UM: jaarlijks zo’n 40 miljoen extra voor onderzoek en minder werkdruk

UM: jaarlijks zo’n 40 miljoen extra voor onderzoek en minder werkdruk

Collegevoorzitter Rianne Letschert: “Het was een van mijn eerste onderhandelingsklussen als voorzitter, dat was spannend als nieuwkomer, en niet de leukste klus”

22-06-2022 · Nieuws

MAASTRICHT. De Universiteit Maastricht krijgt vanaf 2023 jaarlijks zo’n 40 miljoen euro extra voor het versterken van het onderzoek - onder andere in de vorm van zogeheten starters- en stimuleringsbeurzen voor wetenschappers - en het verminderen van de werkdruk. Het gaat deels om structureel geld, deels is het een subsidie voor een periode van tien jaar. 

Veertig miljoen, dat is het bedrag dat Maastricht verwacht te ontvangen uit de middelen die het kabinet landelijk extra gaat uitgeven aan hoger onderwijs en onderzoek: 700 miljoen structureel en nog eens 5 miljard via een tienjarig fonds. Het is nog niet in steen gebeiteld, de Tweede Kamer buigt zich eind juni over dit coalitieakkoord.

Startersbeurs

Een groot deel van de extra financiële injectie is bedoeld als persoonlijk werkkapitaal voor wetenschappers met een vaste aanstelling. Zo komen er vrij te besteden startersbeurzen van drie ton voor universitair docenten die in 2022 een vaste baan kregen. Om hoeveel beurzen het aan de UM precies zal gaan en hoe die worden verdeeld over UD’s én de faculteiten wordt op dit moment bekeken, zegt de voorzitter van het college van bestuur, Rianne Letschert. “Een hele puzzel.”

Wie vóór afgelopen 1 januari een vaste aanstelling kreeg, en wie universitair hoofddocent of hoogleraar is, heeft geen recht op een startersbeurs, maar kan in aanmerking komen voor een stimuleringsbeurs of een bedrag uit de pot bedoeld voor de versterking van de zogenoemde sectorplannen: de samenwerking van universiteiten rond bepaalde onderzoeksthema’s. Letschert: “We willen dat een zo breed mogelijke groep profijt heeft van deze extra impuls. Niet alleen mensen die net een vaste baan hebben, maar ook mensen die al jaren keihard werken.”  Ze verwacht dat de eerste wetenschappers al heel snel aan de slag kunnen. “We gaan het geld meteen uitgeven.”

Om dit alles rond te krijgen, moeten aardig wat mensen - hoeveel precies is nog niet bekend - worden aangetrokken, en dat is lastig op een krappe arbeidsmarkt waar ook collega-universiteiten nieuwe mensen moeten aantrekken. “Vooruitlopend op het coalitieakkoord zijn onze faculteiten al volop mensen aan het werven.”

NWO

Onderzoekers die een starters- of stimuleringsbeurs krijgen, mogen gedurende de looptijd van die beurs geen aanvraag doen bij onderzoeksfinancier NWO. Hierdoor zal het aantal aanvragen bij NWO dalen waardoor de kans - op dit moment heel laag - om een project gehonoreerd te krijgen, stijgt.

Zak met geld

Normaal gesproken zou zo’n zak met geld verdeeld worden onder de veertien universiteiten naar rato van het aantal studenten. Maar deze keer krijgen de drie jongste universiteiten Maastricht, Tilburg en Rotterdam meer - bij de UM gaat het om 4,2 miljoen structureel - om de historisch gegroeide scheve verdeling van onderzoeksgeld in Nederland wat recht te trekken. Ter vergelijking: op dit moment besteedt de UM grofweg 62 procent van de Haagse middelen aan onderwijs en een derde aan onderzoek. Landelijk gaat er 57 procent naar onderwijs en 43 procent naar onderzoek.

Weeffout

Het is een dossier dat al vanaf de vroege jaren ‘80 op de agenda staat van de UM. Letschert, die samen met haar collega-voorzitters van Tilburg en Rotterdam heeft onderhandeld: “Ook Jo Ritzen (van 2003-2011 collegevoorzitter aan de UM, red.) was er mee bezig. Maar het is moeilijk onderhandelen als de sector er geen geld bij krijgt. Nu dat wel het geval is, konden we de anderen overtuigen en is de historisch gegroeide weeffout voor een groot deel gecompenseerd. Het was een van mijn eerste onderhandelingsklussen als voorzitter, dat was spannend als nieuwkomer, en niet de leukste klus, maar de relatie is goed, de universiteiten gunnen elkaar wat, er is een groot gevoel van solidariteit.”

Het laatste woord is hier echter nog niet over gezegd. Minister Dijkgraaf wil een “toekomstverkenning” van het hele stelsel en dan zal ook dit weer op tafel komen, verwacht Letschert.

Vooral heel veel zoet

De Maastrichtse collegevoorzitter is al met al positief over alle plannen van Dijkgraaf, zeker ook omdat de middelen voor de kwaliteitsafspraken, die vrijkwamen na het wegvallen van de basisbeurs en bestemd zijn voor de verbetering van de onderwijskwaliteit, na 2024 structureel worden. “Toch zo’n 16 miljoen per jaar.” Bovendien is bedongen dat de effecten van de Commissie van Rijn (meer geld naar de technische universiteiten en Wageningen ten koste van de rest), die eveneens voor de drie jonge universiteiten negatief uitpakte, met een bedrag van 6,2 miljoen grotendeels gecompenseerd worden.

“Het is echt een heel goede injectie. En natuurlijk kunnen we zuur gaan doen over de voorwaarden, dat startersbeurzen bijvoorbeeld alleen voor UD’s zijn die sinds januari 2022 in vaste dienst zijn, maar er is nu vooral heel veel zoet. Laten we positief zijn en deze injectie zo goed mogelijk verdelen zodat het onderzoek en onderwijs er maximaal van profiteren en de werkdruk omlaag gaat.”

Auteur: Riki Janssen

Foto: Shutterstock

Categoriëen: Nieuws, nieuws_boven
Tags: coalitieakkoord, 40 miljoen, onderzoek, startersbeurs, stimuleringsbeurs, letschert, minister

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.