Een potpourri van klachten en behandelingen

Een potpourri van klachten en behandelingen

Catharina Pijlslezing over burn-out

12-01-2023 · Achtergrond

Bestaat een burn-out eigenlijk wel? Een vreemde vraag misschien, gelet op de vele werknemers die opgebrand thuis zitten. Maar hoe kan het dan dat psychiaters de diagnose burn-out helemaal niet kennen? Deze vragen beantwoordt onderzoeker Christiaan Vinkers tijdens de Catharina Pijlslezing, georganiseerd door Studium Generale.

In 2021 bleken 1,3 miljoen Nederlanders te kampen met burn-outklachten. Dat komt neer op een op de zeven, zo maakten TNO en het CBS in november bekend. Deze ‘patiënten’ zaten elf miljoen dagen ziek thuis, wat werkgevers drie miljard euro kostte. 

Het zijn onheilstijdingen die meerdere keren per jaar de revue passeren. Ze zijn vaak gebaseerd op online-enquêtes met soms niet meer dan vijf vragen. Wat hebben we daaraan? Zo goed als niets, zegt Christiaan Vinkers, psychiater en hoogleraar stress en veerkracht aan het Amsterdam UMC. Sterker, het wordt wat hem betreft tijd om te stoppen met die peilingen. 

Waarom? Omdat er geen enkele link is tussen burn-outklachten en een burn-out. Dat klinkt misschien onlogisch, maar uit onderzoek blijkt: wie klachten heeft, loopt geen grotere kans op uitval met een burn-out. De meesten voelen enige stress of vermoeidheid waarvan ze na een tijdje gewoon weer herstellen. 

Controleverlies

Dat valt te lezen in het vorig jaar verschenen boek In de ban van burn-out, waarin Vinkers afrekent met alle suggesties over een uitgebluste beroepsbevolking. Om te beginnen is onduidelijk wat burn-out is, er circuleren meer dan 142 definities. Bovendien valt het niet vast te stellen. Er bestaat niet zoiets als een betrouwbare test of klinische vragenlijst.

Toch kun je na een bezoek aan de huisarts thuiskomen met de diagnose burn-out. In dat geval heb je minstens een half jaar last van spanningsklachten en functioneer je slechter, gecombineerd met controleverlies dan wel gevoelens van machteloosheid. Deze criteria hebben huisartsen opgesteld uit pragmatisme, zegt Vinkers. Ze moeten iets met alle patiënten die ze op het spreekuur treffen. Maar voor de criteria is geen enkel wetenschappelijk bewijs.

Psychiaters kennen de diagnose niet, hij ontbreekt ook in de van origine Amerikaanse psychiatriebijbel DSM. Amerikanen, die het verschijnsel burn-out als eersten in de jaren zeventig boekstaafden, kijken er volgens Vinkers heel anders tegenaan dan Europeanen. Ze zien het niet als een ziekte, maar als een maatschappelijk fenomeen. 

Hypnose

Het is ook verre van nieuw of typisch voor onze tijd, schrijft Vinkers. Ook rond 1900 leden veel mensen aan een ziekte, waar artsen nauwelijks raad mee wisten. Het stond te boek als neurasthenie en uitte zich net als burn-out in uitputting, zenuwachtigheid, angst en somberheid. Ook toen weet men dat aan het hoge tempo van de 19e eeuwse maatschappij, met de voortschrijdende industrialisatie, de auto die oprukte in het straatbeeld, en de uitvinding van de telefoon en telegraaf. 

Hoeveel mensen last hadden van neurasthenie was onduidelijk, want ook daarover bestonden vele definities en interpretaties. De ziekte lag vooral op het domein van neurologen en psychiaters, maar omdat zoveel patiënten er last van hadden, konden ze bij vele behandelaars terecht. Er ontstond een heuse ‘neurastheniemarkt’, schrijft Vinkers, “waar medisch advies, technologie, remedies, kuren werden aangeprezen en verkocht”.

Die wildgroei ziet Vinkers ook op de huidige burn-outmarkt, waar sommige patiënten in handen vallen van zelfverklaarde experts. Vinkers nam de proef op de som en deed zich in e-mails voor als een overwerkte manager. De aanbevolen behandelingen varieerden van hypnose, een 4D-behandeling met neurofeedback, coaching in de natuur, tot een opname van een aantal maanden.

Impotentie

Vinkers benadrukt dat het lijden en de klachten van patiënten alleszins reëel zijn, maar dat er tegelijkertijd geen chocola van te maken valt. Hij noemt het een "potpourri" van onder meer angst, vermoeidheid, somberheid, slecht slapen, prikkelbaarheid. Veel psychiaters labelen het als een depressie dan wel angststoornis.

Opvallend is dat laagopgeleiden vaak de diagnose depressie krijgen en hoogopgeleiden burn-out. Dat staat volgens Vinkers niet los van de connotaties van beide begrippen. Een depressie wordt eerder in verband gebracht met karakterzwakte, terwijl een burn-out het gevolg zou zijn van te hard werken, van toewijding, van grote inzet. 

Om patiënten beter te behandelen is meer onderzoek nodig, aldus Vinkers. Wetenschappers moeten terug naar de tekentafel, liefst in teams waarin verschillende disciplines vertegenwoordigd zijn. Wat zijn de specifieke kenmerken van mensen die opgebrand zijn? En wat betekent dat voor het stellen van de diagnose? 

Of zal het zover niet komen? Ondanks de populariteit verdween neurasthenie na de eerste wereldoorlog vrij snel van het toneel. Het concept was te vaag en de lijst met symptomen werd langer en langer, inclusief wanhoop, obstipatie, impotentie en migraine. Of burn-out over een aantal jaar nog bestaat? Tja, daarover valt volgens Vinkers weinig tot niets te zeggen.

De lezing van prof. Christiaan Vinkers is op 12 januari, 20.00 uur, in de aula Tongersestraat 53

In de ban van burn-out, door Christiaan Vinkers; Uitgeverij Prometheus, kosten 23,50