“Straks wint de beste salesman in plaats van de beste onderzoeker”

“Straks wint de beste salesman in plaats van de beste onderzoeker”

"We zitten in een moeilijke periode waarin we proberen een ander systeem van de grond te krijgen"

31-01-2022 · Wetenschap

MAASTRICHT. Dat universiteiten een goede richting inslaan met Erkennen en Waarderen, met aandacht voor verschillende carrièrepaden: daar is menigeen het over eens. Maar zorgen zijn er ook, over de werkdruk bijvoorbeeld. “Moeten we het schaap met de vijf poten zijn?”, klinkt het tijdens een Zoomsessie van de Maastrichtse Jonge Akademie, halverwege januari. En hoe zit het met een subsidieaanvraag bij NWO; als daar geen lijstje meer bij mag van publicaties en citatiescores maakt de schrijver van het 'beste verhaal' de meeste kans, zeggen critici.

Mooi dat je de kans krijgt om op een universiteit uit te blinken in onderwijs, onderzoek, leiderschap, impact op de maatschappij of zorg in de kliniek, maar leidt dat niet juist tot meer werkdruk in plaats van minder? Het is een van de vele onderwerpen die deelnemers (zo’n tachtig, voornamelijk uit Maastricht) ter sprake brengen tijdens de bijeenkomst van de Jonge Akademie Maastricht (MYA).
Hanneke Hulst, hoogleraar Neuropsychologie in Gezondheid en Ziekte aan de Universiteit Leiden, en uitgenodigd als gastspreker, benadrukt dat méér werk zeker niet de bedoeling is. Als een van de ruim honderd jonge wetenschappers reageerde zij afgelopen zomer op een kritische brief (van voornamelijk hoogleraren) over Erkennen en Waarderen in Science Guide.
Hulst: “Je moet als academicus slimme beslissingen nemen, waar ben je goed in, wat vind je leuk, wat past binnen de vakgroep of het team? Ik duw mijn promovendi niet richting een televisieoptreden, omdat ik vind dat ze impact moeten hebben. Nee, ze mogen dat doen. Bovendien moet hun onderzoek er ook geschikt voor zijn.”
Toch geeft ze toe dat de koerswijziging van Erkennen en Waarderen er een van de lange adem is. “De werkdruk zal niet meteen als minder worden ervaren, omdat we in een overgangsfase zitten, een moeilijke periode waarin we proberen een ander systeem van de grond te krijgen.”

De beste tip

Het is de komende jaren een kwestie van trial and error, meent Hulst. Een cultuurverandering vindt niet van de een op de andere dag plaats. “Over tien jaar is Erkennen en Waarderen misschien pas volledig geëvolueerd.” Dat betekent ook dat het zoeken is naar de juiste manier om academici te beoordelen, op hun onderwijskwaliteiten, als leider, als onderzoeker. Wordt van de laatste voortaan geen overzicht meer verwacht van het aantal publicaties in toptijdschriften? Is een overtuigend betoog over een onderzoeksproject voldoende? Het zorgt nu in elk geval voor onzekerheid; een jonge onderzoekster van het MUMC wil dan ook graag de beste tip voor haar subsidieaanvraag. Een overtuigend antwoord is er niet.

Badwater

“Het enige dat nog lijkt te tellen is een mooi verkoopverhaal”, meent Floris de Lange, hoogleraar Waarneming en Cognitie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, die ook optreedt als gastspreker. “Straks wint de beste salesman in plaats van de beste onderzoeker.”

De Lange sloot zich in juli 2021 aan bij 170 andere wetenschappers die zich in Science Guide uitlieten over de negatieve gevolgen van Erkennen en Waarderen. De groep waarschuwde dat Nederlandse wetenschappers, vooral uit de medische en exacte hoek, hun internationale toppositie dreigen te verliezen. Universiteiten en NWO moeten “objectieve en meetbare standaarden” hanteren voor academici die zich hoofdzakelijk met onderzoek bezighouden, schreven ze. “We moeten niet het kind met het badwater weggooien”, roept De Lange nu.

