“Poetin gaf genoeg signalen, maar het Westen bleef wegkijken”

“Poetin gaf genoeg signalen, maar het Westen bleef wegkijken”

Topdiplomaat en eerste ambassadeur in Oekraïne Robert Serry geeft lezing bij Studium Generale

23-03-2022 · Achtergrond

MAASTRICHT. In 2014 dwongen “Poetins groene mannetjes” Robert Serry – die als VN-gezant wilde gaan bemiddelen in het Russisch-Oekraïens conflict - om de Krim te verlaten. Toen voelde hij al: de relatie tussen Rusland en het Westen is veranderd. Nu is er een verwoestende oorlog. Bij Studium Generale vertelde Serry dinsdagavond hoe het zover heeft kunnen komen – en hoe de oorlog kan eindigen.

Als voormalig topdiplomaat bij de VN is hij gewend om zich alleen achter te schermen te roeren, maar sinds de Russische invasie spreekt Serry zich ook publiekelijk uit. Hij heeft geen andere keuze, zegt hij, zijn band met Oekraïne is te sterk. Zijn vrouw komt er vandaan; hij leerde haar kennen toen hij tussen 1992 en 1996 de eerste Nederlandse ambassadeur in het land was. Nog steeds heeft hij er veel contacten. En ook zijn schoonouders zitten nog altijd in Kiev - ze willen de president niet in de steek laten.

Tot het moment dat de oorlog uitbrak, modereerde hij bovendien op de achtergrond nog gesprekken tussen Russische en Oekraïense experts in de onderlinge betrekkingen. “Zelfs de dag voor de Russische invasie achtten zij een oorlog allemaal nog ondenkbaar: de gevolgen zouden voor beide landen catastrofaal zijn – wat nu inderdaad blijkt. Zowel de Russen als de Oekraïners zagen geen rationele verklaring voor een invasie.”

Fascistische kliek

Serry is duidelijk: dit is Poetins oorlog. Maar toch moet het Westen ook naar zichzelf kijken. “We zijn te naïef geweest. Poetin heeft in speeches vaak genoeg gezegd dat hij Oekraïne niet als land accepteert, maar men bleef hem onderschatten.” Tegelijkertijd waren er de vage beloftes over een Oekraïens NAVO-lidmaatschap. “Dat leidde tot valse verwachtingen in Kiev, en achterdocht in Moskou. Hetzelfde zien we nu ook weer bij de EU-top in Versailles, waar er geen duidelijkheid kwam over een mogelijk EU-lidmaatschap van Oekraïne.”

Het is dan ook van belang dat het Westen de situatie in Oekraïne goed begrijpt, meent hij. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie kenden Rusland en Oekraïne beide een lastige overgang naar een markteconomie. “Beide landen reageerden anders op de economische tegenspoed: de Russen verlangden terug naar een sterke leider, de Oekraïners verzetten zich juist daartegen. Zij wilden zoals wij zijn, in het Westen.” Dat bleek duidelijk in 2014, toen de toenmalige Russisch gezinde Oekraïense president Janoekovitsj het associatieverdrag met de EU niet wilde ondertekenen. De Oekraïners kwamen in opstand, Janoekovitsj vluchtte naar Rusland.

In Poetins wereldbeeld was dit een Westerse coup, waarbij een fascistische kliek de macht overnam. De Russische annexatie van de Krim en pro-Russische opstanden in Oost-Oekraïne volgden. “Ik ervaarde daar zelf hoe de diplomatieke relaties verslechterden. Toch koos het Westen ervoor om de andere kant op te kijken. Er was nauwelijks aandacht voor het voortdurende conflict. We dachten dat het hierbij zou blijven, terwijl het in werkelijkheid het begin van iets veel groters was.”

Vredesbesprekingen

Hoe nu verder? Eerst moeten beide landen tot de conclusie komen dat doorvechten geen zin heeft. “Het is wachten totdat Poetin accepteert dat hij gefaald heeft in het bereiken van zijn oorlogsdoelen. Ik denk dat dat nog wel even duurt.”

Daarna zullen vredesbesprekingen uitkomst moeten bieden. Daarbij heeft de Oekraïense president Zelenski al een opening geboden. “Hij opperde dat Oekraïne misschien maar moet erkennen dat het geen NAVO-lid zal worden. Dat is bitter voor de Oekraïners, maar hij wil ook zijn mensen uit deze oorlog krijgen. De vraag is of Poetin hiermee genoegen neemt. Andere eisen van hem, waaronder complete demilitarisering van Oekraïne en het afstaan van de Krim en de twee volksrepublieken in het Oosten, liggen veel gevoeliger.”