Geen tijd, geen data: hoe de coronacrisis medisch onderzoek op zijn kop zette

Geen tijd, geen data: hoe de coronacrisis medisch onderzoek op zijn kop zette

Maastrichtse arts-onderzoekers over de invloed van de pandemie op hun studies

12-04-2022 · Achtergrond

Nauwelijks toekomen aan je onderzoek omdat je overuren draait op een uitpuilende IC. Of door uitgestelde zorg juist extra onderzoekstijd zien vrijkomen, maar de benodigde patiëntgegevens niet meer kunnen verzamelen. Arts-onderzoekers in het MUMC+ zagen de coronapandemie hun werk op uiteenlopende manieren beïnvloeden, maar de gemene deler blijkt: vertraagd onderzoek.

De frontlinie

“Infectieziekten, beademing, verplaatsing van IC-patiënten”, somt onderzoeker Dennis Bergmans zijn aandachtsgebieden op. Met enig cynisme zou je kunnen stellen dat hij de afgelopen twee jaar met zijn neus in de boter is gevallen: de coronapandemie bood onderzoeksmogelijkheden te over.

Alleen: tijd om zich daarop te richten, die was er heel lang niet. Naast zijn onderzoeks- en opleidingstaken, werkt Bergmans namelijk ook als internist-intensivist op de Maastrichtse IC. “Normaal gesproken voor zestig procent van mijn tijd, maar tijdens de eerste golf ging dit naar honderd procent – en daar ver overheen. Al het lopende onderzoek kwam stil te liggen.”

Een frustrerende tijd, zegt Bergmans, aangezien er nog veel vragen bestonden over de behandeling van coronapatiënten. “Bijvoorbeeld over de werking van bepaalde ontstekingsremmers. Om dit soort zaken te onderzoeken, hielden we van alle patiënten data bij. Maar tot het analyseren hiervan kwam het niet.”

Niet alleen op de uitpuilende IC’s en verpleegafdelingen kwamen onderzoekers in de knel. “Hoewel ik zelf relatief weinig ben ingezet voor covidzorg, had ik toch een stuk minder tijd voor onderzoek”, vertelt longarts Lizza Hendriks, die naast klinisch werk ook onderzoek doet naar uitzaaiingen bij patiënten met longkanker. “Het ziekenhuis wilde dat artsen met bepaalde expertises hun werk konden blijven doen. Maar omdat andere longartsen wel werden ingezet voor covidzorg, kwam een deel van hun reguliere taken bij ons terecht. En ook het aanpassen van protocollen en de logistiek rondom longkankerbehandeling kostte veel tijd.”

"De ongelijkheid tussen onderzoekers is zeker toegenomen tijdens de pandemie"

Om soms toch nog één dag per week aan onderzoek te kunnen besteden, werkte Hendriks op andere dagen langer door in de zorg. Maar dat kon vertraging van haar studies niet voorkomen. “Een deel van mijn onderzoek lag sowieso stil. In eerste instantie omdat patiëntgebonden studies grotendeels niet door mochten gaan, maar ook daarna bleven er minder patiënten naar het ziekenhuis komen. Bovendien liep de goedkeuring van onderzoeksvoorstellen vertraging op. Dit alles maakte dat we veel patiëntgegevens, maar bijvoorbeeld ook weefsel voor bestudering in het lab, niet meer konden verzamelen.”

Ook Bergmans zag dat het verzamelen van data niet altijd lukte, zelfs bij de patiëntengroep die wél in overvloed aanwezig was. “Een van mijn promovendi deed onderzoek naar beademing op de IC. Vanwege het mogelijke risico op een coronabesmetting mocht zij echter niet meer blootgesteld worden aan de uitademingslucht van patiënten. Daardoor heeft haar onderzoek een half jaar vertraging opgelopen.”

Na de eerste golf kon veel onderzoek weer opgepakt worden, om - soms in aangepaste vorm - in de volgende golven wél (deels) door te kunnen blijven gaan. “Gelukkig kregen we daarbij ondersteuning – bijvoorbeeld bij de data-analyse - van onderzoekers op andere afdelingen, die door uitgestelde zorg juist meer tijd hadden”, zegt Bergmans.

Bovendien kon extra budget voor verlenging van promotietrajecten en onderzoeksbeurzen de pijn enigszins verzachten, vertellen beide onderzoekers. Maar de achterstand helemaal wegwerken? Daarvoor was het te druk. “En ook de komende tijd is er door alle in te halen zorg geen tijd voor een inhaalslag voor onderzoek”, merkt Hendriks op. “Vervelend, want de ongelijkheid tussen onderzoekers is in de coronatijd zeker toegenomen. Zo hebben degenen die minder last hadden van de covidzorg of het thuiswerken – omdat ze bijvoorbeeld geen kinderen hebben - meer tijd gehad voor het aanvragen van beurzen.”

