend contact te leggen met de betrokken student, vraagt of ze haar kan bellen. Dit is namelijk niet iets wat je per mail kunt afhandelen. Meestal lost zoiets zich na een belletje wel op.

Als we na vier mailtjes van onze kant – we hebben geen telefoonnummer, alles is via mail en live verlopen - op dinsdagochtend om 9.00 uur nog niets hebben vernomen, bedenken we alvast een noodscenario. In het uiterste geval gaat het artikel niet mee, het gaat om een persoonlijk verhaal, daar moet de persoon in kwestie zich in kunnen vinden.

Halverwege de ochtend komt een mailtje met telefoonnummer binnen. Redacteur WD belt haar meteen. Los van het artikel: het gaat overduidelijk niet goed met deze student. WD biedt hulp aan, vraagt of ze moet langskomen, of ze iemand kan bellen? Nee, ze gaat zelf om hulp vragen. Ik bel je vanmiddag terug, eindigt WD het telefoongesprek, ‘ik wil weten of het goed met je gaat’.

Het artikel is vanaf dat moment in onze hoofden al naar de achtergrond verdwenen, dat gaat zeker niet mee. Misschien op een later moment, wie weet, als de student zich beter voelt. Zaak is nu dat zij de juiste ondersteuning krijgt. Dinsdagmiddag belt WD de student opnieuw. Die is nog niet opgeknapt, maar heeft hulptroepen ingeschakeld.

Wij gaan over tot de orde van de dag. Kijken wat we nu op die pagina kunnen plaatsen. Het wordt een stuk over het strategisch plan van de faculteit Arts & Social Sciences. Dat draait toch vooral om de werkdruk (die moet omlaag) en het werk- en studeerplezier. Eén dingetje springt eruit: de faculteit wil dat ook de (hoofd)docent die een promovendus begeleidt straks, net als de hoogleraar/promotor, in toga naar de verdediging van het proefschrift mag komen. “Ik weet dat dit super-revolutionair klinkt”, zegt decaan Christine Neuhold. “De toga is toch een soort klasse-symbool, maar door alle leden die zitting nemen in de corona een toga te laten dragen, laat je zien dat je een team bent. Het is een erkenning voor het vele werk en de deskundigheid van de (hoofd)docent.”