Caribische kopzorgen: studeren in Nederland is vaak een traject vol hobbels

Caribische kopzorgen: studeren in Nederland is vaak een traject vol hobbels

‘Wij leren ons hele leven over Nederland, maar andersom weten jullie bijna niks over ons’

29-11-2021

Geldzorgen, taalachterstand, eenzaamheid. Caribische studenten lopen in Nederland tegen veel problemen aan, waardoor ze vaak slechter presteren, zo blijkt uit recent onderzoek. Observant sprak met vijf van hen over hun ervaringen in Maastricht. “Ik voel me hier beter thuis dan in de Randstad.”

Aan je huisgenoten moeten vragen hoe de verwarming werkt, omdat je die nooit eerder nodig had. Niet weten dat je op een knopje moet duwen om de treindeuren te openen, omdat je nog nooit met een trein reisde. Aan het begin van de herfst je opeens realiseren dat je nog een jas en warme kleding moet aanschaffen, want die hangen niet in je kast. En voor alles de bus nemen, omdat je nooit hebt leren fietsen. Wie zijn hele leven op een klein, tropisch eiland in de Cariben woonde, kan in het koude, dichtbevolkte Nederland in nogal wat ongemakkelijke situaties terechtkomen.

Hoewel deze voorvallen soms grappig of onschuldig zijn, gaan er vaak grotere problemen achter schuil. Ieder jaar laten enkele honderden jongeren het Caribische deel van het Koninkrijk – de landen Aruba, Curaçao en Sint-Maarten, plus de Nederlandse eilanden Bonaire, Saba en Sint Eustatius – achter voor een universitaire opleiding op het Nederlandse vasteland. De Nationale Ombudsman waarschuwde eind vorig jaar dat deze groep vaker last heeft van psychische problemen, studievertraging oploopt of zelfs voortijdig met de studie stopt. De studenten zouden vastlopen door bureaucratische worstelingen – ze beschikken bij aankomst bijvoorbeeld niet over een BSN-nummer en DigiD voor het regelen van bank- en verzekeringszaken -, maar ook door taalachterstand, geldzorgen, cultuurverschillen, verkeerde verwachtingen en eenzaamheid.

Voor een deel zijn dat hobbels waar internationale studenten nu eenmaal mee te maken krijgen. Toch is de gemiddelde Caribische student niet één op één te vergelijken met de Amerikaanse of Italiaanse student die bewust kiest voor een studie ver van huis. “Als je wilt studeren, dan is Nederland eigenlijk de enige optie”, zegt de Arubaanse Jaycey Kelly, masterstudent Epidemiology. “Op de eilanden zelf zijn de mogelijkheden beperkt. En een studie in bijvoorbeeld de VS of Canada is maar voor weinigen te betalen. In Nederland kunnen we tegen dezelfde voorwaarden studeren als Nederlandse jongeren, dus inclusief leningen en aanvullende beurzen via DUO.”

Maximaal bijlenen

Lianne Girigori

Maar dan zit je wel meteen aan de andere kant van de oceaan, op zo’n tien uur vliegen van vrienden en familie. “Dat is weleens lastig: door heimwee kun je je motivatie verliezen”, zegt de Curaçaose Biomedical Sciences-student Lianne Girigori. “Dan zie je op vrijdag medestudenten met hun koffertjes naar de trein lopen en denk je: ‘Goh, dat zou ik ook wel willen’. Bovendien zijn de cultuur en het weer hier heel anders. Dat kan soms vervelend zijn, maar ik probeer me er niet door te laten stoppen.”

Daar komt bij dat het leven hier veel duurder is, zo vertelt de eveneens Curaçaose Samantha Cijntje. “Mijn ouders dragen wel wat bij, maar hun salaris is in Nederland gewoon een stuk minder waard.” Tijd voor een bijbaantje heeft ze niet met haar twee bachelorstudies, Digital Society en Data Science and Artificial Intelligence. “Ik moet zuinig zijn. Zo neem ik het goedkoopste internetabonnement en ga ik minder vaak op stap. Ik leer zo wel minder mensen kennen. Toen in het eerste jaar medestudenten samen leuke dingen gingen doen, kon ik vaak niet mee.”

“Het overgrote deel van de Caribische studenten – waaronder ik – leent maximaal bij”, vult Kelly aan. “Dat kan niet anders, maar daardoor bouw je wel een enorme studieschuld op. En vaak zijn we daarbij ook nog duurder uit dan andere studenten. Je kunt niet zomaar een paar dagen naar je ouders, waar je even niks uitgeeft. En als je gaat – met kerst of in de zomer – zit je in het hoogseizoen, met belachelijk dure vliegtickets.”

Gigantische vrijheid

De alsmaar oplopende studieschuld zorgt voor extra druk, evenals de verwachtingen van het thuisfront. “Als Caribische student ben je op het vliegtuig gestapt om iets te bereiken wat je ouders misschien niet gelukt is”, zegt de Curaçaose geneeskundestudent Warren Lasten. “Dat maakt het soms lastiger om thuis te vertellen dat de studie minder loopt, wat de stress en problemen alleen maar vergroot.”

En dat terwijl die studieproblemen vaak op de loer liggen. “In de Cariben word je vaak heel beschermd opgevoed. Zo ga je nooit met de bus ergens heen; tot je achttiende brengen je ouders je overal naar toe. In Nederland heb je opeens een gigantische vrijheid. Sommigen kunnen daar niet goed mee omgaan.”

