Peking gaat beurzen voor Chinese PhD’s in buitenland verhogen

Peking gaat beurzen voor Chinese PhD’s in buitenland verhogen

Sommige PhD's moeten de partijlijn onderschrijven

19-10-2022 · Nieuws

NEDERLAND/MAASTRICHT. Chinese promovendi kunnen in Nederland nauwelijks rondkomen met de beurs die ze uit Peking meekrijgen. Tijdens het congres van de Chinese Communistische Partij is aangekondigd dat de beurzen worden verhoogd. Dat zegt de Maastrichtse coördinator prof. Harry Steinbusch.

Steinbusch geldt als landelijke contactpersoon voor de Chinese Scholarship Council, die de beurzen verstrekt. “In plannen voor de komende jaren is aangekondigd dat beurzen vanaf september 2023 worden verhoogd. Voor degenen die naar Nederland komen betekent dat dat ze 1500 euro krijgen, of misschien zelfs 1650.”

Nu krijgen Chinese PhD-studenten 1350 euro per maand, en dat is geen vetpot, verklaarden ze in het Amsterdamse universiteitsblad Folia en in een artikel van Follow the Money. Ter vergelijking: Nederlandse beurspromovendi krijgen 1760 euro.

In een gesprek dat Harry Steinbusch, emeritus UM-hoogleraar neurowetenschap, deze week met Chinese promovendi uit Maastricht had, blijkt dat ze hier niet op een houtje bijten. “Ze kunnen normaal leven van 1350 euro, zeggen ze. Dat komt doordat ze geen € 800 per maand aan huur kwijt zijn, zoals in de Randstad, maar rond de € 500. De meesten wonen op kamers van UM Housing.”

De UM is een van de weinige universiteiten die de PhD’s tegemoet komen. In het eerste jaar betaalt de universiteit de huurkosten tot 400 euro per maand, waardoor ze wat geld opzij kunnen leggen, zegt Steinbusch. “Tijdens het interview bleek dat het gebrek aan kinderopvang voor sommigen een groter probleem is. We zijn nu aan het kijken of we dat kunnen oplossen. PhD’s met kinderen wonen overigens niet op kamers bij UM Housing maar in een woning. Zij komen niet in aanmerking voor gratis huisvesting.”

Extra geldbedrag

Maastricht, waar elk jaar 50 tot 70 Chinese promovendi beginnen, heeft er niet voor gekozen om, zoals de Rijksuniversiteit Groningen, de beurs aan te vullen met een geldbedrag, zegt hij, omdat het college van bestuur vindt dat dan alle buitenlandse promovendi daarvoor in aanmerking zouden moeten komen. 

“Want let wel, Indonesische en Indiase PhD’s moeten rondkomen van 750 euro. Maar alle beurzen verhogen is te duur, mede vanwege de belastingregels. Als je studenten bijvoorbeeld 300 euro extra wilt geven, ben je als universiteit een brutobedrag van 600 euro kwijt.”

Een andere oplossing zou kunnen zijn om de jonge onderzoekers een dag onderwijs te laten geven. “Nu zijn ze daar niet toe bevoegd, maar als je dat aanpast, kunnen ze een cent bijverdienen en doen ze ervaring op als docent.”

Partijlijn

Naast de beroerde financiële situatie is er nog een andere heikele kwestie. Chinese promovendi moeten om voor de beurzen in aanmerking te komen, de communistische partijlijn onderschrijven. Aan de Erasmus Universiteit stelden medewerkers dat vóór de zomer aan de kaak. 

Steinbusch: “Dat is een slechte zaak. Van de Maastrichtse promovendi hoefde niet iedereen zo’n formulier in te vullen en te ondertekenen. Ik heb dat gepolst en kwam uit op grofweg de helft. Ik weet niet waarom de een er wel en de ander er niet mee te maken krijgt, maar het lijkt geen uniform Chinees beleid te zijn. Ik heb inmiddels contact opgenomen met de directeur van het Chinese Scholarship Council, maar die heeft nog niet gereageerd.”

Steinbusch benadrukt dat de UM zelf kiest welke studenten men toelaat. “Ze worden niet aan ons toegewezen.”

De jonge doctors die naar China zijn teruggekeerd, zo is onlangs afgesproken, zullen Maastrichtse student-stagiairs ontvangen. Steinbusch: “Veertig masterstudenten, van verschillende faculteiten, kunnen er maximaal 12 maanden stage lopen. Ze krijgen van de China Scholarship Council een beurs van 400 euro per maand en gratis huisvesting. Het is voor Maastrichtse studenten een extra optie om onderzoek in het buitenland te doen. In China zijn uitstekende laboratoria. Wanneer de eerste stagiairs vertrekken, hangt af van het verloop van de coronacrisis.”