Even het geheugen opfrissen: in januari 2021 ontstond er een stevige discussie over de vraag ‘wanneer ben je een wetenschapper’ op LinkedIn tussen prof. Harald Schmidt en promovenda Katherine Bassil. Hij vond dat je 24/7 wetenschapper bent, zij niet. Daarop betoogde Schmidt dat zij, een onderzoeker die slechts enkele publicaties en citaties op haar naam had staan, zich geen wetenschapper kon noemen. Van den Hove nam het voor Bassil op. “Is dit de manier waarop wij de volgende generatie onderzoekers moeten stimuleren en enthousiasmeren?”, schreef hij indertijd.
Het leidde tot opiniestukken in Observant en verdere discussie zowel online als offline. Van den Hove besloot, ook naar aanleiding van andere casussen, een beleidsstuk te schrijven, genaamd Misconduct at Maastricht University; Acknowledge, Act and Lead by Example. Hierin deelt hij de stappen (de Zeven Zeden Sprong, een referentie aan de zevensprong uit het probleemgestuurd onderwijs) die de UM volgens hem moet nemen om de sociale veiligheid naar een hoger plan te tillen. Hij gaat er nu mee de boer op langs onder andere het Lokaal Overleg, het Concerns & Complaints Point en het college van bestuur.
“De aandacht die het de laatste jaren krijgt, is een belangrijke eerste stap”, zegt Van den Hove. “Als meer mensen het erover hebben, verandert er wellicht iets. Maar er is ook een keerzijde; mensen kunnen denken dat er al genoeg gedaan wordt, of weerstand voelen.”
Dat laatste merkte hij aan de reacties die hij kreeg van sommige collega’s op zijn plan om het onderwerp tijdens zijn oratie aan te kaarten. ‘Zou je dat nu wel doen’, vroegen ze hem. “Soms oprecht bezorgd, soms op een meer dreigende toon.” Was dat laatste een vorm van intimidatie? Ja, maar in tegenstelling tot wat De Limburger afgelopen maandag schreef, heeft Van den Hove geen melding gemaakt van het incident, noch vond het plaats 'aan de vooravond' van zijn rede. Een officiële klacht zit er ook niet aan te komen, zegt hij aan de telefoon. "Zoals ik in mijn rede al zei, ben je met dit soort intimidatie bij mij aan het verkeerde adres."
Slecht slapen
“Ik ben natuurlijk geen expert, hoogstens een ervaringsdeskundige, maar ik voel me toch genoodzaakt me uit te spreken. Sinds we weer fysiek naar het werk mogen, staan er regelmatig mensen voor mijn deur die hun verhaal willen vertellen. Het gaat dan om pestgedrag, intimidatie of seksuele misstanden. Ze durven niet naar een vertrouwenspersoon te stappen, hebben er geen vertrouwen dat de UM het goed zal afhandelen of weten simpelweg de weg niet. Ik probeer een luisterend oor te bieden, ze door te verwijzen als ze dat willen. Ik ben blij dat ik hierin een rol kan spelen, maar ik ben hier tegelijkertijd ook weer niet voor opgeleid. Daarnaast gaan deze verhalen je niet in de koude kleren zitten. Ik slaap er regelmatig slecht van.”
Vertrouwen terugwinnen
De UM moet dat vertrouwen weer terugwinnen zodat mensen melding durven te doen, maar dat is niet alleen een zaak van het college van bestuur of faculteitsbestuur, vindt hij. Kijk niet weg, roept hij zijn collega’s op in zijn rede. “Jij en ik zijn ook de UM, dit is een probleem en de verantwoordelijkheid van ons allemaal. Als je grensoverschrijdend gedrag ziet, maak het bespreekbaar, het hoeft niet meteen te escaleren. Vereist de casus actie, pak het dan op op een manier die respect toont voor het slachtoffer, maar ook recht doet aan de vermeende dader.”
