De Sint-Servaasbrug staat weer eens ‘open’. Normaal gesproken is dat een teken om mijn fiets aan de hand te nemen en me op onhandige wijze door het wél toegankelijke voetgangersdeel te wringen. Deze keer besluit ik echter geduldig voor de slagbomen te wachten. Het zonnetje schijnt en met al dat thuiswerken kan ik wel wat extra vitamine D gebruiken.
Intussen passeert een continue stroom voetgangers. Spaans, Chinees, Portugees: ieder van hen lijkt in een andere taal te spreken. “De meest internationale universiteit van Nederland”, schiet er door mijn hoofd. Sinds mijn eerste werkdag aan de UM heb ik die woorden al oneindig vaak langs horen komen. En toch heb ik Maastricht nooit als een smeltkroes van nationaliteiten gezien.
Geboren en getogen in een dorpje in de buurt, was Maastricht voor mij altijd een ‘gewone’ Limburgse provinciestad. Eentje waar ze je bovendien aankijken alsof je van de andere kant van de wereld komt wanneer je iemand niet in het Mestreechs, maar in je eigen ‘boerendialect’ aanspreekt. Hoe moet dat gaan met mensen die geen Limburgs, laat staan geen Nederlands spreken?
En ook als UM-medewerker twijfel ik soms aan het internationale gehalte van de universiteit. Natuurlijk, op papier heeft de UM verreweg de meeste buitenlandse studenten. Maar is dat nog steeds zo als je alleen studenten meerekent die níet uit een straal van honderd kilometer rondom de stad komen? Regelmatig loop ik door universiteitsgebouwen waar de voertaal Duits lijkt. En ik hoorde al menig student uit een verder gelegen oord verzuchten alleen met Belgen, Duitsers en Nederlanders in de werkgroep te zitten.
Maar hier, in de winterzon op de Sint-Servaasbrug, toont het internationale karakter zich opeens in volle glorie. Terwijl de talen van de wereld mij passeren, kijk ik naar rechts, waar de Maas de zonnestralen weerkaatst. Daar, onder het wateroppervlak, liggen de restanten van een brug die ooit onderdeel was van de Via Belgica, een belangrijke Romeinse weg van de Franse kust tot aan Keulen, onderdeel van een groot Europees netwerk. In dezelfde oogopslag zie ik het Gouvernement liggen, zo’n twee millennia na de bouw van de Romeinse brug de geboorteplek voor een nieuwe poging tot Europese eenwording, zij het ditmaal wat democratischer. Hoe internationaal kan een stad zijn?
Mijn gedachten worden opeens ruw verstoord, wanneer ik achter me hoor: “Staank neet zoe te druime, die brögk steit allang weer ope.”