“Maastricht is een paradijs op aarde”, verkondigt wethouder John Aarts tegenover de studenten die zich woensdagavond op uitnodiging van de gemeente Maastricht in het stadhuis hebben verzameld. “Maar ook een paradijs behoeft onderhoud. En dat kan alleen plaatsvinden als de inwoners elkaar ontmoeten en leren begrijpen.”
Zie daar de insteek van deze jaarlijkse bijeenkomst, in het kader van Studentenstad (zie kader). Afgevaardigden van verschillende studentenverenigingen en -organisaties mogen hier hun licht laten schijnen over het Maastrichtse studentenleven. Dat gaat aan de hand van zes stellingen, zoals ‘Het is gemakkelijk om als student maatschappelijk betrokken te zijn’ en ‘Na het afstuderen is het makkelijk om een baan te vinden in Maastricht en omstreken’.
Wishful thinking
Na een korte introductie verdwijnen de studenten in zes zaaltjes. Daar debatteren ze over één specifieke stelling, samen met bij het onderwerp betrokken medewerkers van de gemeente en onderwijsinstellingen. Zo schuiven bij de stelling ‘Ik kan gemakkelijk alle informatie vinden en raadplegen die ik nodig heb om prettig in Maastricht te wonen’ medewerkers van MyMaastricht aan, het platform dat studenten informatie biedt rondom wonen en leven in de stad.
Hun voornaamste uitdaging, zo vertellen ze, is het bereiken van studenten. Dat blijkt: bij geen van de aanwezige studenten gaat een belletje rinkelen bij de naam MyMaastricht. Hoe kan dat beter, willen de medewerkers van de studenten weten. “Het is wishful thinking dat je studenten bereikt tijdens de introductie”, merkt een van hen op. “Tijdens de INKOM is iedereen bezig met uitgaan, tijdens de facultaire introductie met de studie.” En nee, op eigen houtje weten studenten de informatie vaak ook niet te vinden, verzekeren ze.
Vervelend, aldus de medewerkers, want ze proberen studenten namelijk te behoeden voor problemen, zoals boetes voor het verkeerd plaatsen van fietsen of afval. Is hier geen rol weggelegd voor verenigingen? “Deze specifieke zaken zijn niet per se hun verantwoordelijkheid”, aldus een student. “Al zouden verenigingen best informatie kunnen delen, via posters of sociale media. Ze vormen een doorgeefluik tussen studenten en de universiteit.” De studenten zien echter vooral een belangrijke rol voor de universiteit zelf. “Mentorgroepjes in het eerste jaar kunnen heel nuttig zijn. De mentoren hoeven niet zelf alles te weten, maar moeten studenten bij problemen wel kunnen verwijzen naar de juiste plaats, zoals MyMaastricht.”
Buitengesloten
Even verderop, bij de stelling ‘Maastricht biedt genoeg te doen voor studenten’, hebben zich opvallend veel studenten verzameld van de mbo-instelling Vista College, die dit jaar voor het eerst op de bijeenkomst zijn uitgenodigd. Waar de UM-studenten menen dat er genoeg te doen is, kijken zij daar anders naar. “Ons studentenleven is heel anders. Van veel activiteiten of verenigingen weten we niet dat ze bestaan of dat we eraan mee mogen doen.”
Volgens de Vista-studenten ligt het probleem er vooral in dat veel mensen aan de universiteit niet weten wat het mbo inhoudt. “Wij zijn ook gewoon studenten, maar worden vaak niet zo gezien. Soms ervaren we dat alsof men denkt dat wij dommer zijn.” Dat laatste is niet het geval, zegt een aanwezig bestuurslid van een vereniging waar mbo’ers geen lid mogen zijn. “Dat is vooral vanwege praktische redenen. Vaak zijn startende mbo-studenten nog 16, hoe pak je dat bijvoorbeeld aan met het schenken van drank? Maar we willen graag kijken naar wat mogelijk is.”
Maar er zijn genoeg mbo’ers die wel ouder zijn dan 18, merkt een Vista-student op. “Wij zijn erg geïnteresseerd in verenigingen, maar voelen ons nu buitengesloten. Het is zo lastig voor ons om vrienden te maken in de stad. Deelname aan de INKOM en lidmaatschap van verenigingen zou ontzettend helpen.” Over dat eerste wordt in elk geval al gesproken, merkt een medewerker van een van de instellingen op.
Het to-dolijstje van de aanwezige beleidsmakers is weer een flink stuk langer geworden, zo klinkt het aan het einde van de avond.