De bal ligt meestal wel bij het bestuur als het gaat om de consequenties die aan een conclusie vasthangen. “Kijk, dat iemands naam wordt genoemd in de media zonder dat diegene weerwoord kan bieden of er een onderzoeksrapport ligt, daar is niemand bij gebaat. We willen absoluut geen trial by media.” Maar wanneer de conclusie van een onafhankelijk onderzoek is dat er wel degelijk iets aan de hand is, “erken dat dan. Er gebeurt aan de UM niet per se meer dan bij iedere andere universiteit of andere grote organisatie met een sterk hiërarchische structuur. Maar laat dan eens duidelijker zien dat je weet dat het gebeurt en wat je eraan doet. De reactie van de UM wanneer een dossier op straat komt te liggen is toch meestal stilte. Het contrast met de recente felle respons van de UM op misstanden bij Tragos is in die context enorm. Die verraste me. ”
PhD-coach
Van den Hove wil ook afrekenen met de academische cultuur waarin het draait om macht en positie. Dat betekent: geen mensen in managementposities die “niet willen leidinggeven, maar slechts de baas willen spelen”. En niet het onwenselijke gedrag van mensen die veel geld binnenhalen door de vingers zien. Slechte leiders kosten de organisatie veel geld, linksom of rechtsom. “Hoeveel tijd en energie kost het wel niet als er een klachtenprocedure komt? Hoeveel uren van juridische zaken en HR, maar ook ziekteverzuim zit daarin? Daarnaast verlies je de goodwill en het vertrouwen van de jongere generatie.”
Bij onderzoeksschool MHeNs, waar Van den Hove leidinggeeft aan de sectie Fundamentele Neurowetenschappen binnen de vakgroep Psychiatrie en Neuropsychologie, start komend jaar hoogstwaarschijnlijk een pilot met een onafhankelijke PhD-coach. “Iemand die geen onderdeel is van het wetenschappelijk team, maar die kijkt naar de ontwikkeling van soft skills (denk aan samenwerken, goede communicatie, etc., red.), helpt bij het voorbereiden op de arbeidsmarkt, en die ook de relatie met de supervisors monitort. Als je expliciet vraagt hoe het gaat, krijg je een beter beeld van wat er speelt. Ook heeft het een preventief karakter; men weet dat er iemand meekijkt.” Nu moeten promovendi altijd eerst een melding doen, altijd die drempel over. En dat is vaak teveel gevraagd.
Geschrokken
“Ik ben nu met de Zeven Zeden Sprong een nieuwe ronde aan het maken langs verschillende gremia en ga hierover binnenkort ook weer in gesprek met collegevoorzitter Rianne Letschert. Toen ik het schreef, zaten we nog volop in de coronacrisis, nu is er meer tijd om erover te praten.”
Ook pleit hij voor het verplicht tijd besteden aan (verbindend) leiderschap, ethiek en integriteit op de academische werkvloer. “Van academici wordt verwacht dat ze hun kennis op het gebied van onderwijs en onderzoek op peil houden, waarom dan niet ook op dit gebied? De wereld van tien jaar geleden is niet dezelfde als de wereld van nu. Ik ben bezig met een Europese aanvraag onder andere hiervoor.”
Tot slot hoopt hij dat de UM beter in kaart kan brengen wat er speelt op de werkvloer. “Er zitten nu een paar vragen over grensoverschrijdend gedrag en sociale veiligheid in de medewerkersmonitor, maar lang niet iedereen vult die in en de monitor schetst geen compleet beeld. Ik zou wel een vragenlijst speciaal over dit onderwerp willen zien. Ik ben geschrokken van de hoeveelheid verhalen die ik heb gehoord, en dat betreft dan hoofdzakelijk nog alleen maar mijn eigen faculteit. Iedereen is uiteraard als de dood voor de uitkomsten van zo’n enquête, maar als we dan over vijf jaar wellicht kunnen laten zien dat nieuwe maatregelen helpen, dan zullen we dan blij zijn dat we nu zijn gestopt met wegkijken. ”