Weer stond er vlaai op onze vergadertafel, afgelopen maandag. Hadden we wat te vieren? Het is maar hoe je het bekijkt. Onze collega YM gaat vertrekken, hij wordt vanaf carnaval verslaggever bij dagblad De Limburger. Hij kwam bij ons binnen als junior, zo’n vijf jaar geleden, heeft bij Observant het vak geleerd en nu is het tijd om de vleugels uit te slaan. Een logische stap, al zullen we hem ook gaan missen. Je wordt toch een beetje familie als je zo lang samenwerkt.
Rijstevlaai
De rijstevlaai smaakte er niet minder om. Al snel ging het gesprek over een stagiaire - masterstudent Digital Society - die dit voorjaar twee maanden bij ons komt werken. Zij heeft wortels in Zuid-Afrika, spreekt naast Engels ook Zuid-Afrikaans en is bereid om haar kennis van de Nederlandse taal flink op te krikken. Dat is noodzakelijk. Wie geen Nederlands verstaat en kan lezen, kan bij ons niet volwaardig meedraaien. Het is de voertaal tijdens onze wekelijkse redactievergadering waarin we zowel de Nederlandstalige als Engelstalige artikelen bespreken, brainstormen over nieuwe onderwerpen en discussiëren over alles wat ter tafel komt. Het is weinig productief om in het Engels over Nederlandstalige teksten te praten, en ook discussies zijn het vruchtbaarste als die in de moedertaal kunnen plaatsvinden. De stagiaire kan in het Engels haar zegje doen, mocht ze dat willen, geen punt, en ook haar artikelen kan ze in het Engels schrijven.
Speels
We kijken er naar uit. Ze weet veel van social media en stuurde (ze gaat al voor de start van haar stage wat freelance werk voor ons doen) een speels opgemaakt document (lekker kort) met daarin suggesties wat wij anders (lees: beter) zouden kunnen doen op Instagram, Twitter en Facebook. Meer reels (ultrakorte filmpjes), meer (ook Engelstalige) Twitterberichten, een mooiere cover op Facebook, enzovoort, enzovoort. Die frisse blik doet ons goed, die geeft energie, maar liet ons ook fronsen. Zo’n ultrakort filmpje over bijvoorbeeld het cortège tijdens de diesviering, van een student in zijn studentenkamer of van een wetenschapper in het lab, is natuurlijk aantrekkelijk, maar alles kost tijd. Dus wie gaat dat doen, klonk het bezorgd. De stagiaire? Die kan een deel opvangen, maar lang niet alles. We gaan het bespreken. In het Nederlands.