“Je hoeft niet alles geweldig te vinden, soms moet je doorzetten en gedisciplineerd zijn”

“Je hoeft niet alles geweldig te vinden, soms moet je doorzetten en gedisciplineerd zijn”

Op jezelf

17-01-2023 · Interview

Jessica Sleijpen (20 jaar, Nederlands), is derdejaars Nederlands recht, huurt twee kamers - samen 17m2 -  in een studentenhuis aan de Mergelweg in Maastricht. Ze betaalt 385 euro huur.

Nee, ze doet niet de studie van haar dromen, constateert Jessica Sleijpen opgewekt terwijl ze een kopje thee in haar kleine keuken annex huiskamer inschenkt. Ze zou eerlijk gezegd niet weten welke studie dat zou moeten zijn. Ze koos tweeëneenhalf jaar geleden voor Nederlands recht omdat “het een brede opleiding is die altijd van pas komt”. Het werd Maastricht omdat het probleemgestuurd onderwijs haar aansprak. Dat ze in haar derde jaar nog steeds niet overloopt van enthousiasme neemt ze op de koop toe. Ze gaat de bachelor sowieso afmaken, “voor mezelf, ik ontwikkel me toch op academisch niveau, maar ook voor mijn ouders die er veel geld in steken. En je hoeft ook niet alle dingen geweldig te vinden die je doet. Soms moet je gewoon doorzetten en gedisciplineerd zijn. Het leven is niet alleen maar leuk, dat heb ik van huis uit mee gekregen.” Maar ze werkt zich niet overhoop voor haar studie: “Gehaald is gehaald. Een 5,5 is genoeg. Als ik een zeven heb is dat groot nieuws.”

Stom hè

Op de middelbare school in het Belgische Voeren koos ze voor de bètarichting, “niet omdat ik het zo leuk vond, maar omdat dat het hoogst haalbare was en daardoor veel keuzemogelijkheden open bleven. Ik zat ook veertien jaar op pianoles, niet omdat ik dat zo graag wilde, maar omdat het volgens mijn moeder bij mijn opvoeding hoorde. Ik begrijp dat achteraf, ik speel nu niet meer maar heb me muzikaal wel ontwikkeld.” Die muzikaliteit hielp haar enorm bij het dansen, dat ze vanaf haar zevende jaar tot soms wel vijftien uur per week beoefende. “Modern ballet, jazz, improvisatie, urban. Ik vond het ontzettend leuk. Ik ben ermee gestopt toen ik in het eindexamenjaar op uitwisseling ging naar Italië. Eenmaal terug kwam corona en stopte de dansopleiding. Ik heb het daarna niet meer opgepakt, stom hè?”

Maastrichts Juridisch Dames Dispuut Victoria

Op 1 oktober 2020, de dag dat ze achttien werd, tekende ze het huurcontract voor haar twee kamertjes. In haar studentenhuis wonen zeven mensen, twee van hen zijn dispuutsgenoten. Via hen kwam ze terecht aan de Mergelweg. Met een brede glimlach: “Wij zijn het Maastrichts Juridisch Dames Dispuut Victoria, ik was eerst secretaris, ab actis, en nu ben ik de praeses.” Ze haalt twee groene dispuutsjasjes met gouden letters uit de klerenkast in het aanpalende slaapkamertje waar verder nog ruimte is voor een tweepersoonsbed en een smal rekje met onderin schoenen en bovenop een tv. Die is nu overwoekerd met kleren die aan de kapstok erboven hangen.

Naast het aanrechtje hangt de dispuutskalender. Iedere maand heeft een eigen professioneel ogende foto. September toont drie jonge vrouwen in toga. “De uni begint dan weer.” In oktober zien we twee vrouwen met een pompoenmasker (“Halloween”), de studenten die voor de aprilfoto (“Koningsdag”) poseerden, zijn getooid in vooral oranje. “Ik had vorig jaar in de kerstvakantie niet veel te doen. Ik heb toen alle settingen bedacht en georganiseerd. De septemberfoto is bijvoorbeeld op de faculteit gemaakt. Daar moest ik toestemming voor vragen. Als ik iets leuk vind, ben ik heel perfectionistisch.”

A-tijd

Ze beseft dat studentenverenigingen en dus ook disputen niet altijd een goede naam hebben. Ze weet van de uitwassen zoals onlangs nog bij Tragos, maar die zul je bij Victoria niet aantreffen, zegt ze. “Je hoort wel eens dat mensen hun eigen kots moeten opeten, of naakt op een tafel moeten dansen en je dan laten uitkafferen. Dat zouden we nooit doen bij Victoria. Ik mag niets prijsgeven over de ontgroening, maar ik kan wel zeggen dat wij respect hebben voor elkaar. De A-tijd is niet altijd de leukste tijd, maar wij gaan nooit over iemands grenzen heen. Die uitwassen komen in de media, dat snap ik, maar daardoor hoor je niets over de positieve kanten van het studentenleven. Ik heb hier vriendinnen voor het leven gemaakt.”

Colombia

Op haar nachtkastje ligt de biografie van Tanja Nijmeijer, de Nederlandse vrouw die de armoede in Colombia zag en zich na haar studie aansloot bij de rebellenbeweging Farc. “Ik ga binnenkort vier weken met mijn vriend Mika, ook student aan de UM, door Colombia trekken. Ik wil me graag voorbereiden. Nijmeijer schrijft over haar leven, de Farc komt op voor de armen, maar het is een gewapende strijd, dat geweld is de schaduwkant. Zij heeft zelf ook ooit een bus opgeblazen. Uiteindelijk kreeg ze een hoge functie binnen de guerillaorganisatie en was ze betrokken bij het vredesproces.”

Liefdesbaby

Om de reis te kunnen betalen werkt ze veel in de ijssalon/brasserie in Kanne, de plaats waar ze is opgegroeid. En meer dan eens eet ze bij haar ouders, die op een steenworp afstand wonen. Grinnikend: “Dat scheelt weer in de kosten. Maar het is ook heel gezellig.” En met een beetje geluk treft ze daar haar drie oudere halfzussen en twee oudere halfbroers. “Mijn ouders hadden al kinderen toen ze elkaar leerden kennen. Ik ben hun liefdesbaby.”

Auteur: Riki Janssen

Foto: Ellen Oosterhof

Categoriëen: nieuws_boven, Mensen
Tags: derdejaars Nederlands recht,kamer,dispuut,victoria,studentenkamer

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.