Een eerder dit jaar verschenen onderzoek, uitgevoerd door ResearchNed in opdracht van de overheid, bevestigt dat beeld. Na vier jaar heeft slechts 45 procent van de Caribische studenten aan Nederlandse universiteiten het bachelordiploma gehaald, tegenover 58 procent van de studenten met een niet-westerse migratieachtergrond en 61 procent van de Europese Nederlanders en westerse migranten. Onder Caribische hbo-studenten ligt het studiesucces nog lager.

Vriendelijker

Desondanks zien de vijf UM-studenten – hoewel ze de worstelingen herkennen – niet opvallend veel studievertraging in hun directe omgeving. Al merkt Devagni Pourier uit Bonaire wel dat veel Caribische vrienden na het eerste jaar van studie wisselen, iets dat ook uit het ResearchNed-onderzoek blijkt. “Het is lastig om een goed beeld van de opleiding te krijgen”, zegt ze. “Je kunt vanaf de eilanden niet even naar een open dag.”

En hoe zit dat met het kiezen van een stad? Voor alle vijf blijkt de keuze voor Maastricht wél heel bewust. Niet in de laatste plaats vanwege de Limburgse cultuur en omgeving. “Op Bonaire wonen 20 duizend mensen”, vertelt Pourier. “In de Randstad voel ik me al snel benauwd. Hier heb je meer ruimte en zijn de mensen vriendelijker, waardoor ik me veiliger voel.” Cijntje ziet bovendien de ons-kent-ons-sfeer van de eilanden enigszins terug. “Wanneer je voor de tweede keer naar een winkel gaat, dan herkent en begroet het personeel je. Dat gebeurt in Amsterdam niet. De sfeer is hier beter, ik voel me thuis.”

Lasten beaamt dat: “Ik koos voor Maastricht vanwege de rust, zodat ik mij kon focussen op mijn studie. Veel jongeren willen naar Den Haag of Rotterdam, steden met een grote Caribische gemeenschap. Iedereen heeft daar wel familie en vrienden, er zijn veel activiteiten en Caribische feestjes. Dat zorgt voor veel afleiding.”

Bubbel

Ook het internationale karakter van de UM spreekt aan. “In mijn onderwijsgroepen zit ik met mensen van over de hele wereld”, zegt Kelly. “Daardoor val je minder op; je bent niet de hele tijd ‘die ene Antilliaan’.” Daarnaast helpt het dat in Maastricht veel studies in het Engels worden aangeboden. “We leren wel Nederlands op school, maar daarbuiten praten we op de eilanden voornamelijk Papiaments of Engels met elkaar. In een Nederlandse onderwijsgroep is het daarom lastig om goed mee te doen, je komt niet altijd snel op de juiste woorden.”

Jaycey Kelly en Warren Lasten

Toch biedt die internationale omgeving niet alleen maar voordelen. “Ik wil na mijn studie graag in Nederland blijven werken”, zegt Cijntje. “Ik zou graag beter Nederlands leren spreken, maar dat lukt niet.” Ook Pourier, die met fiscaal recht nota bene een Nederlandstalige bachelor volgt, merkt dat haar Nederlands slechter is geworden. “Ik spreek het alleen tijdens het onderwijs, daarbuiten praat ik Engels met iedereen.”

Daarnaast ligt er het gevaar dat je in een ‘Caribische bubbel’ terechtkomt, waarschuwen de studenten. “Zeker wanneer het even tegenzit, dan heb je de neiging om een veilige, herkenbare omgeving op te zoeken”, zegt Lasten. “Omdat hier niet veel eilandgenoten studeren, klit je al snel samen met een klein, hechte groepje. Dat kan je uit de problemen trekken, maar ook juist ervoor zorgen dat je alleen maar verder achteropraakt: zonder contact met studiegenoten loop je veel kennis en tips mis over je opleiding en het studentenleven.”

Vangnet

Hij raadt nieuwe studenten dan ook aan om Nederlandse vrienden te maken, ook al is dat door cultuurverschillen soms lastig. Girigori beaamt dat: “Die verschillen zijn soms subtiel, maar maken het contact wel lastiger. Zo begrijp ik woordgrappen of uitdrukkingen vaak niet. En tijdens feestjes draait het bij Nederlandse studenten vaak om het dronken worden, terwijl het op Curaçao altijd om de gezelligheid en het bewust genieten gaat. Ik verplicht mezelf om met hen om te gaan, maar dat kost me wel veel moeite.”

“Nederlanders zien die verschillen zelf niet, omdat wij ons aanpassen”, voegt Cijntje toe. “Toch blijft dat een vreemde gewaarwording. Wij worden van jongs af aan opgevoed met het idee dat we later naar Nederland gaan. Andersom weten Nederlanders vrij weinig over onze cultuur. Als het over Curaçao gaat, zeggen ze vaak: ‘Mooie stranden heb je daar’. Terwijl ik dan denk: de Cariben zijn zoveel meer dan dat. Er mag op Nederlandse scholen best wat meer aandacht komen voor de Antillen.”

Ook de UM kan meer doen om Caribische studenten te helpen, meent Lasten. “Op 4 vwo maakte ik met mijn school een reis langs de Nederlandse universiteiten. In Maastricht stond er bij de ontvangst een banner met de naam van onze school, wat nergens anders zo was. Dat gaf mij echt het gevoel: ‘Hier zien ze je niet als een nummer’. Toch valt de persoonlijke begeleiding achteraf tegen. Als Caribische student ken je veel worstelingen, maar vaak trek je pas zelf aan de bel als het veel te laat is. Helaas biedt de UM geen vangnet. Al kom je een jaar lang niet naar de universiteit, niemand zal je een mailtje sturen. Terwijl dit door het onderwijssysteem toch makkelijk opvalt. Het zou fijn zijn als er op de universiteit iemand rondloopt die je problemen kent en actief informeert hoe het met je gaat.”