Bij de dood van oud-rector Vic Bonke

Bij de dood van oud-rector Vic Bonke

Wammes Bos over Bonke: hij had het hart op de tong, was duidelijk, direct en goedlachs

23-02-2022 · In memoriam

Een paar jaar terug, Vic Bonke aan de telefoon. Hij wil op een stukje in Observant reageren en vraagt dan, zijn stem klinkt gelaten: “Weet je dat Marjet is overleden?” Nee, dat wist ik dus niet. Marjet, de liefde van zijn leven. Poes, zo noemde hij haar. Als ik hem een keertje in 2003 telefonisch interview onderbreekt hij zijn verhaal plots met een luidkeels: “Niet zo, Poes! Zijn voet zit dubbel.” Op de achtergrond klinkt wat gehannes met een kleinzoon, Poes reageert korzelig dat ze “dat ook wel zag”. De geluiden verwijderen zich, dan Bonke weer: “Waar waren we gebleven?”

Hij was dus al een tijdje alleen. En er ook zelf niet al te best aan toe, want bij zijn Franse vakantiehuis was hij achterwaarts van een muurtje gedonderd en dat had hem een halve verlamming opgeleverd. Moeilijk lopen, een hand die het niet meer goed deed. Ja, hij had toen een wijntje te veel op. Maar goed, hij sloeg zich er wel doorheen.

Het was de laatste keer dat ik hem wat uitgebreider sprak, een jaar of drie geleden vermoed ik. Of nog langer? Het is weggezakt. En nu is Vic zelf dood, 82 jaar geworden.

Martiale snor

Tweede helft jaren tachtig, hoogleraar fysiologie Vic Bonke is rector magnificus, een kleurrijk man met een martiale snor, Amsterdammer, recht voor zijn raap en voor de duvel niet bang. Al helemáál niet voor een blad als Observant, dat wel eens iets schrijft waar hij zich niet geheel in kan vinden. De redactie huist in een grote tuinkamer van het Oud-Gouvernement, het college van bestuur bezet de verdieping daarboven, we komen elkaar regelmatig op de gangen tegen. Observant bemoeit zich uitgebreid met het college, het college hoort zich niet met Observant te bemoeien. Dat laatste staat in onze statuten. Bonke weet dat heel goed, maar een enkele keer wordt het hem te veel. Zoals die keer, laat in de middag, buiten is het al donker, dat hij de monumentale deur van de redactiekamer openwerpt, recht op de verbouwereerde toenmalige hoofdredacteur Jacques Herraets afstormt en hem unverfroren begint uit te kafferen. Wat hij godverdomme dacht dat hij aan het doen was? Hij moest toch godverdomme wel even beseffen door wie het krantje betaald werd hè!! Ja, door het college!! En dan dit soort dingen schrijven!! Waren we helemaal gek geworden??

Even briesend als hij binnenkwam vertrok hij weer, de deur sloeg hij met een kwade klap dicht.

Wij zaten trillend op onze stoelen, Herraets was wit weggetrokken, wat wàs dit? Verontwaardiging alom, een rector die zich zó laat gaan en alle omgangsvormen tussen journalisten en bestuurders aan zijn laars lapt: dat kòn niet. Een beetje ons komen intimideren, ha, deze man deugde voor geen meter, zoveel was duidelijk.

Hart op de tong

Ik neem aan dat de hoofdredacteur er nog wel een gesprekje aan heeft gewijd, een verdieping hoger, maar hoe dan ook, de sfeer klaarde snel weer op, Bonke was bij een volgende ontmoeting allervriendelijkst en goedlachs; hij had het kennelijk even kwijt gemoeten.

En achteraf, naarmate je hem beter leerde kennen, snapte je het ook en sterker nog, ging je zijn aanpak waarderen. Bij hem geen gesmiespel, geen machinaties, geen slinkse pogingen om onze statuten aan te passen zodat het college meer invloed kreeg. In plaats daarvan de botte bijl, een paar hartgrondige vloeken, een man met het hart op de tong, duidelijk en direct. En dat het universiteitsblad redactioneel onafhankelijk was, daar hoorde je hem niet meer over, integendeel, dat waardeerde hij eigenlijk zeer. Zeker toen hij later, veel later, in moeilijk vaarwater belandde.

