Minder versnippering van het werk, meer vertrouwen in staf

Minder versnippering van het werk, meer vertrouwen in staf

Maastrichtse expert over aanpak werkdruk

30-11-2021 · Achtergrond

MAASTRICHT. De klachten over werkdruk aan de Universiteit Maastricht houden aan. Terwijl toch iedereen de problemen erkend, er extra geld is gereserveerd en extra personeel is binnengehaald. Hoe kan dat? Het is een veelkoppig monster, zegt prof. Angelique de Rijk, een van de werkdrukdeskundigen aan de Universiteit Maastricht, al heeft ook zij niet het ei van Columbus.

Angelique de Rijk, hoogleraar arbeid en gezondheid, in het bijzonder arbeidsre-integratie, bereidt op dit moment met Italiaanse collega’s een symposium - onderdeel van de conferentie van de European Association of Work and Organizational Psychology in Glasgow - voor over de kwaliteit van werken aan universiteiten. “We weten veel over arbeid en gezondheid, concludeerden we, maar hoe gezond zijn we zelf als universiteit? We zien overal in Europa de onderlinge competitie groeien, de controlezucht toenemen en de vrijheid van medewerkers afnemen. Allemaal factoren die de werkdruk verhogen.”

De Rijk zal in januari 2022 het onderzoek presenteren naar werkplezier en werkdruk dat ze samen met anderen in 2019 afrondde. Dit in opdracht van het onderwijsinstituut van de faculteit Health Medicine and Life sciences (FHML). Het was een ‘voorloper’ van de UM-brede Duurzame Inzetbaarheidsmonitor waaraan eind 2018 meer dan 2800 medewerkers deelnamen. De uitkomsten zijn nagenoeg vergelijkbaar.

Productie draaien

Wat trof ze aan: de medewerkers hebben plezier in hun werk en hart voor het onderwijs, maar ze staan onder grote druk. Ze hebben het gevoel dat ze productie moeten draaien en omkomen in de regeltjes. De normuren (hoeveel tijd krijgt een docent voor de begeleiding van bijvoorbeeld een scriptie, of de voorbereiding van een college?) “zijn bijna nooit toereikend. Docenten moeten overwerken om hun taken af te krijgen.” Een klacht die tot op de dag van vandaag door de hele UM klinkt. Belangrijke oorzaak is de versnippering: “De FHML-onderwijsstaf liep van hot naar her, van bachelor, master, van gezondheidswetenschappen naar geneeskunde. En overal zijn er eigen regels. Dit kost enorm veel tijd.” 

Prof. Angelique de Rijk

Echte zomervakantie

Hoe dit op te lossen? Het klinkt simpel: minder taken. Oftewel: trek nieuwe mensen aan die een deel van het werk op zich nemen. Iets dat niet heel makkelijk is, zo bleek onlangs tijdens een vergadering van de universiteitsraad. De arbeidsmarkt is krap, er zijn veel vacatures die nog niet zijn opgevuld, klonk het daar. “Geen mensen te vinden?”, reageert De Rijk. “Er is potentieel genoeg. Denk aan al die pas afgestudeerden, maar ook de 300 duizend arbeidsgehandicapten die langs de kant staan. Je moet anders werven. Het probleem kan zijn dat ze per se gepromoveerden willen hebben.”

Kortere blokperiodes en een echte zomervakantie zijn ook een wapen tegen te hoge werkdruk. De Rijk: “Je moet tijd nemen om uit te rusten, die is er te weinig aan de universiteit. Er zijn nauwelijks herstelmogelijkheden. Iedereen werkt voortdurend op de top van zijn kunnen.” Gevolg is dat zodra een kind ziek wordt, of een ouder mantelzorg nodig heeft, of een medewerker kampt met de gevolgen van wateroverlast, het bouwwerk wankelt.

Het is van groot belang dat de bazen daar oog en oor voor hebben. “We hebben betrokken en verantwoordelijke leiders nodig die ingrijpen voor het te laat is en een medewerker met een burn-out naar huis moet.” Bij FHML gaan de blokcoördinatoren sinds een tijd naar een leiderschapscursus waar ze leren om op de hoofdlijnen te letten, de kwaliteit van de mensen in te zetten, goed te communiceren en stelling te nemen indien nodig: dit plan is niet haalbaar. “Die cursussen hebben succes, het werkt. We moeten trouwens af van het idee dat de leider een superheld is. Je bent wel de baas, maar je doet het samen met je team.”

Versnippering

Uiteraard moet de UM ook de vergaande versnippering van taken aanpakken. “Werk met een vaste groep docenten die samen een heel jaar van een opleiding voor hun rekening nemen. Je ziet dit ook op andere universiteiten. Het maakt het werk overzichtelijker, je maakt immers de hele cyclus mee, het creëert saamhorigheid - ‘wij draaien het jaar’ - , verhoogt het werkplezier, en zorgt door het overzicht vaak ook voor een betere onderwijskwaliteit.”

De Rijk pleit daarnaast voor een pool van tutoren die klaar staan mocht iemand uitvallen. “Dan hoeft je collega die meestal ook al te veel op zijn bord heeft, het niet op te vangen.” En bij langdurig verzuim zou de vakgroep een beroep moeten kunnen doen op een sociaal fonds. “Nu moet men vervanging vaak uit eigen zak betalen.”

Ook cruciaal: ruil een deel van de regels in voor meer vertrouwen in de staf. “Laat mensen zelf beslissen in plaats van alles controleren. We hebben te maken met professionals. Hoe meer autonomie iemand heeft, hoe groter het werkplezier.” Ook vindt ze “gelabelde tijd” voor professionele ontwikkeling, denk aan het bezoeken van congressen of trainingen, noodzakelijk.

De Rijk wijst erop dat de werkdruk die ontstaat door het onderzoek - zij onderzocht alleen de onderwijspoot - hier voor de onderzoekers nog doorheen speelt. “Er wordt steeds meer geëist, de slagingskansen om een subsidie binnen te halen zijn laag. Een kwalijke zaak omdat dit veel tijd en moeite kost en de stress van afwijzingen bijdraagt aan de werkdruk. Los daarvan hebben stafleden ook nog eens te maken met studenten die overbelast raken. Ook zij krijgen weinig rust en moeten aan hoge eisen - al dan niet van henzelf - voldoen. We zitten in een tredmolen en hollen achter elkaar aan. We zouden docenten de ruimte moeten geven om zelf met studenten te praten, in plaats van ze door te verwijzen naar een ander.”  

Auteur: Riki Janssen

Foto: Sergey Nivens, Shutterstock

Foto AdR: UM

Categoriëen: Nieuws en achtergrond
Tags: werkdruk,normuren,burn-out,ziek,ratrace,competitie,erkennenwaarderen

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.