Ik ben als het gaat om computers, kunstmatige intelligentie en zoiets als SAPcloud, nou niet bepaald een ster. U kunt mij tot op de hoek van de straat horen zuchten als ik weer eens gefrustreerd achter mijn tablet of laptop zit. Gelukkig ben ik omringd door collega’s die in dit alles een stuk handiger zijn.
Toen een aantal maanden geleden de naam van het computerprogramma ChatGPT, dat in een handomdraai teksten produceert, viel tijdens een redactievergadering, ging er bij mij geen enkele bel rinkelen. Ik had blijkbaar iets gemist. Inmiddels weet ik dankzij diezelfde collega’s beter.
Overbodig
Want: zijn we straks als redactie overbodig? Kan een computerprogramma ons werk overnemen? Collega MT wees afgelopen maandag op een artikel waarin ons vak (wij behoren tot de schrijvende tak van de journalistiek) niet bijster ingewikkeld werd genoemd. Het is een ambacht, wie een goed artikel wil schrijven moet zich aan een paar regels houden: een pakkende intro, in het middenstuk een heldere uitleg over het onderwerp, eventueel gelardeerd met citaten van geïnterviewden, en een goed einde. En klaar is kees. Zo eenvoudig dat het geen wonder is dat een artikel geschreven door kunstmatige intelligentie aan de eisen voldoet, zo vond men.
Confronterend
Ontluisterend? Confronterend? Het is ook een ambacht, dachten we hardop. Maar wacht even, klonk het toen aan de vergadertafel: er is nogal een verschil tussen een tekst die aan de oppervlakkige basiseisen voldoet en een tekst die is geschreven door iemand die werkelijk weet waar het over gaat, die zich baseert op zelfafgenomen interviews, die de diepte ingaat, die een tekst meeslepend of spannend kan maken.
Proef op de som
Redacteur CF nam de proef op de som en liet ChatGPT een column schrijven over een buitenlandse eerstejaars aan de Universiteit Maastricht, vanuit het perspectief van die eerstejaars. Het resultaat is “een aardige eerste poging”, oordeelt CF, duidelijk gebaseerd op allerlei artikelen die op internet te vinden zijn: zo weet de chatbot dat het lastig is om hier een kamer te vinden. Verder schrijft hij dat Maastricht bekend staat om het nachtleven. Is dat trouwens zo? Wij horen studenten meer dan eens klagen dat er ’s nachts te weinig te doen is. En wat betreft Nederland komen de gebruikelijke clichés langs: veel fietsen, veel regen en kaas.
Omdat de column bol staat van de algemeenheden en iedere persoonlijke observatie of ontboezeming ontbreekt, gaf CF een nieuwe opdracht: maak het persoonlijker. Maar ook dan blijven de clichés staan.
Voorlopige conclusie: we blijven ons werk doen en schrijven óver ChatGPT, in plaats van dat we het inhuren. Eerst maar eens kijken wat het programma voor impact kan hebben hier op de universiteit en op de journalistiek.