Dat was in 1999. Na zijn zesjarige rectoraat - een dubbele termijn ofschoon de universiteitsraad hem geen tweede had willen geven; elders binnen de UM was er dus genoeg steun voor verlenging – hield hij het voor gezien aan de universiteit. De wetenschap, daar was hij te lang uit, vond hij, en dus deed hij in de jaren negentig her en der in het land bestuurlijke klussen. Toen de medische faculteit in eigen gelederen weer eens geen decaan kon vinden belde Karl Dittrich, collegevoorzitter, naar Bonke. Het is 1997, of hij per ’98 voor een paar maanden in wil springen. Ja hoor, dat wilde hij wel. Waar het op neerkwam: op de winkel passen. Nou, dan hadden ze buiten de waard gerekend. Vic Bonke laat in Observant optekenen dat hij heel wat meer van plan is. Aanvankelijk gaat dat goed, het college wil hem zelfs nog langer inhuren, ze spreken af: tot 1 januari 2001. In totaal drie jaar. 

Ontslag als decaan

Helaas, hij haalt zelfs de twee niet. Op maandag zes september 1999 lijkt alles nog pais en vree: een gezellige opening van het academisch jaar met een even gezellig diner na afloop. Bonke maakt er grappen zoals altijd, vooral over het college.

Maar de volgende dag zitten hij en zijn kompaan, faculteitsdirecteur Edward Steur, tegenover datzelfde college en vernemen daar dat ze hun biezen kunnen pakken. Woensdag wordt het ontslag wereldkundig gemaakt. Het haalt zelfs het NOS-journaal, want zoiets was in academisch Nederland nog nooit gebeurd: de bestuurlijke top van een grote medische faculteit die de laan uit wordt gestuurd. Waarom? Daar blijft het college vaag over. Bonke niet. Die geeft zijn visie in een groot interview in Observant, recht voor zijn raap. En precies dat is het wat hem voor je inneemt: hij windt geen doekjes om de zaken, geeft ook zijn zwakke kanten toe, en maakt het vooral niet mooier dan het is.

Pim Fortuyn

Dat deed hij ook later niet, toen hij mee was gegaan met het avontuur van Pim Fortuyn - ze kenden elkaar uit de tijd dat ‘Pim’ bij de UM het Center for European Studies leidde - en voor de LPF zelfs even lid van de Tweede Kamer werd. Tegen parlementair redacteur Joost Vullings, die een boek over oud-LPF’ers schreef (De kinderen van Pim), geeft hij zonder blikken of blozen toe dat hij in 2002 vooral de Kamer in ging om het eens mee te maken en om lol te hebben met Pim. Maar ja, die was er dus niet meer.

Het is van een verfrissende openhartigheid zoals je die zelden meemaakt. En waarin hij zijn gelijke vond in Marjet, naar wie hij héél goed luisterde. Neem dat telefonische interview in Observant in 2003. Marjet komt zelf ook aan de lijn, het gaat erover dat Vic eventueel minister had kunnen worden, van Volksgezondheid (VWS). Het eindigt zo:

Waarom zei je nee?

Vic: “VWS is een mission impossible, en Marjet zei ‘als je dat doet ga ik scheiden.’”

Marjet: “Je doet het daar nooit goed. En ik had het gevoel, ik moet hem beschermen, ik wil niet dat hij afgaat. Hij is geen debater, zie je hem al zitten bij Jeroen Pauw?”

Vic: “Tegen types als Barend en Van Dorp kan ik niet op, of Witteman bij Buitenhof. Ik ben te naïef, ik verspreek me wel eens, hè Poes?”

Hadden we maar meer van dit soort mensen. Helaas, deze twee zijn er niet meer.

Wammes Bos, oud-senior-redacteur Observant

 

 

Auteur: Wammes Bos

Foto: Philip Driessen

Tags: vicbonke,oudrector,decaan,overleden,inmemoriam

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.