"Al met al hebben we nu meer studies lopen dan gepland"

Waren de afgelopen twee jaar dan alleen maar slecht voor wetenschappelijke studies? Nee, Bergmans ziet ook lichtpuntjes. “Naast vertraging, is er in ons geval ook uitbreiding van het onderzoek. We hebben een groot cohort van coronapatiënten op de IC opgebouwd, waarvan veel data verzameld zijn. Daar doet nu een heel aantal mensen onderzoek mee, en het biedt ook voor de toekomst extra mogelijkheden voor promotietrajecten en studentprojecten.”

Bovendien was er door de crisissituatie veel meer mogelijk. “Waar medisch-ethische toetsing van studies normaal een paar maanden duurt, ging dat voor ons nu veel sneller, aangezien onderzoek rondom corona voorrang kreeg. Al met al hebben we nu meer studies lopen dan gepland.”

Meer tijd, minder data

Waar de pandemie aan de frontlinie onderzoekstijd wegzoog, kwam er op andere plekken juist meer ruimte voor vrij. Veel niet-dringende zorg werd uitgesteld, er waren minder spreekuren, en ook congressen, symposia en borrels gingen niet door. “Opeens ging ik van anderhalve dag naar twee tot drie dagen per week voor onderzoek”, vertelt hoogleraar spinale neurochirurgie Henk van Santbrink. “Dan zou je kunnen denken: ‘Fijn, meer tijd en rust, de druk is van de ketel’. Maar het gaf mij juist een heel onaangenaam gevoel. Terwijl anderen zich een slag in de rondte werkten, voelde ik me een beetje nutteloos.”

Bovendien: meer tijd betekent niet automatisch dat je alles kunt doen wat je wilt. “Wij doen veel klinisch onderzoek, dat tijdens de eerste golf meteen stillag”, zegt Van Santbrink. “Onze studies met oudere patiënten bijvoorbeeld, aangezien die groep niet meer naar het ziekenhuis mocht komen. Ook gingen operaties, waarvan we de uitkomsten nodig hebben, niet door.”

"Terwijl anderen zich een slag in de rondte werkten, voelde ik me een beetje nutteloos"

Een probleem dat ook op andere afdelingen onderzoek in de war schopte. “Bijvoorbeeld de analyses van behandelingen die periodiek moeten plaatsvinden bij patiënten”, vertelt hoogleraar plastische chirurgie René van der Hulst. “Door uitstel liepen die behandelingen niet meer volgens planning. Uiteindelijk hebben we met statistische methodes hiervoor kunnen corrigeren, maar dat ging niet zonder slag of stoot. Bovendien hebben we ons vooral op onze grote studies gefocust, kleinere projectjes zijn er tussenuit gehaald.”

Even flink tempo maken met de lopende studies zat er voor veel onderzoekers dus niet in. Wat dan wel te doen met de extra onderzoekstijd? De aandacht verleggen naar de literatuur en het data-archief, zo besloot neurochirurg Van Santbrink. “We hebben opnieuw naar oude gegevens gekeken, maar dan met andere doelen dan waarvoor ze oorspronkelijk verzameld waren. Daarnaast hebben we zo’n vijf a zes overzichtsartikelen geschreven. Allemaal dingen die anders waarschijnlijk niet gebeurd waren, of die nu in elk geval versneld zijn.” Belangrijke, nieuwe inzichten hebben deze ‘onverwachte’ activiteiten echter niet opgeleverd, zegt Van Santbrink. “Maar het heeft wel voor meer verdieping en verbreding van onze kennis gezorgd.”

"We hebben in de coronatijd een hogere impactfactor bereikt.”

Ook voor plastisch chirurg Van der Hulst kende de ontstane ruimte zijn voordelen. “Normaal gesproken is het constant rennen en hollen. Nu konden we onze artikelen wat kritischer bekijken. Je weet natuurlijk nooit zeker of het daardoor komt, maar we hebben in de coronatijd een hogere impactfactor bereikt.” En er was meer rust om na te denken over nieuwe onderzoeksprojecten. “Maar aan de andere kant: zonder congressen of borrels met collega’s doe je weer minder nieuwe ideeën op. En je kunt zo’n nieuw project ook niet direct opstarten, dus het is niet zo dat je daarmee het stilliggende onderzoek vervangt.”

