"Daar waren ze: zij met een kleine tas, hij ook, en een timide jochie met alleen een tennisracket"

UM-medewerkers namen vluchtelingen uit Oekraïne in huis

07-12-2022 · Achtergrond

De een heeft een half jaar lang een Oekraïens gezin in huis gehad, de ander biedt al negen maanden onderdak aan een vrouw uit Charkov. Hoe hebben deze UM’ers dat ervaren? En kijken ze nu anders naar het nieuws?

Xenia, Sergei en Sergei

De echtgenoot van geneeskundedecaan Annemie Schols was twintig jaar geleden in Oekraïne op vakantie, en had daar Xenia en Sergei ontmoet, was zelfs op diezelfde vakantie op hun bruiloft uitgenodigd. In de jaren daarna was er nauwelijks contact geweest. Totdat Rusland Oekraïne binnenviel.

“Mijn man, Hans, maakte zich zorgen en heeft toen gepolst via de mail”, zegt Schols. “Eerst viel het wel mee, ze wonen in een appartement in Kiev. Maar een week later zaten ze in de schuilkelder. Op het moment dat de raketten in de buurt van de kerncentrale insloegen, zijn ze gevlucht naar Bratislava.”

Kort daarna, begin maart, kwamen ze met de trein aan in Luik. Xenia (40), Sergei (40) en Sergei jr (13). “Ik kende ze niet, maakte de deur open en zag ze staan: zij met een kleine tas, hij ook, en een timide jochie met alleen een tennisracket. Een dag later, om 10.00 uur ’s ochtends stonden we samen op de baan, tennissen is ook mijn passie.”

Werknemers ontslaan

Schols woont in Scharn, in een vrijstaand huis met twee verdiepingen en een tuin. Xenia en Sergei betrokken de werkkamer van Hans op zolder. “Vrienden en familie vroegen of we met hen dan ook de badkamer deelden. Ja, natuurlijk. Het is als in een studentenhuis, waar je huisgenoten tegenkomt.”

Sergei jr kreeg een slaapkamer op de eerste verdieping. “Heel stoer koos hij voor een eigen kamer, maar hij liet wel s’ nachts de deur open en het licht aan. Hij volgde online Oekraïens onderwijs. Ik heb ‘m meteen lid gemaakt van tennisclub Ready, die de kosten voor eigen rekening nam. In het begin schrok hij als een vliegtuig laag over de Geusselt vloog. We hebben vaak gespeeld en bouwden een speciale band op. Je bent samen van huis, praat met elkaar en hebt lol.” 

Xenia was het meest “intens”, zegt Schols, die kon zien hoe verschillend mensen reageren op stress. “Xenia, ondernemer, volgde alles over de oorlog, liep vooruit op hoe het verder moest, praatte daar veel over met Hans. In het voorjaar heeft ze bij Coffee Lovers gewerkt op Plein 1992, waar ze de zinnen enigszins kon verzetten. Sergei, directeur in een groot bedrijf met meerdere vestigingen, was daar niet mee bezig, hij was de rust zelve. Dat terwijl hij in die tijd veel werknemers moest ontslaan. Hij was dagenlang aan het bellen.”

Angst

De oorlog was geen ver-van-je-bed-show meer, Schols maakte die nu van dichtbij mee. “En het voelde al zo dichtbij vanaf het begin. Ik kon me al snel verplaatsen in Oekraïners en vond het echt schokkend wat ze voor hun kiezen kregen. Ik ben door onze gasten niet heel anders tegen de oorlog gaan aankijken.”

Het gezin heeft zich bij Schols thuis gevoeld, maar na een paar maanden kreeg Xenia last van heimwee. “Zij is toen als een verkenner naar Kiev gegaan om te peilen hoe veilig het was. De twee Sergei’s gingen mee tot Praag, en maakten daar rechtsomkeert. Om te voorkomen dat vader, eenmaal in Oekraïne, werd gemobiliseerd.” 

Xenia kwam later terug en was helemaal opgewonden, herinnert Schols zich. “De sfeer was omgeslagen in de stad. De angst had plaats gemaakt voor strijdlust en verbondenheid. Het was iets speciaals dat je moest meemaken, vond ze. Al merkte ze ook dat er anders werd aangekeken tegen Oekraïners in het buitenland. Waarom kwamen ze niet terug? Er was werk aan de winkel.”

Vriendschap

In september, een half jaar later, is het gezin teruggegaan naar Kiev, naar hun oude appartement. Schols: “We hebben nog bijna dagelijks contact en zijn vrienden voor het leven geworden, een ware verrijking. Het is zo intens, die ervaringen delen over de oorlog. Maar ook je eigen rol daarin, luisteren, steunen, meedenken, adviseren. Hoe snel een vriendschap dan gestalte kan krijgen.”

