Nee, echt veel tijd brengt hij niet door op zijn kamer, vertelt Dylan Seijmonsbergen. Zijn drukke sociale leven speelt zich grotendeels af in de binnenstad, op een kwartiertje fietsen. “Daarom heb ik vorig jaar ook gezocht naar een woning in het centrum. Maar al snel besefte ik dat je een kamer als deze daar niet snel vindt: groot, niet duur, schoon, een aardige huisbaas.”
En bovendien wonen hier niet te veel studenten. “In dit blok zijn ik en de drie medebewoners van dit appartement zelfs de enigen. Voor de rest zijn er alleen ‘echte’ Maastrichtenaren te vinden. Een perfecte mix. Te vaak zie je een tweedeling tussen studenten en andere stadsbewoners, meestal veroorzaakt door onbegrip en misverstanden. Maar hier komen deze twee groepen mooi samen. Ik heb regelmatig leuke gesprekken met buren, ze zijn erg geïnteresseerd.” Alleen tijdens het jaarlijkse huisfeestje zijn er soms klachten over geluidsoverlast. “Maar opvallend genoeg komen die meestal van de wat jongere buren. De ouderen zeggen juist vaak: ‘Leuk dat er wat leven in de buurt is’.”
Lange omweg
Aan de muur hangen drie ingelijste diploma’s. Van het vmbo, het mbo en een propedeuse op het hbo. “Op de basisschool werd ik verkeerd ingeschat, waardoor ik een lange omweg heb moeten maken. Vervelend, want dat is duurder en bovendien kijken veel mensen op het hbo en de universiteit op je neer als je zegt dat je van het mbo komt. Maar het heeft me ook sterker gemaakt. Tot mijn achttiende was ik gameverslaafd en leefde ik in een sociaal isolement. Mijn persoonlijke coach op het mbo heeft mij daar uitgetrokken. Als ik rechtstreeks naar de universiteit was gegaan, waar zo’n coach ontbreekt, had ik het veel zwaarder gekregen.”
Daarnaast leerde Seijmonsbergen veel van de verhuizing naar zijn vader in Amersfoort. “Mijn ouders zijn gescheiden. Ik bleef tot mijn achttiende bij mijn moeder wonen in een klein, Noord-Hollands dorpje. Ik wilde echter meer zelfstandigheid en mijn vader bood die. Vanwege werk is hij vaak niet thuis, dus moest ik veel dingen zelf regelen. Dat vereist discipline. Het waren zware jaren, maar daardoor sta ik nu op eigen benen. De lange reistijd – vijf uur per dag naar het mbo in Leeuwarden – was het meer dan waard.” Boven de bank hangt een groot portret van hem en zijn vader. “Hij is mijn beste vriend.”
Calvinistisch
Van een sociaal isolement is al een tijdje geen sprake meer. Dat blijkt wel uit de vele foto’s van activiteiten met vrienden aan de muur. “Tegenwoordig kan ik niet meer stilzitten. Sinds de zomervakantie heb ik geen dag gehad zonder plannen in mijn agenda. Ik voel me een compleet ander persoon.” Zo anders zelfs, dat hij een jaar geleden besloot van naam te wisselen. “Kevin, mijn eerste voornaam, paste niet meer bij mij. Tijdens een borrel zei een vriend: dan neem je toch gewoon een andere naam. Sindsdien gebruik ik alleen nog maar mijn tweede voornaam, Dylan.”
De internationale vrienden die hij in Maastricht maakte, passen goed bij zijn ‘nieuwe’ leven. “Ik merk bijvoorbeeld dat mijn Zuid-Europese studiegenoten heel open zijn en veel waarde hechten aan cultuur en emotie. Nederlanders zijn calvinistischer, te veel bezig met hard werken. We kijken vaak neer op Zuid-Europeanen, maar eigenlijk kunnen we veel van ze leren.”
Stedentripjes
Wat dat betreft is hij blij dat hij in 2021 het “grauwe, gesloten” Leeuwarden verruilde voor Maastricht. “Hier is het leven al een stuk bourgondischer.” En ook de ligging bevalt goed. “In de rest van Nederland denkt men vaak dat Limburg heel afgelegen is, maar dan vergeten ze over de grens te kijken. Ik ga zeker eens per maand naar Luik en Aken, geweldige steden.”
In de boekenkast ligt een flinke stapel reisgidsen en door de hele kamer zijn souvenirs te vinden: een schilderij van de Notre-Dame, beeldjes van de Eiffeltoren, de Big Ben en het Colosseum. “Ik maak meerdere stedentripjes per jaar, vaak alleen of met vrienden. Zo ben ik al zes of zeven keer in Parijs geweest, die stad ken ik inmiddels als mijn broekzak.” Een andere favoriet is Edinburgh, vanwege de ‘dorpse’ sfeer. “Die heb je trouwens ook in Maastricht. Daarom vind ik het wonen hier ook zo fijn.”
Naast de reisgidsen bevat de boekenkast ook een collectie boeken over het Nederlandse koningshuis. En even verderop hangt een foto van koning Willem-Alexander aan de muur. Lachend: “Daar worden regelmatig grappen over gemaakt door vrienden. Waarschijnlijk ben ik een van de weinige studenten die fan is van de koninklijke familie. Nee, als we Nederland opnieuw moesten ontwerpen, zou ik geen koning aanwijzen. Maar ik vind de geschiedenis van de Oranjes gewoon heel fascinerend.”