Denk aan de stijging van het aantal teken, om maar eens iets te noemen, zegt coördinator Pim Martens, hoogleraar duurzaamheid. “Dat hangt onmiskenbaar samen met de opwarming van de aarde. Of nieuwe muggensoorten en het gevaar van nieuwe infectieziekten.”
Met de twee miljoen euro – afkomstig van het NWO-programma Nationale Wetenschapsagenda – zullen de onderzoekers de gezondheidsrisico’s in kaart brengen, maar ook oplossingen voorstellen. De focus ligt niet op de steden maar op het platteland, waarbij de stikstofproblematiek, de landbouwtransitie, de biodiversiteit en bevolkingskenmerken worden meegenomen.
Vergrijzing
Aan deze zogeheten MANTRA-studie werkt de UM samen met de universiteiten van Nijmegen en Wageningen, Hogeschool Leiden, het RIVM, het Planbureau voor de Leefomgeving en Naturalis. In het project wordt ingezoomd op drie regio’s, waarbij ook lokale instellingen als de GGD’s een bijdrage leveren: het Hogeland (Noordoost-Groningen), de Alblasserwaard en Noordoost-Brabant.
De regio’s hebben elk een eigen signatuur en problemen, zegt Martens. “Het Hogeland kampt onder meer met de verzilting van het land en een afnemende biodiversiteit. Bovendien is het een gebied waar weinig geld te besteden is en de bevolking vergrijst. Dat heeft sowieso zijn weerslag op de gezondheid, maar helemaal in tijden van klimaataanpassingen.”
Grondwater
De Alblasserwaard (Zuid-Holland) ligt dichtbij de Randstad, en biedt kansen voor toerisme en recreatie. “Meer dan in het hoge noorden van Groningen heeft men hier al stappen gezet op het vlak van biodiversiteit, watermanagement en de landbouwtransitie.”
Noordoost-Brabant onderscheidt zich door de intensieve veeteelt, waarvan de emissies gevolgen hebben voor de kwaliteit van de lucht en het grondwater. “We gaan inzoomen op deze rural labs, zoals we ze noemen, maar we presenteren ook overkoepelende conclusies en een algemeen raamwerk. Hoe kun je de gevolgen van klimaatverandering voor de gezondheid zoveel mogelijk beperken op het platteland? Daar proberen we, samen met de lokale bevolking, antwoorden op te geven.”