Om een aangetekende brief op te sturen, moet je in mijn buurt bij de carnavalswinkel zijn. Typisch, vond ik dat. Toen de brief op de post was gedaan, besloot ik even in de winkel te blijven hangen; deels omdat het buiten regende, maar ook omdat ik van carnavalswinkels hou. Dat had ik als kind al, terwijl ik carnaval vieren toen nog helemaal niet zo’n pretje vond. Er is iets aan de rijen kleurrijke pruiken, de glimmende plastic accessoires en de hoeveelheid paillettenjassen dat me vrolijk maakt.
Tijdens mijn rondje door de winkel viel me iets op dat me als kind niet opviel: er hingen best wat kostuums die je tegenwoordig als culturele toe-eigening zou kunnen bestempelen, zoals verentooien en afro-pruiken. Accessoires die gebaseerd zijn op culturen die onderdrukt werden (of nog steeds worden), voornamelijk door de dominante witte cultuur. Vinden (witte) carnavalvierders het nog steeds normaal om voor zo’n tijdelijk kapsel te kiezen, terwijl mensen van kleur daar hun leven lang om gepest of gediscrimineerd worden? Of om van een religie zoals het Boeddhisme een goedkoop, stereotypisch kostuum te maken? Zouden deze dingen nog verkopen?
Als het nog in de winkel hangt, is het antwoord op die laatste vraag waarschijnlijk “ja”. Mensen die zoiets aantrekken hebben echt geen kwaad in de zin, weet ik uit gesprekken met familie – het is gewoon wat ze gewend zijn. Dat is niet om het goed te praten, maar als je geen kennis hebt van het ontstaan van de VS, kan ik me voorstellen dat je het verband tussen die indianentooi en de grotere structurele machtsverhoudingen (lees: onderdrukking) misschien niet meteen ziet. Vooral als die veren gewoon als optie tussen een Lady Gaga- en een jaren 60 hippie-outfit in hangen.
Ik zie de culturele toe-eigening outfits steeds minder tijdens carnaval en dat stemt me positief. De Limburgse cultuur wordt echt niet aangetast als je een paar mogelijk kwetsende outfits links laat liggen: in de winkel zag ik dat er genoeg alternatieven zijn om carnaval in door te brengen. Ikzelf ga eigenlijk nooit verkleed als iets. In plaats daarvan raap ik mijn meest kleurrijke outfit bij elkaar, met veren in mijn boa, maar niet op mijn hoofd.
Puck Füsers