Van der Hulst gebruikte de extra tijd vooral voor meer begeleiding van zijn promovendi. Voor zover dat ging althans, want veel promotieonderzoek lag door de uitgestelde zorg zo goed als stil. “Toch zaten er maar weinig mensen thuis. Veel promovendi zijn op de covidafdeling en IC bijgesprongen.” Al betekende dat wel dat ook het schrijven aan het proefschrift soms weken tot maanden stillag. “Maar uiteindelijk gaat het, mede dankzij de regeling voor verlenging van promotietrajecten, wel goedkomen. Het vereist extra creativiteit en aanpassingsvermogen, maar er is niemand die niet gaat promoveren.”

Promoveren tijdens een pandemie

Ook daar waar de pandemie het lopende onderzoek niet grotendeels stillegde, waarde het coronaspook rond. Twee promovendi over hun ervaringen.

“Ik heb voor het eerst slechtnieuwsgesprekken gevoerd”

Zaid Al-Difaie: “Ik startte mijn promotietraject – waarin ik mij richt op technieken om schildklierkanker op te sporen - begin 2021, middenin de tweede golf. Eén van mijn projecten liep door de pandemie wat vertraging op, maar ik had gelukkig genoeg andere studies waar ik wél aan kon werken. In vergelijking met sommige andere promovendi, heb ik dus geluk gehad.

Toch heeft mijn onderzoek een tijdje nagenoeg stilgelegen. Vanuit het ziekenhuis kwam de vraag of ik wilde bijspringen op de IC, wat ik uiteindelijk twee keer voor een periode van vier weken gedaan heb. Een andere promovendus nam in die weken een deel van mijn taken over. Mijn mails beantwoordde ik ’s avonds, en als er echt iets moest gebeuren, deed ik dat in het weekend. Wanneer het even rustig was, werkte ik soms ook op de IC aan mijn onderzoek.

Als ik terugkijk, ben ik blij dat ik dit gedaan heb. Die acht weken vertraging zijn niet zo erg: ik hoop mijn promotieonderzoek binnen 2,5 jaar af te ronden, terwijl er in principe budget is om er vier jaar over te doen. Maar ik heb zo wel mijn steentje bij kunnen dragen, terwijl het ook voor mezelf heel leerzaam was. Zo heb ik voor het eerst slechtnieuwsgesprekken met familieleden moeten voeren, of in moeten grijpen bij spoedgevallen. Dat was soms wel spannend, maar het leverde ook waardevolle ervaring op voor wanneer ik over een paar jaar weer terug de kliniek in ga. Die had ik anders niet gehad: eigenlijk zou ik tijdens mijn promotie alleen maar onderzoek doen.”

“Uiteindelijk gaan mensen vragen: wat deed jij tijdens de pandemie?”

Aurelia Wildeboer: “De vraag of ik wilde bijspringen op de IC stelde mij voor een lastige keuze. Ik volgde geen vast, vierjarig promotietraject, maar had een verzameling van losse, tijdelijke contracten. Hierdoor kwam ik niet in aanmerking voor de verlenging die de meeste promovendi aangeboden kregen vanuit de faculteit. Ik wist dus: als ik bijspring op de IC, loopt mijn promotie waarschijnlijk in de soep. Maar aan de andere kant wil je toch een bijdrage leveren. Er gaan momenten komen waarop mensen vragen: wat deed jij tijdens de pandemie?

Uiteindelijk heb ik het niet gedaan, omdat er al genoeg mensen waren die wilden bijspringen. Gelukkig heb ik wel op een andere manier een bijdrage kunnen leveren: tijdens de eerste vaccinatieronde én de boostercampagne heb ik bij de GGD gewerkt als medisch supervisor. Dat kon ik beter combineren met mijn onderzoek, en bovendien kon ik hier een deel van mijn promotie mee bekostigen.

Op mijn onderzoek zelf - over complicaties na darmchirurgie - heeft de pandemie uiteindelijk niet veel impact gehad. Een deel van mijn data kon ik niet verzamelen, maar je moet roeien met de riemen die je hebt. Wel had het grote invloed op mijn manier van werken, onder meer doordat ik opeens veel vanuit huis moest doen. Je motivatie wordt daardoor flink op de proef gesteld. Dat ik me er toch doorheen sloeg, was voor mij een duidelijke boodschap dat mijn keuze om promotieonderzoek te doen juist was.”

Foto: Loraine Bodewes

Tags: mumc,corona,onderzoek,arts-onderzoeker,vertraging,pandemie,beurzen,verlenging,covid,

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.