Wijayaratne is vooral blij met hun faculteit Arts and Social Sciences (FASoS): “Het is een veilige omgeving. Bij FASoS draagt iedereen make-up en extravagante kleding, ongeacht hun gender, en de enige opmerking die je krijgt is 'Oh mijn god, je make-up zit geweldig!'” De sfeer op andere faculteiten is echter anders, vindt hen: “Een paar vriendinnen van mij zagen bij het Department of Advanced Computing Sciences en de School for Business and Economics dat mensen zich erg vrouwonvriendelijk gedroegen. Dat is zo triest."
De universiteit kan en moet meer doen om ervoor te zorgen dat “elke student van elke faculteit” kan leren over de onderwerpen inclusie en diversiteit, en zo de “kans krijgt om een beter mens te worden”, vindt hen. Maar wat moet er precies gebeuren? Wijayaratne moet even over deze vraag nadenken, maar komt dan met een paar ideeën. “Omdat UM-studenten echt heel erg slim zijn en zich bewust zijn van welke problemen er spelen, naar podcasts luisteren, veel dingen lezen, ook buiten de studie om, moeten we studenten een groter platform geven. Medewerkers moeten zoveel mogelijk interactie hebben met studenten”, zegt hen, puttend uit ervaringen met wetenschappelijk personeel dat geen ruimte laat voor discussie.
Waarom dan geen studentenorganisatie oprichten die extra curriculair onderwijs aanbiedt over inclusie en diversiteit? “Ik heb drie banen zodat ik het hoofd boven water kan houden, en veel andere kinderen van migranten bevinden zich in dezelfde situatie. We hebben geen tijd om extra lessen bij te wonen”, zegt hen. "Het zou onderdeel moeten zijn van het normale curriculum."
Simon Wirtz