Voor haar zestiende verjaardag kreeg ze van vriendinnen een pakket met fopspenen en andere babyspullen. Ze werd eigenlijk immers pas vier. Op de basisschool tekenden de leraren vlaggetjes op het bord wanneer er iemand jarig was. “Bij mij stond er een keer: ‘Hoera Marit eigenlijk niet jarig’”. Tel daar de grapjes bij op, zoals ‘Hadden je ouders dat niet anders kunnen plannen?’ Als kind was Tolkamp niet altijd blij met haar verjaardag. Inmiddels is ze het gewend en maakt het haar niet meer uit. “Voor mij is het een verjaardag als elke andere. Anderen zijn er meer mee bezig dan ik.”
Tolkamp groeide op in Aalten, een kleine gemeente in de Achterhoek. Maar liefst vijf andere Aaltenaren delen haar geboortedatum: 29-2-2000. Ze gingen allemaal naar dezelfde middelbare school. “Op welke dag vier jij het?”, was het eerste wat ze van hen wilde weten. “Iedereen doet dat anders. Ik vier het zelf op 1 maart, want ‘op de 28e was je er nog niet’, zegt mijn moeder altijd. Anderen doen dat wel. Eigenlijk gek, we zijn op dezelfde dag geboren, maar hebben een andere feestdag.”
Ook Facebook weet zich geen raad met de schrikkelverjaardag, lacht Tolkamp. “In ‘normale’ jaren zet ik mijn verjaardag op 1 maart, want als ik dat niet doe, krijg ik op 28 februari al allemaal felicitaties, terwijl ik het met familie pas een dag later vier. In een schrikkeljaar wijzig ik mijn verjaardag naar 29 februari, anders word ik een dag te laat gefeliciteerd.”
Dit jaar is ze flexibel. “Ik vier het pas op 5 of 6 maart.” Tolkamp roeit in het wedstrijdteam van de eerstejaars bij Saurus en komt 28 februari terug van een trainingskamp in Frankrijk. “Waarschijnlijk wil ik daarna slapen, haha.” Over twee jaar, in 2024, wordt ze 24. Dat wil ze groot gaan vieren. “Op de 29e! Het maakt me dan niet uit of het een doordeweekse dag is. Het moet op die dag.” Haar ‘echte’ verjaardagen voelen speciaal, al werd er niet groots uitgepakt. “Dat zou ook niet eerlijk zijn tegenover mijn broertje en zus. Wel heb ik het gevoel dat er minder mensen afzeggen in schrikkeljaren. Ze doen hun best om erbij te zijn.”