De namen lijken op elkaar, maar dit is niet de KNAW, de grote broer die instituten financiert en een stevige vinger in de pap van het Nederlandse wetenschapsbeleid heeft. Niet de ‘Nederlandse’ Akademie maar de ‘Hollandsche’ Maatschappij. De KHMW is ouder, zij dateert van 1752, middenin de periode van de Verlichting, en werd opgericht als ‘geleerd genootschap’.
De benoeming is een hele eer, vindt De Ruiter. “Het is toch een soort erkenning van je werk.” Ze ziet kansen om haar netwerk uit te breiden. “Er zitten mensen tussen uit totaal andere wetenschapsgebieden. Samen kun je dingen bedenken waar je als psychologen onder elkaar niet opgekomen was.”
Naast ‘leden’ (allen wetenschappers) heeft de KHMW ook ‘directeuren’. Dit zijn vertegenwoordigers van de samenleving die in de wetenschap geïnteresseerd zijn. Denk bijvoorbeeld aan Thom de Graaf, vicepresident van de Raad van State, of Frederieke Leeflang, voorzitter van de raad van bestuur van de NPO. Ook met hen gaat De Ruiter graag om tafel zitten. “Ik ben altijd bezig om veranderingen in het gevangeniswezen en de jeugdzorg voor elkaar te krijgen. Dan moet je de juiste mensen kennen.”
Ze ziet er ook naar uit om plaats te nemen in een van de vele commissies, bijvoorbeeld de beoordelingscommissie voor een van de 140 wetenschapsprijzen die de KHMW jaarlijks uitreikt. “Ik word in augustus 62, over niet al te lange tijd ga ik met emeritaat. Het zou zonde zijn van alle ervaring en connecties die ik heb opgedaan om dan in een huisje in Zuid-Frankrijk te gaan zitten. Dit is een van de manieren waarop ik ook na het leven aan de universiteit verbonden kan blijven met de wetenschap.”