‘Mijn’ UKrant (voorheen Universiteitskrant Groningen, aka de UK) en Observant hebben veel overeenkomsten. Toevallig is dat niet. Als ‘oude en grote broer’ stonden wij ooit model, in de zin van een onafhankelijke journalistieke verankering in de academische samenleving. Observant/Maastricht en UKrant/Groningen hebben, ik zal maar zeggen, hetzelfde DNA.
Een universiteitsraad en de academische media hebben op hun beurt ook dezelfde chromosomen. Beide controleren, natuurlijk op hun eigen manier, de macht; lees het college van bestuur en de “andere boven ons geplaatsten” (zoals een UKrant-columnist het onlangs zo mooi onder woorden bracht).
Dat wil niet zeggen dat raad en redactie het altijd en overal met elkaar eens moeten zijn. Integendeel. Ik zou liegen als ik beweer dat er nooit wrijving is geweest tussen de UKrant-redactie en (afzonderlijke leden van) de Groningse u-raad. Dat is ook niet erg, dat hoort bij het spel van pers en politiek.
Iedereen is het er wel over eens dat raad en redactie hetzelfde belang dienen; ze vormen samen het hart van de universitaire democratie. En zoiets is niet vrijblijvend. Als ‘de macht’ morrelt aan het gezag van de u-raad, dan moet de academische pers in actie schieten. En als diezelfde macht de academische persvrijheid beknot, dan moet de u-raad die vrijheid te vuur en te zwaard te verdedigen.
Zo is het altijd gegaan in Groningen. Wat gebeurt er in hemelsnaam in Maastricht?
Eigenlijk is het de omgekeerde wereld: het college van bestuur veroordeelt (“in alle toonaarden”) dat Observant het zwijgen wordt opgelegd, de u-raad doet dat niet en verschuilt zich lafhartig achter procedures en protocollen (“wij werden verrast, het stond niet op de agenda”) of laat woke prevaleren boven persvrijheid (“de krant heeft geen safe space gecreëerd”).
Worden in Maastricht door de cancelcultuur uitvergrote privémeninkjes zwaarder gewogen dan democratische grondbeginselen? Mag je langs de Maas misdrijven vergoelijken onder het motto eigen schuld dikke bult? Zijn alle politieke en maatschappelijke signalen ‘blijf met je poten van hulpverleners en journalisten af’ (inclusief verzwaarde strafeisen door het Openbaar Ministerie) niet tot de zuidelijke universiteit doorgedrongen?
Want er is welbeschouwd geen verschil tussen een journalist met gebalde vuisten (of erger) bedreigen en een website het zwijgen opleggen. In beide gevallen dooft het woord en wie als gekozen vertegenwoordiger daar niks van vindt, is geen knip voor de neus waard.
Dan kun je niet meer spreken van een universitair parlement, dan ben je de Doema aan de Maas.
Rob Siebelink, hoofdredacteur UKrant Groningen