Voor Jensen, in Maastricht voor een discussieavond over de verengelsing van het hoger onderwijs, een voorbeeld van “waar het misgaat” als Engels de dominante taal wordt op een universiteit. “Dit is heel vergaand en heeft consequenties voor de identiteit van de universiteit en de identiteit van de stad. Wat straal je uit? Je zou hier op z’n minst gewoon ‘universiteitsbibliotheek’ kunnen zetten en dan eventueel – kleiner – eronder de Engelse vertaling. Dan leren buitenlandse studenten meteen twee nieuwe woorden: universiteit en bibliotheek.”
Internationalisering
Jensen is een van de twee sprekers tijdens de door Studium Generale georganiseerde avond in het kader van de zevende ICLHE-conferentie (Integrating Content and Language in Higher Education) deze week in Maastricht. De andere spreker is Abram de Swaan, emeritus hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam.
Blijkens een berichtje op Twitter had Jensen zich verheugd op een debatje met collegevoorzitter Rianne Letschert. Die liet onlangs in een reactie op de terugkerende discussie over internationalisering en de bijbehorende verengelsing aan het begin van een nieuw academisch jaar de woorden ‘nationalistisch’ en ‘populistisch’ vallen. Onnodig polariserend, volgens Jensen. “Heel teleurstellend.” En bovendien niet waar, zegt ze. “Ik ben niet tegen Engels en draag internationalisering een warm hart toe”, benadrukt Jensen. “Internationalisering is heel leerzaam, maar moet het altijd in het Engels? Ik heb net de Erasmus leerstoel aan de Université Catholique de Louvain gekregen om het Nederlands over de grenzen te promoten, dat is óók internationalisering. Buitenlandse studenten die hier komen studeren en Nederlands leren net zo goed.” Letschert was niet aanwezig om te reageren.
Dat universiteiten er dan toch voor kiezen om de opleidingen in het Engels aan te bieden (Jensen: “Ik ben ervoor dat ze ook in het Nederlands beschikbaar zijn”) komt ook door hoe ze gefinancierd worden, merkt De Swaan op. Op die manier trekken ze meer (buitenlandse) studenten en “de universiteiten worden per student betaald. Dat is een perverse prikkel. Maar om eerlijk te zijn, als buitenlandse studenten twijfelen waar ze moeten studeren zeg ik ook Nederland. Goed onderwijs tegen een relatief lage prijs – a good deal zouden zij zeggen.”
Meertaligheid
Jensen en De Swaan zijn het over de meeste aspecten eens, maar niet over meertaligheid. Waar Jensen pleit voor het stimuleren van meerdere talen op een universiteit – dus niet alleen Engels en Nederlands, maar ook Duits, Frans, Spaans, etc.- denkt De Swaan dat dat “een rommeltje” wordt. “We hebben die strijd verloren van het Engels. Maar laten we wel onze eigen taal behouden. Dat heeft ook te maken met eigenwaarde, zelfrespect. Je maakt jezelf belachelijk als je je als Stadsschouwburg International Theatre Amsterdam gaat noemen. Stadsschouwburg is een prachtig woord.” En hij doet tot hilariteit van de zaal nog even voor hoe dat klinkt als een buitenlander het uitspreekt; de ‘stadsskoewburgh’.
Vraag je voordat je overstapt op het Engels drie dingen af, zegt hij. “Voor welk niveau is het bedoeld, voor welk vak en voor wie. Collega-wetenschappers van over de hele wereld kunnen gewoon Engels met elkaar praten, maar wil je wetenschap vertalen naar het brede publiek dan doe je dat het beste in je eigen taal.”
Verloren kennis
Door altijd de voorkeur te geven aan Engels gaat er volgens beide sprekers iets verloren in de kennisoverdracht. Jensen: “Het vocabulaire is minder, je kunt geen grapjes maken, ironie en nuances gaan verloren. Je verhaal wordt minder rijk.”
“Ik heb 4-5 boeken en 20 artikelen in het Engels geschreven en toch vind ik mijn Engels niet veel soeps”, zegt De Swaan. “Waarom niet? Omdat ik ´niet veel soeps´ niet in het Engels kan zeggen. Ik ben niet opgegroeid in die taal, heb de kinderliedjes niet gezongen.”
Wanneer Jensen haar verbazing uitspreekt dat een vak als psychologie wordt onderwezen in het Engels (“Je hebt het dan over de gemoedstoestand van mensen, over hun gevoelens.”), komt er tegenspraak uit het publiek in de persoon van Harald Merckelbach, decaan van de faculteit psychologie en neurowetenschap (waar voornamelijk in het Engels les wordt gegeven). “Kunt u een empirische studie noemen waarin wordt bewezen dat kennisoverdracht aan kwaliteit inboet”, vraagt hij Jensen. Ja, dat kan ze, maar haar antwoord stelt hem niet tevreden: “Dat is een héél slechte studie.” Jensen noemt een paar andere voorbeelden en voegt eraan toe dat lesgeven in het Engels niet altijd tot taalarmoede leidt, “maar het vergt veel oefening om het goed te doen. En zelfs dan lukt het niet iedereen.”