Trucje

Daar sluit Jos Prickaerts, hoogleraar Experimentele Neuropsychofarmacologie aan de Universiteit Maastricht, zich bij aan. Ook hij ondertekende net als De Lange de brief in Science Guide. Hij was niet aanwezig bij de sessie van de MYA, maar wil desgevraagd wel uitleg geven over zijn “kanttekening” bij Erkennen en Waarderen.

“Bij mijn laatste subsidieaanvraag bij NWO werd mijn cv weggehaald, ik mocht de impactfactoren van de journals waarin ik had gepubliceerd niet noemen, geen individuele h-factor, alleen maar open access papers, dus geen paper van vroeger dat heel goed was (maar niet open access). Als je dat allemaal schrapt, blijft alleen een verhaal over het project over. Het gaat dan alleen nog maar om het kiezen van de juiste woorden waarmee je je het sterkst kan uitdrukken. Dat wordt een trucje.”

Nature

Prickaerts verwijst naar de DORA, San Francisco Declaration on Research Assessment, die collegevoorzitter Rianne Letschert in 2019 namens de UM ondertekende. “Daarmee zeg je eigenlijk: we willen als universiteit meer dan alleen het aantal publicaties in topwetenschappelijke tijdschriften. Weg met de impactfactor. Daar ben ik het mee eens.

“Een impactfactor is het gemiddeld aantal keren dat artikelen uit een tijdschrift worden geciteerd. Editors kunnen dat cijfer kunstmatig hooghouden, bijvoorbeeld door vooral reviews in het tijdschrift op te nemen, omdat daar vaker naar wordt verwezen. Die impactfactor zegt niet zoveel over een individuele wetenschapper. Wat zegt het dat je in Nature of Science staat? Zeker, het is heel knap. Maar veel belangrijker is de impact die je hebt in jouw vakgebied. Als niemand weet wie je bent, als collega’s jouw werk in Nature niet oppakken, als niemand naar jouw ‘fantastische’ artikelen verwijst, wat ben je dan aan het doen?”

H-factor

Wat zijn de alternatieven? De zogeheten Hirsch-index, afhankelijk van hoe vaak jouw publicaties weer in andermans publicaties worden geciteerd? Is dat cijfer zaligmakend?
Prickaerts: “Daar kleven ook nadelen aan. Hoe ouder je bent, hoe hoger de h-factor, omdat je simpelweg meer hebt gepubliceerd. Als referee [beoordelaar van onderzoeksaanvragen, red.] keek ik er altijd wel naar, maar dan hield ik wel rekening met de leeftijd van de aanvrager.

“Een goed alternatief vind ik de CNCI, de Category Normalized Citation Impact. Hoe vaak wordt er naar een onderzoeker verwezen? En hoe verhoudt zich dat tot het gemiddelde in zijn of haar vakgebied? Daarbij zijn de laatste drie jaar of vijf jaar het uitgangspunt. Je kunt als Principal Investigator dus niet op je lauweren gaan rusten. Je kunt het als een individueel cijfer gebruiken, maar je kunt het ook voor een heel team berekenen. Bijvoorbeeld om een instituut te evalueren. Wat is er mis mee om de kwaliteit op deze manier in kaart te brengen? Erkennen en Waarderen juich ik absoluut toe, maar we moeten er niet te zeer in doorslaan.”

Erkennen en Waarderen

In november 2019 onderstrepen alle Nederlandse universiteiten en organisaties als de VSNU, KNAW en NWO het belang van een nieuwe manier van het erkennen en waarderen van wetenschappers. De adviesnota heet: Ruimte voor ieders talent. Rianne Letschert, collegevoorzitter van de Universiteit Maastricht, is samen met de rector van de Technische Universiteit Eindhoven, de belangrijkste kartrekker.

Simpel gezegd houdt het nieuwe initiatief vooral een cultuurverandering in, een andere mindset. Er moet korte metten worden gemaakt met de ratrace waarin wetenschappers zich bevinden. Waarom moet iedereen de beste zijn op onderzoeksgebied met al z’n citatiescores en afvinklijstjes? Het one size fits all- model is verleden tijd. Persoonlijke groei is belangrijk. Wetenschappers zouden de vrijheid moeten krijgen om zichzelf op een of meer gebieden (onderwijs, onderzoek, leiderschap, impact en patiëntenzorg) te ontwikkelen.