Xenia mag dan als verkenner naar Kiev zijn gegaan, Sergei heeft in Maastricht zijn ogen de kost gegeven. Hij heeft het management in Oekraïne geadviseerd om in Maastricht een filiaal te openen. “De eerste vestiging in Europa, waarvoor hij ook al Oekraïense vluchtelingen heeft gepolst.”

Julia

Het eerste contact met Julia, in april, verliep via whatsapp, met beeld. Paul Bonfrere (53), hoofd van de afdeling informatiemanagement van het studentenservicecentrum (SSC), wordt er nog steeds emotioneel van.

Na de eerste bombardementen op Charkov was Julia halsoverkop de stad uit gevlucht en had een onderkomen gevonden in een veiliger deel van Oekraïne. “Ze had alles achtergelaten, ze zat daar met alleen een paspoort, diploma’s en een koffertje met wat kleren bij zich, verder niets. Ze dacht dat ze een paar dagen later weer terug kon.” 

Bonfrere: “En wij ons zorgen maken dat ons gastenverblijf niet goed genoeg was. We waren op dat moment een B&B aan het bouwen, tegen ons huis aan, in Amby. Het was nog niet helemaal afgewerkt, maar toen we zagen hoe Julia erbij zat, drong het tot ons door dat onze zorgen misplaatst waren.”

Baliemedewerker

Het gezin Bonfrere – vrouw Saskia, inwonende zoon Richard (22) en uitwonende zoon Bart(21) – wilde iets doen voor gevluchte Oekraïners, maar paste voor een logé in huis. “Ooit hebben we een pleegkind opgevangen en merkten we hoe ingrijpend dat is. Onze B&B is ideaal, een studio van 30 m2 met eigen voordeur. We hadden drie eisen: niet meer dan twee mensen, enige kennis van de Engelse taal, en niet roken in de B&B.”

Half mei stond Julia op de stoep. Ze is 36 jaar, alleenstaand en werkte in de reisbranche. Bonfrere: “Ze was getraumatiseerd, barstte af en toe in huilen uit en was boos op wat er was gebeurd. Haar vader is Russisch en ontkent alles. Vooral met mijn vrouw heeft Julia veel gepraat over haar verdriet.” 

Toch is niet alles kommer en kwel. Julia is volgens Bonfrere ook positief en vrolijk, en dat optimisme is haar kracht. “Na drie weken wilde ze al aan het werk, iets doen. Ze heeft nu een aanstelling als baliemedewerker bij Maastricht Housing. Ze spreekt goed Engels en volgt Nederlandse les.”

Kapotgeschoten

Sinds de komst van Julia volgt Bonfrere de oorlog op de voet. Meermaals per dag checkt hij de website van de Belgische krant De Morgen, waarop de belangrijkste gebeurtenissen de revue passeren. “Ik doe dat in de hoop goed nieuws tegen te komen, voor mijn part dat Oekraïne de Russen een zoveelste schop onder de kont geeft, maar vooralsnog zie ik geen licht aan het einde van de tunnel.”

Het geeft een goed gevoel, zegt Bonfrere, om voor Julia iets te kunnen betekenen. “Het levert ons veel op, niet in de laatste plaats dat we er een ‘familielid’ bij hebben. Zo beschouwen we haar nu, en zo voelt ze ook.”

De maatschappij mag dan verhard zijn, en misschien egoïstischer dan vroeger, maar Bonfrere heeft vooral veel hartverwarmende reacties ontvangen. “Buren die vragen of Julia spullen nodig heeft, of ze het leuk vindt om een wandeling te maken. Een Oekraïense collega bij ICTS is koffie met haar gaan drinken, mijn schoonbroer en schoonzus hebben schoenen voor haar betaald, en mijn zoon heeft haar Engels enigszins bijgespijkerd.” 

Afgelopen zaterdag is ze naar een stadje dichtbij de Poolse grens gevlogen. Daar ontmoet ze haar moeder, die daar woont. Haar zus is met haar gezin nog steeds in Oekraïne. “Haar man – Julia’s zwager - is bouwvakker, en probeerde in het begin van de oorlog kapotgeschoten gebouwen bewoonbaar te houden voor wie achterbleef in Charkov. Ook zij zijn inmiddels gevlucht.”

Julia en haar moeder dompelen zich intussen onder in de kerstsfeer in het Poolse stadje. “Ze genieten van elkaar en van de borsjtsj, de traditionele rode bietensoep die moeder heeft gemaakt.”